Home

 

*

Statuut Psycholoog

*

Wegwijzer

Indicateur

 

*

*

Pointer

Zeiger

 

Indicador

Agenda

 

KlinPsy - dossier

Opleiding

De Maere

 

 

Bibliotheek

Psych-Index

 

Opleiding in de psychologie

Dossiers

Evidence

 

Titelbescherming

Wetgeving

Législation

 

Wettelijke regeling uitoefening klinische psychologie

Research

Health News

 

Wettelijke regelingen in sector arbeids- en organisatiepsychologie

Actueel

Vacatures

 

Wettelijke regelingen in sector educatieve psychologie

Patiënt-Info

Bridge

 

Tewerkstelling

Neuropsy

Zoekertjes

 

Beroepsorganisaties

Snuffelbak

Cultuur

 

Europa

Webmaster’s Corner

 

 

www.klinpsy.com

 

*

Klinische Psychologie België

*

 

 

 

* Opleiding in de psychologie

 

Historiek

 

In de jaren zestig werd aan de meeste Belgische Universiteiten een Faculteit Psychologie en Pedagogiek opgericht. Zo werd aan de Katholieke Universiteit Leuven in 1967 de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen opgericht.

Binnen die Faculteiten werden dan opleidingen georganiseerd met verschillende specialisaties. Nadat meestal eerst een opsplitsing werd gemaakt tussen een departement psychologie en pedagogiek differentieerde men dan verder binnen elk van die twee afdelingen. Meestal was er binnen de psychologie een richting schoolpsychologie, klinische psychologie, industriële of arbeidspsychologie voorzien, terwijl er ook wel steeds een opleiding experimentele psychologie was die vooral op het fundamenteel onderzoek voorbereidt. Het betrof aanvankelijk een vierjarige universitaire licentiaatopleiding die eind de jaren zestig voor de klinische richting en in de jaren zeventig ook voor de andere richtingen werd opgetrokken tot vijf jaar.

 

Actuele situatie

 

Een overzicht van de huidige opleidingen in de psychologie in België is te vinden in het KlinPsy-dossier Opleiding.

 

 

Bologna-verklaring

 

Ten laatste tegen 2010 worden er grondige veranderingen aangebracht in de structuur van het hoger onderwijs.

 

De historiek

De commissie Attali in Frankrijk

Pour un modèle européen d’enseignement supérieur

De Sorbonne-verklaring van 1998

Joint declaration on harmonisation of the architecture of European higher education systems

De Bologna-verklaring van 19.06.1999

Joint declaration of the European Ministers of Education Convened in Bologna on the 19th of June 1999

Gezamenlijke verklaring van de ministers van Onderwijs bijeen te Bologna op 19 juni 1999

Project report 18.08.1999

Trends in Learning Structures in Higher Education

Overzicht

De historiek tot 1.10.1999 is samengevat in een rede van rector J. Willems van de RUG

Rapport augustus 2000

Report by Guy Haug (CRE) and Christian Tauch (HRK) on the follow-up and implementation of the Bologna Declaration

 

Salamanca 2001

Message from the Salamanca Convention of European higher education institutions. Shaping the European Higher Education Area.

 

 

Belangrijke informatiesites

 

Vlaamse Interuniversitaire Raad – Onderwijsbeleid: lopende dossiers

 

Vlaamse Onderwijsraad

 

Vlaamse Hogenscholenraad – Standpunten en beleidsadviezen - Bologna

 

VVKHO – dossier Bologna

 

Nederlands Ministerie van Onderwijs Dossier Bachelor/Master

 

De invoering van de Bachelor-masterstructuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

 

Landelijke Studenten Vakbond Nederland Dossier Bachelor/Master

 

European University Association

 

European Association for International Education

 

Center for Higher Education Policy Studies (univ. Twente)

 

 

Huidige stand van zaken in Vlaanderen

 

VL.I.R. advies betreffende de implementatie van de Bolognaverklaring in Vlaanderen - luik bachelor-master structuur en binaire stelsel (31.01.2001)

 

Harry Martens: Een toekomstige organisatiestructuur voor het hoger onderwijs: de visie van de Raad Hoger Onderwijs (14.11.2001)

 

Voorontwerp van decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen (15.03.2002)

 

Bolognadecreet principieel goedgekeurd - Persmededeling van de vlaamse regering (24.05.2002)

 

Advies Raad van State vertraagt hervorming Hoger Onderwijs niet (28.11.2002)

 

Interpellatie van mevrouw Brigitte Grouwels tot mevrouw Marleen Vanderpoorten, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, over de waarde van de huidige licentiaatsdiploma's na de bachelor-masterhervorming (16.01.2003) zie pag 6 in dit document (pdf-bladzijde 8)

 

De versie van 17.01.2003 van het Ontwerp van decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen is te lezen op de site van de VLIR

 

De versie van 13.02.2003 van het Ontwerp van decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen is ook te lezen op de site van het Vlaams Parlement (453 pp)

 

Op 02.04.2003 werd het ontwerp van decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen aangenomen in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

 

Op 14.08.2003 is het decreet dan in het staatsblad verschenen:  4 APRIL 2003. - Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.

 

Op 08.09.2003 publiceert Minister Vanderpoorten een nieuwe website over het Bolognaproces. Op deze

website is alle essentiële informatie over het Bolognaproces in Europa en in Vlaanderen terug te vinden. Bovendien is er via deze website de mogelijkheid om in discussie te treden over vier onderwerpen die te maken hebben met de implementatie ervan in Vlaanderen.

 

Op de site van het Ministerie van Onderwijs is de Coördinatie te lezen van het decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen.

 

Coördinatie van het Decreet betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap

Coördinatie van het Decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap

 

menu

 

* Titelbescherming

 

In 1993 is er een Wet tot bescherming van de titel van psycholoog gekomen, met daaropvolgend een reeks aanvullingen en aanpassingen in koninklijke besluiten. Wie in België op onwettige wijze de titel van psycholoog draagt kan zich aan een boete verwachten tussen 1000 en 5000 Euro. Om op wettige wijze de titel van psycholoog te dragen moet men zich laten registreren door de psychologencommissie en dat kan momenteel slechts als men een universitaire opleiding voor psycholoog heeft gevolgd (de periode van de overgangsmaatregelen is voorbij). Meer info in KlinPsy-Opleiding of via de Belgische Federatie van Psychologen. Hoewel er naar schatting ongeveer 16000 Belgen een diploma van licentiaat in de psychologie behaalden waren er in 2002 slechts 3919 geregistreerd als psycholoog. Ofwel zijn er veel licentiaten in de psychologie die zich maatschappelijk niet als psycholoog willen profileren, ofwel zijn er veel die strafbaar zijn. Waarschijnlijk beide.


De wetgeving op de titelbescherming van de psychologen ressorteerde onder het ministerie van middenstand en landbouw. Deze wet betreft het dragen van de titel, niet de uitoefening van het beroep. De titelbescherming biedt een kwaliteitsgarantie voor de cliënt/patiënt.

Sedert het regionaliseren van Landbouw en het opdoeken van het Federale Ministerie van Middenstand en landbouw vielen de psychologen sedert oktober 2002 onder de minister voor Telecommunicatie, Overheidsbedrijven en Participaties, en Middenstand die instaat voor de Vrije en intellectuele beroepen en de toegang tot het beroep.

Op 1 januari 2003 werd het moderniseringsproces van het federaal bestuur (Copernicus-hervorming) een feit voor het Ministerie van Economische Zaken. Op die dag ging het Ministerie immers over in de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en werd de organisatorische structuur ervan gewijzigd. De intellectuele dienstverlenende beroepen vallen nog steeds onder de algemene directie KMO-beleid. Contactinformatie is hier te vinden.

 

Op de site van de FOD is er informatie te vinden over de regelgeving.

 

Er is ook een Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO opgericht. Op die site kan men ondermeer de coördinatie vinden van de Wet tot bescherming van de titel van psycholoog.

 

 

Op 30.04.2004 verscheen het Koninklijk besluit tot aanstelling van de ambtenaren die met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen belast zijn (BS 02.06.2004)

 

Via de programmawet van 09.07.2004 (zie artikel 252) heeft de Belgische regering in de wet op de bescherming van de titel van psycholoog een artikel ingevoegd zodat de aanpassing van de Belgische wetgeving aan de Europese Richtlijnen voortaan via een KB zou kunnen.

 

Op 16.02.2005 verscheen in het staatsblad het Koninklijk besluit van 20.01.2005.  tot wijziging van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.

 

Op 10.09.2005 heeft deze site een beslissingsboom gepubliceerd inzake de Procedure voor het verkrijgen van de titel van Psycholoog in België. Personen die in België de titel van psychologen willen voeren worden er op een gestructureerde wijze doorheen de Belgische wetgeving geleid en vernemen welke stappen ze best kunnen zetten.

 

Op 30.09.2005 is de nieuwe Europese Richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties 2005/36/EC gepubliceerd. Deze zal gevolgen hebben voor de wetgeving op de titelbescherming zodra de Belgische wetgeving zal aangepast zijn.

 

Zie ook de rubriek Europa, verder in dit dossier.

 

Op de website van de psychologencommissie kan nagetrokken worden of iemand de titel van psycholoog mag dragen.

Let wel: de gepubliceerde lijst wordt betwist vanuit de sector. Jarenlang heeft de Psychologencommissie in de lijst die op het internet gepubliceerd wordt enkel de titelgerechtigde psychologen vermeld die in orde waren met de betaling van hun financiële bijdrage voor de Psychologencommissie.

Op 25 april 2007 is er dan in het Staatsblad een KB van 5 maart 2007 verschenen waardoor de Psychologencommissie de psychologen die 'weigerden' te betalen kan schrappen van de lijst. Deze maatregel wordt op verschillende gronden in twijfel getrokken. Zie in dit verband het KlinPsy-dossier over de psychologencommissie.

 

 

menu

 

 

 

* Wettelijke regeling uitoefening klinische psychologie

 

 

Historiek

 

De problematiek van de wettelijke regeling van de uitoefening van de klinische psychologie gaat terug op de wetgeving inzake de medische praktijk in België.

In het KB78 van 1967 staat het volgende:

 

“Artikel 2. § 1.

Niemand mag de geneeskunde uitoefenen die niet het wettelijk diploma bezit van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, dat werd behaald in overeenstemming met de wetgeving op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, of die niet wettelijk ervan vrijgesteld is, en die bovendien de voorwaarden gesteld bij artikel 7, § 1 of § 2 niet vervult.

Wordt beschouwd als onwettige uitoefening van de geneeskunde, het gewoonlijk verrichten door een persoon die het geheel van de voorwaarden, gesteld bij lid 1 van deze paragraaf, niet vervult, van elke handeling die tot doel heeft, of wordt voorgesteld tot doel te hebben, bij een menselijk wezen, hetzij het onderzoeken van de gezondheidstoestand, hetzij het opsporen van ziekten en gebrekkigheden, hetzij het stellen van de diagnose, het instellen of uitvoeren van een behandeling van een fysische of psychische, werkelijke of vermeende pathologische toestand, hetzij de inenting.”

 

In dat KB78 wordt bepaald dat sommige gezondheidszorgers bij afwijking ook bepaalde bevoegdheden krijgen, zoals tandartsen, kinesisten, paramedici, zij het met verschillende graad van autonomie. Maar de psychologen staan daar nergens bij. Tot op heden is de klinische psychologie geen gezondheidszorgberoep.

 

Anderzijds worden de psychologen wel degelijk vermeld in de wetgeving. In ons KlinPsy-dossier over Tewerkstelling van Psychologen hebben we een verzameling gemaakt van wetgeving waarin iets vermeld is over de tewerkstelling van psychologen. Federaal en in de gewesten en gemeenschappen tezamen vinden we zo wel een zestigtal soorten diensten of instellingen waarin psychologen kunnen of moeten tewerkgesteld worden. We kunnen hier ook verwijzen naar ons KlinPsy-dossier Dienst Klinische Psychologie.

 

De paradox is dan ook soms enorm. Een paar voorbeelden. Psychiatrische afdelingen mogen maar functioneren als er psychologen werken, maar volgens de wet op de geneeskunde zouden zij daar eigenlijk geen gezondheidszorgen mogen toedienen. Psychologen mogen wel psychotherapeuten opleiden (ook psychiaters) maar volgens de letter van de wet mogen ze zelf geen psychotherapie geven. Het is tot op heden mogelijk om arts te worden met een studiepakket van 100 uren psychologie. Artsen mogen de klinische psychologie beoefenen, ook bij mensen met stoornissen, terwijl klinisch psychologen met minstens vijf jaar universitaire studies in de klinische psychologie, wettelijk gezien de klinische psychologie niet mogen beoefenen.

 

Toen de centra voor geestelijke gezondheidszorg werden opgericht waar eveneens psychologen verplicht moesten werken heeft de orde van geneesheren in 1985 een richtlijn geschreven waarin de psychologen geparamedicaliseerd werden. Dat wordt hen nu kwalijk genomen. Maar uiteindelijk moesten de artsen ook het beste maken van een tekortschietende wetgeving, wetende dat als er iets misliep men toch vooral in hun richting zou kijken. Psychologen moesten er werken maar mochten er eigenlijk niets doen. Voor de artsen waren er vanuit hun visie wellicht maar twee keuzen; ofwel ‘we werken niet samen met die groep’ ofwel ‘we laten ze werken onder onze supervisie’. Ze opteerden voor het tweede, officieel dan toch. Strikt juridisch bekeken is het werken van de klinisch psycholoog in een paramedisch statuut al even onwettelijk als het werken als autonome gezondheidszorger. Immers de klinisch psycholoog is geen paramedicus.

 

In de laatste dertig jaar zijn er steeds meer werkplaatsen bij gekomen waar klinisch psychologen hun beroep uitoefenden. Niet meer dan hun eigen beroep. Maar volgens de Belgische wetgeving op de geneeskunde was dat ‘onwettige uitoefening van de geneeskunde’. Blijkbaar hebben die klinisch psychologen steeds zeer deontologisch gehandeld want het is maar op die manier te verklaren dat gedurende meer dan een kwart eeuw, nu reeds meer dan een paar duizend mensen ‘onwettige uitoefening van de geneeskunde’ doen zonder dat daar eigenlijk rechtszaken over bekend zijn.

 

De aanpak van het probleem

 

Het beroep van klinisch psycholoog is maatschappelijk erkend. Artsen zijn decennialang de grote promotoren geweest voor de klinisch psychologen. Ze hebben die groep binnengehaald in de ziekenhuizen. Zij wensen telkens opnieuw een intensere samenwerking met de klinisch psychologen. Uiteindelijk stellen we vast dat er in de praktijk bij patiënten en overheid, bij psychologen en artsen een vrij grote consensus is over wat ‘psychologenwerk’ is. Wanneer men het echter moet in woorden, in wetteksten, gieten wordt het moeilijk en komen de oude frasen, belangengroepen, tegenstellingen, angsten voor precedenten, enz weer de kop opsteken.

In dit verband is het van belang te wijzen op de denkfout die frequent gemaakt wordt. Klinisch psychologen willen hun beroep uitoefenen, dit wil zeggen de klinische psychologie beoefenen. Via de allesomvattende omschrijving van wat geneeskunde is komen ze buiten hun eigen wil op het terrein van de geneeskunde. Wanneer klinisch psychologen nu hun eigen beroep wettelijk willen geregeld zien, gaan sommigen denken dat ze arts willen zijn. En dan gaat men argumenteren dat de opleiding van de psycholoog inferieur is voor de uitoefening van de artsenpraktijk, dan gaat men argumenteren met de opleiding van zeven jaar geneeskunde al dan niet aangevuld met specialisaties. Er is geen enkele psycholoog die dat betwijfelt. Punt is echter dat klinisch psychologen niet verlangen om arts te zijn maar om klinisch psycholoog te zijn. Als men dan gaat vergelijken wie er best is opgeleid in de klinische psychologie dan is het nogal evident dat mensen die minstens vijf jaar op academisch niveau psychologie studeerden beter opgeleid zijn dan mensen voor wie de psychologie-opleiding slechts tot enkele cursussen beperkt was.

 

Het is belangrijk dat er een wettelijke regeling komt van de uitoefening van de klinische psychologie. Het is een stap in de formalisering van een nieuwe visie op wat gezondheid is. De Wereldgezondheidsorganisatie zegt “Health is a state of complete physical, mental, and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity.” De klinische psychologie heeft een essentiële bijdrage te leveren voor de volksgezondheid. De klinische psychologie kan dat maar als ze de klinisch psychologen een aangepast statuut hebben. Een wettelijke regeling van de klinische psychologie geeft ook meer garanties voor de patiënt. Verder is het ook maar billijk dat klinisch psychologen die met ethische en wetenschappelijke nauwgezetheid hun beroep uitoefenen ook eens legaal in orde zijn. Binnen een gezondheidszorg die steeds juridischer wordt is dat overigens geen overbodige luxe. Tenslotte is een wettelijke regeling een voorwaarde voor een verdere organisatorische en maatschappelijke uitbouw van het beroep.

 

Nadat men het meer dan dertig jaar heeft nagelaten om de wetgeving op de geneeskunde (ondertussen de wet op de gezondheidszorgberoepen) aan te passen aan de inschakeling van de klinisch psychologen heeft de regering in haar beleidsplan 2001 en 2002 voor het eerst de wettelijke regeling van de klinische psychologie opgenomen.

 

Wetvoorbereidend werk

 

In het jaar 2000 werd er een expertencommissie samengeroepen op het cabinet. Daarin zaten vertegenwoordigers van alle psychologiefaculteiten van België en van alle Belgische beroepsverenigingen van klinisch psychologen. Met bijna volledige consensus werd daar een ontwerptekst aanvaard waarin gesteld werd dat psychologen autonoom konden werken bij stoornissen waarvoor psychologische technieken vereist waren en dat men moest samenwerken met een arts wanneer ook medische technieken vereist waren.

Eigenlijk was deze verwoording vrij logisch. Het specifieke aan het werk van de klinisch psycholoog is dat hij zich met psychologie bezighoudt, namelijk met wat mensen denken, doen en voelen en dan vooral mensen bij wie het gezonde psychisch functioneren in gevaar is, in vraag wordt gesteld of gestoord is. Wat klinische psychologie is vormt geen geheim, maar is af te leiden uit de studieprogramma’s van de universiteiten die psychologen opleiden. Dergelijke bepaling laat ook de ruimte voor evolutie in de wetenschap, maar garandeert wel dat de betrokkenen zich moeten houden om slechts datgene te doen wat ze kennen en kunnen.

 

Na advies van de Hoge Raad voor Geneesheren Specialisten en Huisartsen werd deze opsplitsing in een autonoom gebied en een gebied bestemd voor samenwerking vertaald in respectievelijk ‘problemen’ en ‘stoornissen’. De psychologen konden autonoom werken bij psychische problemen en dienden samen te werken bij stoornissen. Daarbij kwam dat in de Memorie van toelichting van het wetsontwerp staat dat vooraf biomedische oorzaken van psychopathologie dienen uitgesloten te worden vooraleer over te gaan tot enige vorm van psychologische behandeling, terwijl de psycholoog niet opgeleid is om biomedische diagnoses te stellen. De klinisch psycholoog die dus slechts bij problemen zou kunnen autonoom werken, zou zelfs dit maar kunnen doen na voorafgaande screening door een arts. Gelukkig heeft het cabinet dan nog niet alle adviezen van de Hoge Raad overgenomen. Hoewel voorzien in de eerste teksten werd in het uiteindelijk ontwerp de eigen deontologische commissie voor klinisch psychologen geschrapt. Dit wetsontwerp werd naar de Raad van State gestuurd.

 

Reacties op het wetsontwerp

 

In 2002 was er grote tumult in de psychologenwereld, hoewel met nuanceverschillen en temperaments­verschillen aan de twee kanten van de taalgrens. De expertencommissie die bedoeld was om de uitvoeringsbesluiten bij de wet voor te bereiden, diende zich terug bezig te houden met de gewijzigde tekst van het wetsontwerp.

 

Infeite was het spijtig dat de tekst van het wetsontwerp en de memorie van toelichting niet helemaal eenduidig zijn en dat de Franstalige versie van de memorie van toelichting in bepaalde passages restrictiever is voor de psychologen dan de Nederlandstalige. In het Franstalige landsgedeelte werd ronduit gesteld dat het wetsontwerp een paramedicalisering was van het beroep.

 

Zolang een wettekst slechts gebruikt wordt om een werking te organiseren is slechts de tekst van de wet belangrijk. Daarin staat nergens dat er bij problemen een voorafgaandelijke screening door een arts nodig is. Betreffende de samenwerking staat er ook nergens dat het gaat om een ondergeschikte samenwerking. Dit zou het geweest zijn als men ons had ingedeeld bij de paramedici, de groep die hulpprestaties kunnen verrichten onder leiding en supervisie van een arts. Wat er wel staat is dat bij pathologie de psycholoog moet samenwerken met een arts. Zolang we naar de wettekst zelf kijken kunnen we besluiten dat er geen paramedicalisering is, maar wel een onbillijke beperking van het gebied waarin de psycholoog autonoom kan functioneren. Immers niet in alle pathologie is er een belangrijke biologisch component die de problematiek buiten het autonome competentiegebied van de psycholoog plaatst. Overigens is de opsplitsing probleem versus stoornis een dubieuze kwestie.

 

Wanneer men dan de memorie van toelichting leest (en deze is slechts van belang als er ooit rechtszaken komen en de rechter zich wil informeren over de intentie van de wetgever) wordt er tegelijkertijd peper en zalf in de wonde gesmeerd. Er staan inderdaad een aantal zinnen in die moeilijk anders te interpreteren zijn alsof er steeds een voorafgaandelijke screening door een arts zou moeten gebeuren vooraleer de psycholoog aan de slag kan. Dat zou dan inderdaad tot op bepaalde hoogte een soort paramedicalisering in de feiten zijn. Anderzijds (en dat wordt dan nog eens bevestigd in de FAQ’s die het cabinet later publiceerde) lijkt het er dan toch vooral om te gaan dat de patiënt voor biomedische aspecten van het ziek-zijn door een arts dient gezien te worden. Dus hier wordt er dan wat ruimte gelaten voor aanpak door de psycholoog van psychopathologie zonder evidente biologische component.

 

De VVKP, de grootste vereniging van klinisch psychologen (800 leden) formuleerde in het voorjaar 2002 haar standpunt als volgt: Voorontwerp van wet voor de klinische psychologie: standpunt van de Vlaamse Vereniging van Klinische Psychologen (VVKP)

 

Aan Franstalige kant zijn er een zevental verenigingen, waarvan de grootste, de APPPsy, een 170 leden heeft. Deze groep is terzake ook zeer actief en de meeste Franstalige publicaties komen uit die hoek. Hun standpunten waren ondermeer te lezen in een vrije Tribune op de site van de Belgische Federatie van Psychologen. In de tribune waren vooral de standpunten van een aantal Franstaligen te lezen, ook al waren er teksten in het Nederlands. De visie van de Vlamingen was daar niet te lezen.

 

 

De violen stemmen

 

De BFP-FBP-Commissie die zich bezighoudt met de wetgeving betreffende de wettelijke regeling van de klinische psychologie heeft dan de optie genomen om te werken aan een Consensustekst. Het was niet eenvoudig om met praktijkmensen en academici, met Nederlandstaligen en Franstaligen, en vooral met mensen met zeer uiteenlopend denkkader een consensustekst te maken.

De bedoeling van de consensustekst was enerzijds om aan de politiek verantwoordelijken duidelijk te maken hoe de klinisch psychologen over die aangelegenheid denken, anderzijds ook om zelf een referentiedocument te hebben om gewijzigde wetsontwerpen of andere wetsvoorstellen mee te vergelijken.

 

Nog voor de tekst helemaal klaar was werden excerpten eruit reeds gebruikt voor een schrijven aan de verantwoordelijke minister en aan de politici.

 

Op 26.06.2002 kreeg deze consensustekst zijn eindredactie en werd op 09.07.2002 naar Minister Aelvoet, de voorzitters van politieke partijen en leden van de commissie gezondheidszorg in de Kamer en de Senaat opgestuurd.

 

 

 

Tegenvoorstel van de Parti Socialiste

 

Hoewel ook lid van de regering, heeft de Parti Socialiste op 27 maart 2002 bij monde van heer Yvan Mayeur en mevrouw Colette Burgeon een wetsvoorstel gedaan inzake de gezondheidszorgberoepen uit de sector van de geestelijke gezondheidszorg.

Uit de memorie van toelichting blijkt duidelijk dat het wetsvoorstel ontstaan is vanuit de actuele discussie rond de klinisch psychologen.

Infeite wil het wetsvoorstel een soort kaderwet vormen waarin meteen alle beroepen een plaats krijgen die werkzaam zijn op vlak van de geestelijke gezondheid. Men onderscheidt vier groepen die allemaal ingeschreven worden in een nieuw derde hoofdstuk van KB78, de wet op de gezondheidszorgberoepen.

-         de psychiaters

-         de universitairen (psychologen, seksuologen, orthopedagogen, criminologen en logopedisten)

-         de niet universitaire hogere studies (psychologisch assistenten, sociaal assistenten, logopedisten, ergotherapeuten, opvoeders, psychiatrisch verplegenden, enz)

-         een groep voor de uitzonderingen

Er wordt een nationale raad van de geestelijke gezondheidszorg opgericht die de bevoegdheden en erkenningen zou regelen.

 

Het voorstel is het zoveelste teken dat men steeds in bredere kringen nadenkt over de Belgische regeling van de gezondheidszorgberoepen. Maar ook dit voorstel raakt niet aan de grond van de zaak namelijk de positieve definiëring van de bevoegdheden van de arts. Want de actuele negatieve definiëring is de bron van heel het probleem.

Als men zou komen tot een regeling waarin op een positieve wijze gesteld werd wat de erkennings­voorwaarden en wat de bevoegdheden zouden zijn voor elk gezondheidszorgberoep, hoeft men zelfs heel die opsplitsing in beroepen voor fysische zorg en voor geestelijke gezondheid niet te maken.

Men kan zich trouwens de vraag stellen of dat de goede weg is. In een tijd waarin men steeds overtuigder geraakt van het wederzijds op elkaar ingrijpen van het biologische, het psychologische en het sociale veld in welzijn en gezondheid, moet men het dualistisch denken niet gaan aanzwengelen.

 

Het is evenwel belangrijk te constateren dat een van de grootste partijen van het land schrijft dat klinisch psychologen en artsen op een horizontale wijze dienen samen te werken.

 

De bevoegdheidsomschrijving wordt doorgeschoven naar KB’s op voorstel van de op te richten Nationale Raad van de Geestelijke Gezondheidszorg. Daar zal men met dezelfde problemen zitten als bij het actuele ontwerp. Tenslotte is niet geweten hoe de Hoge Raad voor Geneesheren Specialisten en Huisartsen op dit voorstel zal reageren. Het niet vastleggen van de bevoegdheden in de wet maar doorschuiven naar KB’s heeft mogelijks het voordeel dat een en ander niet onwrikbaar vastligt voor vele jaren, maar anderzijds weet men op heden helemaal niet waarvoor men kiest. Bijvoorbeeld de Franse tekst spreekt van “la prise en charge, l’accompagnement, ” en de Nederlandse van de “verzorging en begeleiding” “van lijden van psychische oorsprong of van psychisch lijden dat verband houdt met een somatische aandoening.” Zit behandeling en psychotherapie daar eigenlijk in? Alle geestelijke gezondheidszorgers zouden wel kunnen psychotherapeut worden mits voldaan aan opleidingsvereisten.

 

Men krijgt de indruk dat het wetsvoorstel ontstaan is vanuit de controverse rond de klinische psychologie en dat men dan maar het plan opgevat heeft meteen eens een oplossing te zoeken voor heel de sector. Overigens een lovenswaardig doel. Maar willen alle psychologen gezien worden als gezondheidszorgers? Niet alle psychologen zijn klinisch psychologen. Waar gaat men de grenzen leggen? Waarom is een stervensbegeleider een geestelijke gezondheidszorg beroep en een huisarts en algemeen ziekenhuisverpleegkundige niet? Waarom is een psychiatrisch verpleegkundige een geestelijke gezondheidszorg beroep en een verpleegkundige op een psychogeriatrische afdeling niet ? Waarom is een opvoeder in het bijzonder onderwijs een geestelijke gezondheidszorg beroep en een onderwijzer in dat zelfde onderwijs niet. Is opvoeden gezondheidszorg ? Het wordt nog een immens werk om dit wetsvoorstel uit te werken.

 

Op 09.07.2002 schreef de BFP-FBP naar Mayeur en Burgeon een brief waarin ze stelde dat de actuele prioriteit bleef liggen op het bekomen van een adekwaat geformuleerde wetgeving die de autonome uitoefening van de klinische psychologie mogelijk maakt. Dit zeker in het licht van de reeds afgelegde weg in het voorliggend dossier.

 

 

Standpunt van KlinPsy op 02.06.2002.

 

Het wetsontwerp van het cabinet heeft zijn zwakke punten en het zal belangrijk zijn dat daar nog aan bijgeschaafd wordt. We weten trouwens niet wat het advies van de Raad van State zal zijn.

-         Een aantal zaken zijn betuttelend en vernederend en dragen nog het parfum van het paramedische, maar zijn wellicht geen breekpunt. Eigenlijk zou het moeten volstaan dat men schrijft wat klinisch psychologen mogen doen. Al die verwijzingen dat ze moeten advies vragen en samenwerken met anderen, artsen in casu, zijn overbodig. Dat wordt opgevangen door de deontologie van de klinisch psycholoog. Er is toch ook geen wetgeving die zegt dat een oogarts een patiënt met beenfractuur naar een orthopedist moet verwijzen en dat deze laatste eventueel tussenkomst van een radioloog moet vragen. Dat zit gewoon vervat in goede beroepsuitoefening. Maar we vinden niet dat we de kans op een wettelijke regeling moeten verwerpen omdat er in een wetsontwerp staat wat we toch al doen.

-         In de memorie van toelichting moet er een wijziging komen waaruit duidelijk blijkt dat een voorafgaande screening door de arts niet noodzakelijk is. De psycholoog kan dit aan de patiënt adviseren zo hij dit wenselijk acht.

-         De opsplitsing tussen wat de psycholoog autonoom doet en wat hij in samenwerking met een arts doet moet niet lopen via een opsplitsing van probleem versus stoornis, maar moet te maken hebben met de aanwezigheid van een somatische problematiek.

-         Er is nood aan een deontologische commissie die problemen in de beroepsuitoefening kan beoordelen vanuit het klinisch psychologisch kader.

Als het cabinet zijn teksten bijstuurt in deze zin denken we dat we met dit wetsontwerp een stap vooruit zijn. Het zou nog kunnen gerealiseerd worden in deze legislatuur.

De alternatieven zoals dit van de parti socialiste vragen nog jarenlang overleg. Overigens als men het ruimer aanpakt dan de problematiek van de klinisch psychologen zou men het beter helemaal grondig aanpakken.

Tenslotte willen we nog opmerken dat er nog een andere ‘paramedicalisering in de feiten’ is. Namelijk met de komst van steeds meer psychologen in de ziekenhuizen stelt zich steeds meer de nood aan de financiering. Men zou een en ander kunnen oplossen door psychologenwedden uit te betalen in functie van bedden, of opnames of lopende dossiers. Maar men zal er niet uitkomen zonder ook in de richting van prestatiegebonden financiering te gaan denken. Zolang er geen wettelijke regeling komt voor ons beroep, is het voorspelbaar dat er financiering voor onze prestaties gaat komen via honoraria aan artsen die dan maar een deel van ‘hun’ honorarium zullen moeten afstaan aan de ziekenhuizen voor de betaling van de klinisch psychologen. Dan hebben we ongeveer het statuut van een EEG-toestel. Ook dat is paramedicalisering.

 

KlinPsy hoopt dat de groep van de klinisch psychologen en het cabinet nog terug op gelijke golflengte raken.

 

 

Het definitieve wetsontwerp

 

Op 18.06.2002 ontving Minister Aelvoet het advies van de Raad van State. Daarover rapporteert ze in de Kamer in antwoord op een vraag van volksvertegenwoordiger Pieters.

Half juli 2002 publiceerde het kabinet dan de versie van het wetsontwerp zoals het zou ingediend worden in het Parlement.

 

 

Evaluatie door KlinPsy van het definitieve wetsontwerp

 

KlinPsy heeft in een werktekst een vergelijking gemaakt tussen het wetsontwerp en de consensustekst van de klinisch psychologen. Ieder wordt uitgenodigd dit werkdocument grondig en kritisch na te lezen.

De tekst van het wetsontwerp is duidelijk beter geworden.

- Er is duidelijkheid dat de voorafgaande screening door de arts niet noodzakelijk is.

- De opsplitsing tussen het gebied waarin de klinisch psycholoog autonoom kan optreden en het gebied waarin hij moet samenwerken heeft de maken met de al dan niet aanwezigheid van een somatische problematiek.

-Vermoedelijk omdat het kabinet denkt aan een beroepsoverschrijdend "Tuchtcollege voor de Gezondheid" en aan de "Hoge Raad voor de ethiek en Deontologie van de Gezondheid" werd er wellicht niets veranderd inzake deontologie. Dit blijft wat het zwakkere punt. Immers in Art. 37 van KB78 staat:

De geneeskundige commissie heeft tot taak, in haar ambtsgebied: …/… in het bijzonder: …/…onverminderd de bevoegdheid van de personen, belast door of krachtens de wet, met controle- of toezichtsopdrachten :

1. erover te waken dat de geneeskunde en de artsenijbereidkunde, de veeartsenijkunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de klinische psychologie, in overeenstemming met de wetten en reglementen worden uitgeoefend;

en verder:

Voor het vervullen van haar speciale opdracht is de commissie uitsluitend samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris en het lid of de leden die het beroep van de betrokken persoon of personen vertegenwoordigen.

(Wie wil kennismaken met de werking van een Provinciale Geneeskundige Commissie kan een kijkje nemen op de site van de PGC van Antwerpen.)

Concreet betekent dit dat bij geschillen of de klinische psychologie in overeenstemming met de wetten en reglementen werd uitgevoerd, er zal geoordeeld worden door drie artsen en twee klinisch psychologen.

Na 25 jaar “onwettige uitoefening van de geneeskunde” zonder noemenswaardige problemen, zal er wellicht geen enkele klinisch psycholoog zich geroepen voelen om nu plots minder wetenschappelijk en deontologisch te gaan handelen omdat hij in wettelijkheid kan handelen. In die zin is er wellicht weinig probleem.

Als territoriumconflicten zouden verpakt worden in wetenschappelijke en deontologische discussies, kan er uiteraard wel een probleem ontstaan. En in die zin bieden de oorspronkelijke adviezen van de Hoge Raad voor Geneesheren Specialisten en Huisartsen en recente uitlatingen van hoge verantwoordelijken van de Orde van Geneesheren toch wel enige reden tot onveiligheid. In dit verband kan ook het jaarverslag 2001 van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten interessant zijn. We lezen in punt 7: “Talrijke discussies vonden plaats aangaande de invoering van een titel van het specialisme oncologie, de normen van de urgentiediensten en hun nomenclatuur en de invoering van een monopolie van klinische psychologie.”

Misschien kan dit aspect nog wat bijgestuurd worden, maar globaal denkt KlinPsy dat de klinisch psychologen met dit wetsontwerp in belangrijke mate zullen krijgen waar ze al een generatie lang zitten op wachten.

 

 

Standpunt van de Belgische Federatie van Psychologen over het wetsontwerp

 

Op 22.10.2002 publiceert de BFP haar standpunt over het wetsontwerp aangaande de klinische psychologie. De BFP ondersteunt het wetsontwerp dat voorligt.

 

 

De definitieve ontwerpbundel in de Kamer

 

Op 28.10.2002 is op de Website van de kamer de tekst te lezen die op 26.09.2002 werd ingediend in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Op 20.11.2002 is er een persbericht van de Belgische Regering waaruit blijkt dat de wetsontwerpen betreffende de Klinische Psychologie, de Klinische Seksuologie en de Klinische Orthopedagogiek gehergroepeerd worden in één enkele wet.

Kort daarop verschijnt op de website van Volksgezondheid ook het nieuwe wetsontwerp dat de drie groepen reglementeert. Ook de memorie van toelichting en de artikelsgewijze bespreking is er te lezen.

 

Op 19 december 2002 publiceren de drie decanen van de Vlaamse Faculteiten Psychologie en Pedagogische Wetenschappen hun gezamenlijk standpunt over de wetsontwerpen.

 

In januari 2003 werd het gebundeld ontwerp dan ingediend in de kamer:

 

Wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen met het oog op de regeling van de uitoefening van de klinische psychologie, klinische seksuologie en klinische orthopedagogiek.

(dossier 50K2222 – start 13.01.2003)

 

Op 11.03.2003 dienen de volksvertegenwoordigers Gilkinet en Descheemaeker volgend wetsvoorstel in:

Wetsvoorstel tot wijziging van koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de geneeskunst wat de samenwerking tussen de beroepsoefenaars in de gezondheidssector betreft.
(dossier 50K2348 – ECOLO, AGLEV – start 11.03.2003)

 

Op 19 maart 2003 waren er hoorzittingen in de Kamercommissie Volksgezondheid. Van een aantal personen is de tekst beschikbaar: De Meulemeester, Mampuys, Van Broeck, Corveleyn, Missiaen.

 

Met het oog op nieuwe verkiezingen werd het parlement ontbonden op 8 april 2003. Het wetgevend werk rond de klinische psychologie wordt voor onbepaalde tijd verdaagd.

 

 

De tweede ronde

 

Bij het begin van de 51ste zitting van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers werden na korte tijd een paar wetsvoorstellen ingediend door ECOLO.

Het betreft enerzijds een herindienen van het wetsvoorstel Gilkinet en Descheemaeker, maar nu door kamerlid Gerkens:

Wetsvoorstel tot wijziging van koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, wat de samenwerking tussen de beroepsoefenaars in de gezondheidssector betreft.

(dossier 51K0028 – ECOLO – 25.06.2003)

Anderzijds is er het

Wetsvoorstel tot reglementering van de uitoefening van de beroepen uit de sector van de geestelijke gezondheidszorg, in het raam van de gezondheidszorgberoepen.

(dossier 51K0232 – ECOLO – 29.09.2003)

 

Op 6 november 2003 verschijnt dan op de website van de kamer het beleidsplan 2004 van Minister Demotte van Volksgezondheid en Sociale Zaken. Er zal een nieuw voor­ont­werp van wet uitgewerkt worden dat ertoe strekt de volgende beroepen te erkennen: klinische psychologie, klinische seksuologie, klinische orthopedagogie en in het algemeen de beroepen inzake geestelijke  gezondheids­zorg.

 

Op 10.02.2004 verklaart de minister in de Commissie Volksge­zond­heid dat hij de sector zal raadplegen en daarna een ontwerp zal indienen.

 

Op 03.03.2004 dient de Parti Socialiste in de Kamer een gewijzigde versie van het wetsvoorstel Mayeur in.

 

Op 28.04.2004 publiceert Bob Cools op de website van de VVKP een artikel  "Een 'nieuw' wetsvoorstel voor de erkenning van de klinische psychologie", waarin hij een overzicht geeft van de recentste evoluties. Met brede maatschappelijke en politieke steun aan Vlaamse kant en met steun van heel wat Franstalige geledingen wordt binnenkort door senator Lionel Vandenberghe de tekst van het vroegere wetsontwerp Aelvoet-Tavernier terug als wetsvoorstel ingediend. Langs Vlaamse kant is het op dit moment evenwel nog geen steun van de VLD, hoewel die vroeger het identieke wetsontwerp Tavernier hadden gesteund. De beroepsverenigingen reageerden per brief. Via de website van de seksuologen vernemen we meer over het antwoord van de VLD.

 

Op 13.05.2004 wordt in de Senaat door Lionel Vandenberghe (Spirit), Mia De Schamphe­laere (CD&V), Jacinta De Roeck (Sp.a/Agalev) en Christel Geerts (Sp.a) het Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen met het oog op de reglementering van de uitoefening van de klinische psychologie, van de klinische seksuologie en van de klinische orthopedagogiek ingediend.

 

Op 29.06.2004 start in de Commissie Volksgezondheid van de Kamer de bespreking van de wetsvoorstellen van Mayeur e.a. en van Gerkens. Als rapporteur wordt Anissa Temsamani aangesteld.

 

Op 08.07.2004 dienen de senatoren Cornil en Vienne van de PS, in de Senaat een wetsvoorstel in dat identiek is aan het wetsvoorstel dat op 03.03.2004 in de Kamer werd ingediend door Mayeur, Burgeon en Lambert.

 

Op 17.11.2004 was er in de Commissie Sociale Aangelegenheden van de Senaat een bespreking van het wetsvoorstel van Vandenberghe e.a. en het wetsvoorstel van Cornil en Vienne. Minister Demotte zal terug zelf een wetsontwerp voorstellen tegen de lente van 2005.

 

 

Intermezzo

 

Op 01.02.2005 verscheen in het staatsblad de Basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden van 12.01.2005. In artikel 2, 18° lezen we dat on­der zorgverlener onder andere wordt ver­staan: "de aan de gevangenis verbonden psy­choloog die met een opdracht van ge­zond­heids­zorg in de gevangenis is belast".

In de wet van 1964 betreffende de normen van de A-diensten stond reeds "Om de medische-psycho-sociale equipe te vervolledigen moeten een licentiaat in de psychologie en een gegradueerde sociale verpleger of een maatschappelijke assistent voorzien worden per 60 zieken." Verder in de tekst staat "Om al de modaliteiten van de tenlastneming te verzekeren…" kunnen er bijkomende psychologen worden aangeworven. Het is nogal evident dat als men psychologen verplicht moet aanwerven voor de zorg aan opgenomen psychiatrische patiënten, dat die psychologen dan 'gezondheidszorg' doen. Maar de taal is rijk: Men kan spreken van opvang, advies, patiënteneducatie, support, counseling, animatie, ondersteuning, begeleiding, enz.

In de wet van 12.01.2005 staat zwart op wit dat de psycholoog een 'opdracht van gezondheidszorg' heeft. Dit is merkwaardig omdat hij volgens KB78 niet behoort tot de groep die gemachtigd is gezondheidszorgen toe te dienen. Het betreft hier uiteraard een decennia-oude paradox. Maar ze wordt hier toch nog eens zeer uitdrukkelijk geïllustreerd met recente wetgeving.

 

 

Evaluatie door KlinPsy van het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. en van het wetsvoorstel Mayeur e.a. op 27.02.2005  (Français)

 

KlinPsy heeft een vergelijking gemaakt tussen de consensustekst van de klinisch psychologen en enerzijds het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. en anderzijds het wetsvoorstel Mayeur e.a./Cornil&Vienne.

 

Vermits het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. een herneming is van het wetsvoorstel Aelvoet kan men hoger in dit dossier lezen welke bedenkingen we doorheen de ontstaansgeschiedenis van dit ontwerp/voorstel hebben gemaakt. Hetzelfde geldt in grote mate voor het recente wetsvoorstel Mayeur dat in een beperkte mate verschilt van het eerste voorstel.

 

We willen hier kort enkele evaluatieve elementen samenbrengen:

 

Het is de klinisch psychologen te doen om de wettelijke regeling van de uitoefening van de klinische psychologie. Wat zijn dan de belangrijke aspecten waarop men moet letten bij het evalueren van wets­voorstellen en wetsontwerpen ?

- De erkenningsvoorwaarden om toegelaten te worden om de klinische psychologie uit te oefenen.

- De autonomie in het uitoefenen van de klinische psychologie.

- De mate waarin psychologen controle houden op de organen die van belang zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het beroep.

 

Wat biedt het wetsvoorstel Mayeur e.a. ?

- Onweerlegbaar positief is dat Mayeur iets wil doen voor de waardering van de geestelijke gezondheidszorgberoepen. In een gewijzigde visie op wat gezondheid is, komt de beïnvloeding van menselijk gedrag (denken, voelen en handelen) als even essentieel naar voor als curatieve somatische geneeskunde. Vermits de klinisch psycholoog juist de specialist is van het menselijk gedrag is het belangrijk dat dit aspect door hem gedragen wordt. Naar wetgeving toe betekent dit dat de plaats van de klinische psychologie middenin de gezondheidszorg is en dat de klinisch psychologen daar met hun groep moeten alleen staan en niet ingebed in een groep die opnieuw door medici geleid wordt. In het wetsvoorstel Mayeur lezen we dat de psychologen niet in de kopgroep van KB78 staan, maar ingedeeld worden in een apart hoofdstuk III waarin ook nog eens een reeks zorgverleners uit de twee eerste hoofdstukken hernomen worden. Verder worden de psy­chologen ondergedompeld in structuren waarin ook de psychi­aters zitten, naast nog een reeks paramedici en andere gezondheidswerkers, al dan niet met een basisopleiding in de gezondheidszorg.

- Betreffende de erkenningsnormen is te lezen dat licentiaten in de psychologie gemachtigd zijn in de sector van de geestelijke gezondheidszorg. Studieduur en richting worden niet ver­meld.

- Betreffende de autonomie is vermeld dat onder « uitoefening van een beroep in de sector van de geestelijke gezondheidszorg » wordt verstaan de gebruikelijke verrichting van autonome handelingen inzake preventie, onderzoek, opsporing, diagnosestelling, verzorging en begelei­ding van lijden van psychische oorsprong of van psychisch lijden dat verband houdt met een somatische aandoening. Die uitoefening impliceert, zo nodig en zo de patiënt daar om ver­zoekt, een samenwerking tussen de diverse beroepsbeoefenaren die in de gezondheidszorg actief zijn. De term "zo nodig en zo de patiënt daar om verzoekt" stelt de psycholoog kwets­baar­der op dan bij het wetsvoorstel Vandenberghe. De rechtszekerheid van de klinisch psy­cho­loog wordt bij de patiënt en bij de externe beoordelaar gelegd die zijn eigen opvulling kan geven aan het woord "nodig". (Lees in dit verband ook ons artikel Wetgeving en rechtszekerheid.) Overigens kan de vraag gesteld worden of alle beroepen die voorzien worden in het voorstel inderdaad voorbereid zijn om een autonoom gezond­heids­zorgberoep uit te oefenen. Maar de autonomieomschrijving slaat op de gehele groep.

- Betreffende de controle op organen die van belang zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het beroep lezen we dat de Nationale Raad voor de geestelijke gezondheidszorg tot taak heeft de voor Volksgezondheid bevoegde minister­ op diens verzoek dan wel uit eigen be­we­ging adviezen te verlenen in alle aangelegenheden die verband houden met de geestelijke gezondheidszorg en met de noodzakelijke diplomavereisten voor de uitoefening van een beroep in de sector van de geestelijke gezondheidszorg. Die Raad is voor de helft samengesteld uit psychotherapeuten (met inbegrip van de lekenanalisten) en voor de andere helft uit psy­chiaters, universitaire en gegradueerde hulpverleners. Uiteindelijk zullen de klinisch psychologen slechts een kleine minderheid uitmaken in een Raad die beslissend is voor de verdere ontplooiing van hun beroep.

- Verder is het concept van afsplitsing van geestelijke gezondheidszorgberoepen van de andere gezondheidszorgberoepen een verouderde cartesiaanse opsplitsing, weg van het bio-psycho-sociaal denkmodel.

- Waar tot hiertoe enkel de beroepen werden ingeschreven in KB 78, worden nu ook de werk­velden betrokken in de indeling. Sommige beroepen zullen dus een dubbele inschrijving in KB78 krijgen.

- De keuze van beroepen die al dan niet in aanmerking komen voor een geestelijk gezond­heids­zorg beroep mits aanvullende opleiding is soms arbitrair.

- Terwijl men nalaat om KB78 op een positieve wijze te herschrijven, gaat men nu via een toe­gevoegd hoofdstuk ook de bevoegdheid van de artsen bijsturen. Is de wettelijke rege­ling van de uitoefening van de klinische psychologie reeds niet complex genoeg zonder dat men in het­zelfde wetsvoorstel ook nog eens de bevoegdheidsproblematiek van de artsen moet betrek­ken?

- De groep van klinisch psychologen is groot genoeg en maatschappelijk relevant genoeg om daar een afzonderlijke wetgeving voor te maken zonder meteen heel de problematiek van de psychotherapie daarbij te betrekken en zonder meteen achterpoortjes te maken voor personen die geen arts en geen psycholoog zijn en geen gezondheidszorgberoep uitoefenen en toch psychotherapeut willen worden. Laat ons voor de klinisch psychologen een wetgeving maken zoals die er is voor tand­artsen en apothekers.

 

Wat biedt het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. ?

Het wetsvoorstel Vandenberghe plaatst de psychologen ten volle bij de gezondheidszorg beroepen, namelijk in hoofdstuk Iquater. De klinisch psychologen krijgen hun eigen Nationale Raad voor de Klinische Psychologie.

- Betreffende de erkenningsnormen staat vermeld dat de kwalificatievoorwaarden om erkend te worden inzonderheid betrekking hebben op de vakgebieden waarin men moet onderwezen zijn en de stages die men gevolgd dient te hebben in de klinische psychologie. De erkenning mag enkel toegekend wor­den aan de houder van een universitair diploma in het domein van de psychologie dat een op­lei­ding bekroont, die in het kader van het voltijds onderwijs, ten minste vijf studiejaren omvat.

- Betreffende de autonomie wordt bepaald dat als uitoefening van de klinische psychologie wordt beschouwd het gewoonlijk verrichten van autonome handelingen die tot doel hebben de preventie, het onderzoeken, het opsporen, het stellen van een diagnose van psychisch of psychosomatisch lijden bij mensen, en hun behandeling of begeleiding. Om de mogelijkheid van somatische problematiek te laten vaststellen of uitsluiten draagt de beroepsbeoefenaar op elk moment de verantwoordelijkheid te beslissen of de patiënt uitgenodigd moet worden om een arts te consulteren.

- Betreffende de controle op organen die van belang zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het beroep is bepaald dat de Nationale Raad voor klinische psychologie tot taak heeft de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, op diens verzoek of op eigen initiatief, advies te verstrekken over alle aangelegenheden in verband met de uitoefening van de klinische psychologie. In die Raad hebben de psychologen de ruime meerderheid.

 

Welk standpunt neemt KlinPsy dan in ?

- Betreffende de regeling van de uitoefening van de klinische psychologie is het evident dat het wetsvoorstel Vandenberghe de voorkeur geniet.

- De oplossing van de regeling van de psychotherapie zien we voor een latere fase in de rich­ting van speciale beroepstitels per beroep of wat de klinisch psychologen betreft eventueel als ingebed binnen verdere specialisaties van de klinisch psycholoog, maar niet binnen een be­roeps­titel van psychotherapeut als afzonderlijk beroep. Er is ook geen enkele reden waarom de klinische psychologie en de psychotherapie nu samen moeten geregeld worden. Er is in dit land een juridisch vacuum waarin duizenden zorgverleners reeds veertig jaar betrokken zijn. Als onze groep nu komt tot een wettelijke regeling voor een groot gedeelte van hun taken, dan wil dat niet zeggen dat er nu plots een heksenjacht zal komen en dat al de anderen die actief zijn op dat terrein nu plots vogelvrijverklaard zullen worden. Ons land zit zo niet in elkaar. Na de klinisch psychologen, seksuologen en orthopedagogen moet er ook voor andere groepen aan wetgeving gewerkt worden, maar men moet geen eenheidsstatuut toekennen voor groepen met sterk verschillende opleiding.

 

 

Nieuwe publieke stellingnamen

 

In februari 2005 werd vooral in het Franstalig landsgedeelte een plate-forme tekst verspreid, een soort motie ten voordele van het wetsvoorstel Mayeur e.a. Dikwijls werd de tekst ook vergezeld van een artikel van Dohmen over het wetgevend werk betreffende 'le monde psy'.

 

De werkgroep klinische psychologie in de schoot van de BFP-FBP boog zich terug over het wetgevend werk en formuleerde op 23.03.2005 een standpunt dat op 13.04.2005 verspreid werd.

 

Op 04.10 2005 stelde senator De Roeck een schriftelijke vraag in de senaat, op 10.05.2005 stelde volksvertegenwoordiger Goutry van de CD&V binnen de Commissie volksgezondheid van de Kamer een vraag aan de minister en op 16.06.2005 stelde senator Nyssens van de CDH in de plenaire vergadering van de senaat een mondelinge vraag aan minister Demotte over het wetgevend werk.

 

 

Nieuw wetsontwerp op komst in het najaar 2005

 

In de Libre Belgique van 15.09.2005 lezen we dat Minister Demotte de intentie zou hebben om in de loop van oktober 2005 een ontwerp voor te leggen op de ministerraad.

 

Met het vooruitzicht op nieuwe wetsontwerpen en wetsvoorstellen is het belangrijk om inzicht te hebben in de structuur van KB78 en zo te begrijpen waarom bepaalde zinssneden essentiëel moeten voorkomen in een wetsontwerp of wetsvoorstel wil men een autonome beroepsuitoefening voor psychologen garanderen. Hierover publiceerde De Maere een artikel.

 

Wanneer een minister een wetsontwerp voorbereidt, consulteert hij steeds de universiteiten en de beroepssector. Het is gebruikelijk dat deze voorontwerpen niet gepubliceerd worden. In 2004 werd dit doorbroken door de APPPsy die de ontwerpen van de minister publiceerde op de website Forumpsy.

Nu stellen we vast dat de ucl het initiatief nam om het voorontwerp publiek te maken via haar website.

De KlinPsy-site heeft zich steeds gehouden aan de regel van discretie. Nu we op 29.09.2005 ontdekken dat de tekst toch vrijgegeven werd door anderen, zijn we van mening dat het niet enkel de Franstaligen zijn die inzage moeten krijgen. U kunt het voorliggend ontwerp lezen onder deze link. Wie dit KlinPsy-dossier hierboven gelezen heeft weet dat deze site helemaal niet kan akkoord gaan met het voorliggend voorontwerp. Meer gedetailleerde bespreking in dit dossier volgt zodra we de definitieve ontwerptekst hebben.

 

Een eerste evaluatie van het voorontwerp kunt u alvast vinden in het artikel in De Maere van 03.10.2005.
Er is ook een reactie van de Faculteit Psychologische en Pedagogische wetenschappen van de Universiteit Gent en de Universiteit Leuven.

 

Op 21.10.2005 publiceerde ook de Psychologencommissie haar standpunt.

 

Op 25.10.2005 informeerde Volksvertegenwoordiger Goutry via een vraag in de Kamercommissie Volksgezondheid naar de stand van zaken inzake de wetgeving betreffende de psychosociale beroepen.

 

In De Maere van 31.10.2005 werd de tegenstelling besproken tussen de intenties die de minister verkondigde in de Kamercommissie Volksgezondheid en het weinige dat men ervan terugvindt in het wetsontwerp dat door zijn kabinet wordt voorbereid. Verder werd de onwerkbare juridische structuur besproken van de toevoeging in KB78 van de praktijk van geestelijke gezondheidszorg naast de geneeskunde met heel wat overlappingen en kunstmatige scheidingslijnen.

 

In reactie hierop werd dan in De Maere van 14.11.2005 de denkpiste uitgewerkt waarop dit KlinPsy-dossier reeds alludeerde toen op 27.03.2002 het eerste wetsvoorstel Mayeur gepubliceerd werd, namelijk de weg van de positieve definitie van wat geneeskunde is.

Volgens dit voorstel van de KlinPsy-site is de maatschappij even goed beveiligd tegen onbevoegden als nu. De psychologen krijgen autonomie in hun beroepsbeoefening en de huidige competenties van de artsen blijven onaangeroerd. Het wetsvoorstel Gilkinet-Descheemaeker is erin geïntegreerd wat garanties biedt aan de patiënt voor een multidisciplinaire samenwerking van competente gezondheidszorgers. Geen enkel beroep moet ingedeeld worden bij de ‘lichamelijke’ of ‘geestelijke’ gezondheidszorg. Er is eventueel ruimte voor reglementering via bijkomende kamers binnen de wetgeving op de niet-conventionele praktijken. Men kan die gebieden reglementeren waarover er reeds maatschappelijke consensus is, zonder dat er vooraf consensus moet zijn over het hele kader. De structuur van KB78 wordt eenvoudiger in plaats van onwerkbaar ingewikkeld. Via dit voorstel kan het wetsvoorstel Vandenberghe aangepast worden zodat aan de bezorgdheden van de voorstanders van het wetsvoorstel Mayeur en het wetsontwerp Demotte tegemoetgekomen wordt maar dan binnen een eenvoudige en werkbare regelgeving.

 

Op 15.11.2005 Schreef de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie volgende brief naar minister Demotte.

 

Ook de UCL publiceerde op 29.11.2005 haar Analyse provisoire du projet de loi relatif à la réglementation de l'exercice des professions de santé mentale.

 

Tot december 2005 hebben de klinisch psychologen vruchteloos overlegd met het kabinet Demotte om het wetsontwerp bij te sturen. De onderhandelingen zijn uiteindelijk gestrand.

 

Op 09.01.2006 schreef de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten een brief naar de voorzitter van de Senaatscommissie Sociale aangelegenheden. Deze werd later op het internet gepubliceerd, ook op de site van de Vereniging van Vlaamse Huisartsen.

 

Naar aanleiding van twee verschillende vragen in de Kamercommissie Volksgezondheid op 08.02.2006 vertelt Minister Demotte iets over de stand van zaken inzake de wetgeving op de klinische psychologie en andere nieuwe gezondheidszorgberoepen.

 

De Werkgroep Klinische Psychologie – Groupe de Travail Psychologie Clinique die sedert 2000 een groep deskundigen verzamelt uit beide taalgroepen, uit de beroepswereld en uit de academische wereld, werkte nadien een compromisvoorstel uit: De derde Weg. Dit voorstel werd op 20.02.2006 goedgekeurd door de Belgische Federatie van Psychologen – Federation Belge de Psychologues.

 

 

De Derde Weg

 

Zoals in het begin van dit dossier werd uitgelegd, worden de gezondheidszorgberoepen in België geregeld via KB78. Kort samengevat is de basisstructuur dat alle gezondheidszorgen bij de mens het terrein zijn van de artsen en dat er dan voor de andere gezondheidszorgberoepen uitzonderingen worden gemaakt zodat ook zij op delen van het terrein kunnen actief zijn, hetzij autonoom, hetzij onder gezag en toezicht.

 

De eerste weg om de nieuwe beroepen te regelen is deze die gevolgd werd door het wetsontwerp Aelvoet/Tavernier, later overgenomen in het wetsvoorstel Vandenberghe e.a., ingediend in de Senaat. Ook voor de nieuwe beroepen wordt de ‘uitzonderingsformule’ gebruikt. Het is langs die weg mogelijk om autonome beroepsbeoefening aan de klinisch psychologen e.a. te garanderen (met implicatie van aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid tot verwijzing). Het is niet nodig om te sleutelen aan de wetgeving betreffende de geneeskunde. De psychologen e.a. staan vooraan in KB78 bij de autonome beroepen. Ze hebben eigen erkenningscriteria en eigen Organen. Wel is het zo dat via de ‘uitzonderingsformule’ er in de wetgeving een zekere symboliek blijft steken dat de klinisch psychologen geduld worden op terrein van de arts en dat er wordt gesuggereerd dat de arts alle competenties heeft van de psycholoog (maar die had die al sedert 1967 !). Voor sommigen was dit voldoende om in 2003 de voorliggende wetsontwerpen te kelderen.

 

Onder invloed van Franstalige therapieverenigingen, gesteund door de PS, heeft minister Demotte dan de tweede weg bewandeld, die was voorgesteld in het wetsvoorstel Mayeur e.a. in de Kamer, later overgenomen door Cornil en Vienne in de Senaat. In analogie met wat gebeurde in verband met de niet-conventionele praktijken, wordt volgens deze denkpiste een nieuw soort praktijk gedefiniëerd naast de geneeskunst, namelijk de geestelijke gezondheidszorg. Deze denkpiste is niet haalbaar om verschil­lende redenen waarvan we er hier enkele aanhalen. Vooreerst is dergelijke cartesiaanse opsplitsing van ziel en lichaam een wetenschappelijk achterhaald concept. Verder leidt het tot enorme overlappingen in de wetgeving omdat beroepen die reeds wettelijk geregeld zijn, opnieuw wettelijk geregeld worden binnen een andere soort praktijk. Verder worden er nieuwe kunstmatige en onwerkbare scheidingslijnen gecreëerd, die de kwaliteit van de zorgverlening niet bevorderen. Tenslotte is het ook vanuit puur wetgevingsstandpunt een denkpiste die leidt tot interne inconsistenties in KB78 zelf. Naast het feit dat de denkpiste van een afzonderlijke praktijk niet werkbaar is, was het wetsontwerp onaanvaardbaar omwille van de bepalingen die erin voorkwamen inzake definitie, autonomie en beroepsorganisatie van de klinische psychologie zelf. In tegenstelling met wat men van een socialistische partij zou mogen verwachten biedt het ontwerp geen garanties naar betaalbare kwaliteits­zorg voor alle lagen van de bevolking, maar speelt het voluit de kaart van private therapieverenigingen, zonder afdoende kwaliteitsgarantie.

 

Omdat de eerste weg onaanvaardbaar was voor de Parti Socialiste en omdat de tweede weg niet werkbaar was en ook niet nastrevenswaardig, niet in het minst omwille van het voorbijgestreefd wetenschappelijk concept en zwakke kwalteitsgarantie, werd een compromisvoorstel uitgewerkt: de derde weg. De sterke punten uit de eerste en de tweede weg werden op een werkbare wijze gebundeld.

Via een voorstel tot amendement op het wetsvoorstel Vandenberghe e.a. wordt gemaakt dat de uitoefening van de klinische psychologie, de klinische seksuologie en de klinische orthopedagogiek kan ingeschreven worden in KB78, zonder dat daar inconsistenties ontstaan, zonder verwijzing naar de gebiedsomschrijving van de geneeskunde en zonder dat er een nieuw soort praktijk van de geestelijke gezondheidszorg dient gedefinieerd te worden. Dit kan via de positieve definitie van wat geneeskunde is.

Een beetje vereenvoudigd kan men het zo begrijpen:

- In 1967 wilde men de maatschappij beschermen tegen gezondheidszorgen door onbevoegden en ook de uitoefening van de geneeskunde regelen. Men heeft dat gedaan door te zeggen dat wie diagnostiek en behandeling doet van een mens en geen arts is onwettige uitoefening van de geneeskunde doet.

- Volgens de derde weg zegt men dat niemand gezondheidszorgen mag toedienen aan een mens als hij niet in KB78 staat of in de wet op de niet-conventionele praktijken. In het kader van het bevorderen van de multidisciplinariteit en als beveiliging tegen onbevoegdheid van gezondheidszorgers zelf wordt eraan toegevoegd dat men de patiënt moet adviseren een terzake competente gezondheidszorger te raadplegen telkens wanneer de hulpvraag waarvoor de tussenkomst wordt gevraagd de eigen competentie overschrijdt. En dan wordt voor elk beroep opgesomd wat de erkenningscriteria zijn en wat de bevoegdheden.

 

Op die wijze worden de goede elementen van het voorstel Vandenberghe bewaard, worden de nieuwe beroepen op een parallelle wijze toegevoegd zoals bij het ontwerp Demotte en het voorstel Mayeur en wordt er niets veranderd aan de bevoegdheden van de artsen.

 

Wat dan de regeling van de uitoefening van de psychotherapie betreft, wordt duidelijk geopteerd voor de uitvoering van het advies nr 7855 van 13/07/2005  van de Hoge gezondheidsraad die de uitoefening van de psychotherapie wil geregeld zien via bijzondere beroepstitels van gezondheidszorgberoepen op master niveau. Dat is ook de visie van de European Federation of Psychologists’ Associations die 200000 leden vertegenwoordigt (in mei 2005 waren er in Europa 293000 psychologen).

 

Psychotherapie is één van de mogelijke taken van een gezondheidszorger. Psychotherapie vereist verdere bekwaamheden. Naast psychotherapie zijn er nog andere speciale bekwaamheden, zoals gespeciali-seerde diagnostiek, gespecialiseerd advies, neuropsychologie, psychofysiologie, deskundigenonderzoek, ergologie…..

 

Specialisatie inzake psychotherapie wijzigt de diagnostische competentie niet. De beoefenaar behoudt de diagnostische bevoegdheid van het basisberoep, maar verkrijgt autonome psychotherapeutische bevoegdheid. Er wordt afstand gedaan van een uniform beroepsprofiel van ‘de psychotherapeut’.

 

Een tekst met uitvoeriger uitleg over de derde weg, samen met het voorstel voor amendement en een voorstel voor regeling van de psychotherapie via speciale beroepstitels, kan men hier lezen.

 

Op 16.03.2006 kwamen er in de plenaire senaat vragen van enkele senatoren over de stand van zaken.

 

Om de derde weg naar een hedendaagse organisatie van de gezondheidszorgberoepen op een eenvoudige wijze en in directe taal duidelijk te maken werd een afzonderlijke site gemaakt http://www.dederdeweg.info . Er is ook een Franstalige versie http://www.latroisiemevoie.info .

 

Op 26.04.2006 organiseerde minister Demotte een symposium met als titel "De Geestelijke Gezondheid: een essentiële sector die erkend moet worden". De inleidende voordracht van de minister is hier te lezen. De Belgische Federatie van Psychologen nam daar volgend standpunt in.

Een verslag over het symposium verscheen in De Maere van 01.05.2006. Via dit verslag kan men een aantal teksten van de sprekers raadplegen. Voor een aantal andere kan men terecht bij Squiggle. De interventie van Prof. Corveleyn van de KUL is hier te lezen.

 

 

Ook senator Vandenberghe publiceerde een persmededeling. Deze tekst verscheen ook in het frans op de site van de Franstalige ziekenhuispsychologen.

 

Op donderdag 4 mei 2006 was er in de plenaire Senaat een Mondelinge vraag van de heer Lionel Vandenberghe aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het gevolg dat wordt gegeven aan een colloquium inzake geestelijke gezondheidszorg dat de minister op 26 april heeft georganiseerd»

 

Op 23 mei 2006 was er in de Commissie Volksgezondheid van de Kamer een interpellatie van volksvertegenwoordiger Goutry.

 

Op 30 mei 2006 konden we beschikken over de tekst van het amendement dat Senator Vandenberghe op zijn eigen wetsvoorstel indient om het ideeëngoed van de derde weg te realiseren. De tekst kunt u hier lezen.

(Bij de drukker is er in de Nederlandstalige versie een zinnetje de mist ingegaan op pagina 4. Dat wordt nog in orde gebracht. Na de eerste paragraaf op pagina 4 moet volgende zin toegevoegd worden: " « Art. 21duodevicies. — § 1. De klinische psychologie wordt uitgeoefend door de houder van een erkenning toegekend door de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort. "

 

 

Op 13 december 2006 waren er in de Commissie Volksgezondheid van de Kamer opnieuw vragen naar de stand van zaken vanwege de volksvertegenwoordigers Goutry en Vautmans. Minister Demotte verklaarde dat zijn ontwerptekst op de interkabinettenvergaderingen wordt besproken en dat hij hoopt nog voor het einde van de legislatuur een tekst op de ministerraad te kunnen voorleggen.

 

Op 21 december 2006 heeft het Nationaal Comité voor Psychologische Wetenschappen van de Koninklijke Academie van België een schrijven gericht aan Minister van Volksgezondheid Demotte betreffende zijn wetsontwerp inzake de reglementering van de geestelijke gezondheidszorgberoepen. Ze stellen dat het initiatief om een aantal nieuwe beroepen te regelen tegemoet komt aan een noodzaak, maar ze hebben kritiek op de wijze waarop hij het wil doen. Ze kanten zich tegen de afsplitsing van de geestelijke gezondheidszorg van de algemene gezondheidszorg. Ze willen dat elk beroep afzonderlijk ingeschreven wordt in KB78 en dat elk beroep een eigen Nationale Raad heeft. De autonome beroepsuitoefening dient voor de klinisch psychologen te worden gegarandeerd. Volledig in de lijn van het advies van de Hoge Gezondheidsraad wordt de psychotherapie gezien als een specialisatie van gezondheidszorgberoepen met een vooropleiding op masterniveau. Er wordt gevraagd om prioritair werk te maken van de erkenning van klinisch psychologen, orthopeda­gogen en seksuologen en de psychotherapie pas te regelen in een tweede beweging, als specialisatie van gezondheidszorgberoepen.

 

Op 13.03.2007 vroeg volksvertegenwoordiger Goutry in de Kamercommissie volksgezondheid aan minister Demotte hoe de stand van zaken was.

 

Op 15.03.2007 schreef de Belgische Federatie van Psychologen een brief naar de top van de Belgische regering en de voorzitters van de politieke partijen om hun standpunt te vragen over het wetgevend werk inzake klinische psychologie en psychotherapie.

 

Eind april 2007 werd het Belgische Parlement ontbonden met het oog op de nieuwe federale verkiezingen van 10 juni 2007.

Het wetgevend werk in verband met de uitoefening van de klinische psychologie werd daardoor zonder resultaat afgebroken.

 

 

 

De derde ronde

 

Op 17.07.2007 hebben senator Vienne, Mahou en Zrihen in de Senaat opnieuw een wetsvoorstel ingediend dat een kaderwet wil bieden voor de regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen. Het voorstel igt in de lijn van het voorstel van Mayeur en co van de vorige legislatuur, maar maakt dat er nog meer zaken geregeld moeten worden via afzonderlijke KB's. Zo worden de bevoegdheden van de klinisch psychologen niet meer vermeld in de wet zelf.

Op 30.04.2008 werd hetzelfde voorstel ook ingediend in de Kamer door Mayeur, Burgeon, Lambert en Cornil.

 

Op 10.07.2008 werd in de Kamer een wetsvoorstel ingediend door Goutry, Muylle, Van Daele, Schyns en Dallemagne en op 16.07.2008 in de Senaat door Elsen, Beke, Delvaux en Lanjri voor de regeling van de uitoefening van de klinische psychologie, klinische seksuologie en klinische orthopedagogiek. Deze voorstellen volgen de denkpiste van De derde Weg.

 

 

 

 

 

 

 

De wettelijke regeling van de psychotherapie (en counseling)

 

Voorgeschiedenis

 

Werkers in de gezondheidszorg kunnen zich naast hun basisopleiding ook nog verder bekwamen, onder andere in de psychotherapie en de counseling. Er is een enorm groot palet in soorten opleiding. Op onze pagina KlinPsy-Opleiding proberen we een overzicht te geven van opleidingen waarvan we vermoeden dat ze degelijk zijn. Uiteraard zijn er nog een reeks degelijke opleidingen die we nog niet vermelden, soms gewoonweg omdat ze niet op het net staan, of omdat we ze nog niet ontdekt hebben op het net. Maar er bestaan ook heel wat opleidingen waarvan kan getwijfeld worden aan de wetenschappelijke onderbouwing.

 

Het is duidelijk dat de combinatie van een zeer grote variatie in basisopleidingen met een groot palet aan therapieopleidingen resulteert in nog een groter verscheidenheid aan competenties. En dan spreken we uiteraard nog niet over het onderscheid tussen het behalen van een attest en de effectieve beroepsbekwaamheid, en dit in de twee richtingen.

 

Bob Cools, toenmalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen, publiceerde in De Standaard van 17.11.1998 een opiniestuk Psychotherapeut heeft nood aan statuut.

 

Op 3 juli 2000 was er in de Kamer een schriftelijke vraag van Mw  Yolande Avontroodt, VLD aan de  Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu Volksgezondheid betreffende de psychotherapeuten (Vraag 151, pag 4893, pdf-pag 51)

 

Het ministerie van Volksgezondheid was bezorgd om die materie en publiceerde in november 2000 reeds een omzendbrief 'Kwaliteitsgarantie voor de patiënt als uitgangspunt voor de regeling van nieuwe gezondheidsberoepen'.

Een historisch overzicht van de discussie rond psychotherapie is te lezen in Bob Cools: Psychotherapie en counseling: historiek en toekomst van een publiek debat.

 

 

De eerste ronde

 

In het jaar 2000 nam het ministerie van volksgezondheid een initiatief om de titel van psychotherapeut en counselor te gaan beschermen. Ruwweg geschetst zou men de opleiding voor psychotherapie openstellen voor psychiaters en klinisch psychologen en de opleiding voor counselor voor dezelfde groepen, aangevuld met een aantal andere licentiaten en graduaten. Daar kwam heel wat protest tegen.

 

Op 27 april en 18 mei 2001 organiseerde de Julie Renson Stichting een Beurs Therapeutische Opleidingen en debatten rond de wettelijke regeling van psychotherapie en counseling (27 april 2001 en 18 mei 2001) Via de wat onduidelijke navigatie in de linker groene marge, kan men de Introductie, Debatten, Reacties, Conclusies en Resultaten raadplegen.

 

Bij deze discussie mogen we niet voorbijgaan aan de tekst van de European Federation of Psychologists Associations betreffende de Training Standards for Psychologists specializing in Psychotherapy.

 

In een tekst van het cabinet van Volksgezondheid van 30.01.2002 lezen we:  Momenteel wordt een voorontwerp van wet voorbereid waarin de toegang tot de psychotherapie wordt verbreed tot alle beroepsgroepen van het Hoger Onderwijs voor zover ze na hun basisopleiding tevens een welomschreven vooropleiding (theoretische vakken + klinische stage) en bovendien een specifieke psychotherapeutische opleiding hebben gevolgd.”

 

Op 09.09.2002 publiceert het kabinet van Volksgezondheid een voorstel van wetsontwerp over de uitoefening van de psychotherapie. Er wordt uitdrukkelijk bij vermeld dat “Deze tekst wordt als voorstel van wetsontwerp door het kabinet Volksgezondheid ter discussie voorgelegd op interkabinetten­vergaderingen. De tekst is dus niet definitief en kan nog wijzigen alvorens deze aan de ministerraad wordt voorgelegd.”

 

Op 23.10.2002 publiceert de BFP het verslag van de commissie psychotherapie.

 

Op 07.11.2002 verschijnt de tekst van het wetsontwerp op de website van Volksgezondheid.

 

Op 29.11.2002 is er een persbericht van de Belgische Regering dat het wetsontwerp inzake psychotherapie naar de Raad van State wordt gestuurd voor advies binnen de drie dagen.

 

Op 19 december 2002 publiceren de drie decanen van de Vlaamse Faculteiten Psychologie en Pedagogische Wetenschappen hun gezamenlijk standpunt over de wetsontwerpen.

 

Op 20.12.2002 is er een persbericht van de Belgische Regering dat het wetsontwerp inzake psychotherapie mag worden ingediend bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

 

In januari 2003 werd het ontwerp dan ingediend in de kamer:

 

Wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorg­be­roepen met het oog op de regeling van de uitoefening van de psychotherapie.

(dossier 50K2224 – start 14.01.2003)

 

Op 19 maart 2003 waren er hoorzittingen in de Kamercommissie Volksgezondheid. Van een aantal personen is de tekst beschikbaar: De Meulemeester,  Mampuys, Van Broeck, Corveleyn, Missiaen.

 

Op 1 april 2003 verscheen een studie van Testaankoop Psychotherapieën op de divan : de ervaring van 14 000 patiënten.

 

Begin april 2003 publiceert de FOD Volksgezondheid een rapport uit januari 2003 over het onderzoeksproject : Beroepsprofiel van de psychotherapeut in België.

 

Met het oog op nieuwe verkiezingen werd het parlement ontbonden op 8 april 2003. Het wetgevend werk rond de psychotherapie wordt voor onbepaalde tijd verdaagd.

 

De tweede ronde

 

Bij het begin van de 51ste zitting van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers werden na korte tijd een paar wetsvoorstellen ingediend door ECOLO.

Het betreft enerzijds een herindienen van het wetsvoorstel Gilkinet en Descheemaeker, maar nu door kamerlid Gerkens:

Wetsvoorstel tot wijziging van koninklijk besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, wat de samenwerking tussen de beroepsoefenaars in de gezondheidssector betreft.

(dossier 51K0028 – ECOLO – 25.06.2003)

Anderzijds is er het

Wetsvoorstel tot reglementering van de uitoefening van de beroepen uit de sector van de geestelijke gezondheidszorg, in het raam van de gezondheidszorgberoepen.

(dossier 51K0232 – ECOLO – 29.09.2003)

 

Om een bijdrage te leveren tot de oplossing inzake wettelijke regeling van de psychotherapie heeft deze site in het KlinPsy-magazine De Maere van 15.09.2003 een suggestie gedaan in de richting van een regeling van de psychotherapie als bijzondere beroepstitel per beroep en niet als afzonderlijk beroep.

 

Op 03.03.2004 dient de Parti Socialiste in de Kamer een gewijzigde versie van het wetsvoorstel Mayeur in. Op 08.07.2004 dienen de senatoren Cornil en Vienne van de PS, in de Senaat een wetsvoorstel in dat identiek is.

 

Binnen deze context kan het nuttig zijn te volgen wat er op Europees vlak gebeurt.

 

In februari 2005 werd vooral in het Franstalig landsgedeelte een plate-forme tekst verspreid, een soort motie ten voordele van het wetsvoorstel Mayeur e.a. Dikwijls werd de tekst ook vergezeld van een artikel van Dohmen over het wetgevend werk betreffende 'le monde psy'.

 

De werkgroep klinische psychologie in de schoot van de BFP-FBP boog zich terug over het wetgevend werk en formuleerde op 23.03.2005 een standpunt dat op 13.04.2005 verspreid werd.

 

Op 04.05.2005 gaf Minister Demotte een Speech op de Algemene Vergadering van de Hoge Gezondheidsraad. Daarin zei hij: " Ik bestudeer eveneens de mogelijkheid om verscheidene beroepen op het gebied van de geestesgezondheid te erkennen, vooral wat betreft de psychologen. In dit verband heb ik met veel interesse opgemerkt dat een werkgroep bestaande uit multidisciplinaire deskundigen uit de verschillende therapierichtingen op het ogenblik op de Raad werkzaam is om de laatste hand te leggen aan een rapport over het specifieke gebied van de psychotherapieën."  Meer informatie over die werkgroep die zich met psychotherapie bezig houdt is te vinden in het Jaarverslag 2004 van de Hoge Raad (pdf-pag 11).

 

Op 14.06.2005 verschijnt er in de Libre Belgique een artikel met interview van de directeur van de Ligue bruxelloise francophone pour la santé mentale. Spijtig dat mensen die in de krant schrijven na vier jaar kennelijk niet de tijd hadden om de voorliggende wetsvoorstellen te lezen.

 

De Hoge Gezondheidsraad publiceerde een advies:  Psychotherapieën: definities, praktijk, erkenningsvoorwaarden waarin duidelijk gesteld wordt dat psychotherapie een gespecialiseerde opleiding is van een gezondheidswerker met een basisdiploma op masterniveau.

 

Wanneer een minister een wetsontwerp voorbereidt, consulteert hij steeds de universiteiten en de beroepssector. Het is gebruikelijk dat deze voorontwerpen niet gepubliceerd worden. In 2004 werd dit doorbroken door de APPPsy die de ontwerpen van de minister publiceerde op de website Forumpsy.

Nu stellen we vast dat de ucl het initiatief nam om het voorontwerp publiek te maken via haar website.

De KlinPsy-site heeft zich steeds gehouden aan de regel van discretie. Nu we op 29.09.2005 ontdekken dat de tekst toch vrijgegeven werd door anderen, zijn we van mening dat het niet enkel de Franstaligen zijn die inzage moeten krijgen. U kunt het voorliggend ontwerp lezen onder deze link. Wie dit KlinPsy-dossier hierboven gelezen heeft weet dat deze site helemaal niet kan akkoord gaan met het voorliggend ontwerp. Meer gedetailleerde bespreking volgt binnenkort.

 

Besprekingen van het wetsontwerp Demote zijn te vinden in artikels in De Maere van  03.10.2005, en later van 31.10.2005, 14.11.2005 en 12.12.2005.

Er is ook een reactie van de Faculteit Psychologische en Pedagogische wetenschappen van de Universiteit Gent en de Universiteit Leuven.

 

Op 25.10.2005 informeerde Volksvertegenwoordiger Goutry via een vraag in de Kamercommissie Volksgezondheid naar de stand van zaken inzake de wetgeving betreffende de psychosociale beroepen.

 

Op 15.11.2005 Schreef de Vlaamse Vereniging voor psychiatrie volgende brief naar minister Demotte.

 

Op de website van squiggle werd de versie van 28.11.2005 van het wetsontwerp Demotte gepubliceerd. In die versie zou men opnieuw toelaten dat de klinisch psychologen handelingen stellen op het domein van de diagnostiek en de behandeling, maar niet autonoom (in tegenstelling met de mensen die een therapieopleiding van 500 contacturen volgden bovenop een graduaat).

 

Tot december 2005 hebben de klinisch psychologen vruchteloos overlegd met het kabinet Demotte om het wetsontwerp bij te sturen. De onderhandelingen zijn uiteindelijk gestrand.

 

Op 09.01.2006 schreef de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten een brief naar de voorzitter van de Senaatscommissie Sociale aangelegenheden. Deze werd later op het internet gepubliceerd, ook op de site van de Vereniging van Vlaamse Huisartsen.

 

Op 18.01.2006 was er een reactie van het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen op het wetsontwerp Demotte.

 

Naar aanleiding van twee verschillende vragen in de Kamercommissie Volksgezondheid op 08.02.2006 vertelt Minister Demotte iets over de stand van zaken inzake de wetgeving op de psychotherapie.

 

De Werkgroep Klinische Psychologie – Groupe de Travail Psychologie Clinique die sedert 2000 een groep deskundigen verzamelt uit beide taalgroepen, uit de beroepswereld en uit de academische wereld, werkte nadien een compromisvoorstel uit: De derde Weg. Dit voorstel werd op 20.02.2006 goedgekeurd door de Belgische Federatie van Psychologen – Federation Belge de Psychologues. Voor de bespreking van deze derde weg verwijzen we naar vorige rubriek over de wettelijke regeling van de klinische psychologie.

 

De derde weg biedt een directe oplossing voor de wettelijke regeling van de klinische psychologie, de klinische seksuologie en de klinische orthopedagogie.

Wat dan de regeling van de uitoefening van de psychotherapie betreft, wordt duidelijk geopteerd voor de uitvoering van het advies nr 7855 van 13/07/2005  van de Hoge gezondheidsraad die de uitoefening van de psychotherapie wil geregeld zien via bijzondere beroepstitels van gezondheidszorgberoepen op master niveau. Dat is ook de visie van de European Federation of Psychologists’ Associations die 200000 leden vertegenwoordigt (in mei 2005 waren er in Europa 293000 psychologen).

 

Psychotherapie is één van de mogelijke taken van een gezondheidszorger. Psychotherapie vereist verdere bekwaamheden. Naast psychotherapie zijn er nog andere speciale bekwaamheden, zoals gespecialiseerde diagnostiek, gespecialiseerd advies, neuropsychologie, psychofysiologie, deskundigenonderzoek, ergologie…..

 

Specialisatie inzake psychotherapie wijzigt de diagnostische competentie niet. De beoefenaar behoudt de diagnostische bevoegdheid van het basisberoep, maar verkrijgt autonome psychotherapeutische bevoegdheid. Er wordt afstand gedaan van een uniform beroepsprofiel van ‘de psychotherapeut’.

 

Een tekst met uitvoeriger uitleg over de derde weg, samen met het voorstel voor amendement en een voorstel voor regeling van de psychotherapie via speciale beroepstitels, kan men hier lezen.

 

Op 22.02.2006 publiceert de Fédération des associations belges de psychanalyse - Federatie van belgische psychoanalytische verenigingen een open brief waarin ze opkomen voor een specifieke erkenning van de psychoanalyse. In de open brief distantiëren men zich van de “psychiaters, psychologen en een aantal beroepen die in de praktijk met kwesties van de geestelijke gezondheid geconfronteerd worden”. Ze willen een specifieke erkenning van de psychanalyse als afzonderlijke discipline en als psychotherapiemethode. Dit betekent dat ze terugkomen op het standpunt dat ze vorige zomer innamen samen met de andere therapierichtingen in het advies van de Hoge Gezondheidsraad. Daar was de consensus dat psychotherapie een specialisatie was van een gezondheidszorgberoep op master-niveau. Opvallend is ook dat er bij de ondertekenaars heel wat voortrekkers zitten van het ‘plate-forme van therapieverenigingen’ waarvan ze zich zich nu kennelijk distantiëren. Nog meer opvallend is dat men schrijft dat men ten zeerste betreurt dat men ‘nauwelijks bij het voorbereidend overleg betrokken’ werd, terwijl er bij de ondertekenaars mensen staan die bij elk overleg op het kabinet aanwezig waren om dan nog maar te zwijgen over het feit dat het ontwerp Demotte overvloedig geïnspireerd werd door het wetsvoorstel Mayeur waarvan de beïnvloeding door de APPPsy geen geheim is. Lees ook dit. In het begeleidend schrijven bij de petitie en de open brief stellen de initiatiefnemers dat de open brief uitgaat van “L’ensemble des associations belges de psychana­lyse”. Er zijn alvast belangrijke Vlaamse Verenigingen die niet bij de ondertekenaars staan. Het zou nuttig zijn te weten of dezen zich distantiëren. We nemen er verder nota van “dat in België al meer dan vijftig jaar wetenschap­pelijke verenigingen voor psychoanalyse bestaan”.

 

Op 22.02.2006 verscheen er in La dernière Heure een artikel “Combattre les charlatans”. Hoe waardevol de bezorgdheden van de minister ook zijn, het is toch wel opmerkelijk hoe een wetgevingsproject kan verschui­ven. De klinisch psychologen namen het initiatief om de uitoefening van hun beroep wettelijk te regelen. Men heeft dat gekoppeld aan de regeling van de klinische seksuologie en de klinische orthopedagogiek. De goedkeuring daarvan werd dan politiek gekoppeld aan een wetgeving van de psycho­therapie. En uiteindelijk wordt nu ook al de aanpak van sekten en genezers erbij gehaald.

Zou het niet zinvol zijn om een goede wet te maken betreffende de uitoefening van de klinische psychologie, de klinische seksuologie en de klinische orthopedagogiek en dan een regeling te maken voor de psycho­therapie via bijzondere beroepstitels. Het kan een aansporing zijn voor andere beroepen die gezondheids­zorgen leveren om ook hun beroep wettelijk te regelen en eventueel te voorzien in bijzondere beroepstitels.

En wat de aanpak van genezers en charlatans betreft, is er ooit in 1967 een KB78 geschreven dat onwettige uitoefening van geneeskunde verbiedt… Als die bestaande wetgeving nu niet bruikbaar is voor de aanpak van grove overtredingen dan zal een wettelijke reglementering van de psychotherapie dat later ook niet zijn. Overigens, welke weg men ook gaat bij de wettelijke regeling van de psychotherapie, voordat men zover gekomen is dat de individuele registratie van elke psychotherapeut op punt staat zodat men onwettige uitoefening van de psychotherapie als basis kan gebruiken voor vervolging, zijn we, alle geruchten ten spijt, weeral een kleine tien jaar verder.

Academisch gevormde klinisch psychologen worden geschaad door een maatschappelijk debat dat hun gerechtvaardigd verlangen voor een wettelijk statuut steeds opnieuw koppelt aan de problematiek van heel de middeleeuwse jaarmarkt van allerlei kwakzalvers en genezers, en aan de aanpak van sekten. Uiteindelijk hebben de klinisch psychologen daar net zo weinig mee te maken als elk ander beroep.

En de aanpak van sekten vraagt een afzonderlijke en uitgebreider wetgeving dan de regeling van de psychotherapie. Als de sekteleiders zich uitgeven als genezers of psychiaters kan men met de bestaande wetgeving inzake geneeskunde optreden als men wil. Als ze zich uitgeven als psychologen kan men ze vervolgen op basis van de titelbescherming van de psychologen. Als ze zich uitgeven als religieuzen zal men met de op handen zijnde wetgeving ook niets kunnen doen. Pas als de sekte zich uitgeeft als psychothe­rapie­vereniging en de leiders zich ten onrechte als psychotherapeuten uitgeven is er inderdaad een raakvlak met het actuele wetgevend werk. In zijn ontwerp kent de minister een grote rol toe aan de beroepsverenigingen die bevoegd worden voor opleiding en erkenning van de psychotherapeuten. In zijn antwoord van 08.02.2006 in de Kamercommissie Volksgezondheid stelt hij dat die beroepsverenigingen een belangrijke rol zullen spelen in de strijd tegen de sekten. Opleiding onder controle van universiteiten en regelgeving en controle door de overheid lijkt dan toch een veiliger weg. Het is net alsof men de verkeersregelgeving in handen zou geven van automobilistenbonden. Er zullen er nogal wat ontstaan. Privaat initiatief inzake regelgeving kan helpen als de overheid tekortschiet, maar de overheid moet haar tekortschieten niet actief gaan plannen.

 

Op 16.03.2006 kwamen er in de plenaire senaat vragen van enkele senatoren over de stand van zaken.

 

Op 26.04.2006 organiseerde Minister Demotte een Symposium met als titel "De Geestelijke Gezondheid: een essentiële sector die moet erkend worden". Een bespreking daarvan is te lezen in De Maere van 01.05.2006. Vanuit die bespreking kan men doorklikken naar een aantal teksten die toen gebracht werden. Op de site van Squiggle zijn er nog een paar bijkomende teksten terug te vinden. De interventie van Prof. Corveleyn van de KUL is hier te lezen.

 

De gedragstherapeuten die op het Symposium niet eens vertegenwoordigd waren hebben op 28.04.2006 een persmededeling gegeven: "Contestation du projet de loi r.demotte sur la sante mentale". Meteen is ook duidelijk dat de scheidingslijn voor de ondersteuning van het wetsontwerp Demotte niet op de taalgrens ligt.

 

Vermelden we ook dat het Platform nu een eigen website heeft. Dat ze andere standpunten verdedigen dan deze van KlinPsy is hun goed democratisch recht. We willen wel opmerken dat ze op hun site nog steeds dezelfde onwaarheden verkondigen over het wetsontwerp Aelvoet als jaren terug. ("Van Franstalige kant, heeft de gehele sector van de geestelijke gezondheidszorg, alle strekkingen samen, hevig gereageerd tegen deze voorstellen die de niet-geneeskundige beroepen van de geestelijk gezondheidszorg "para-medicaliseerde" (door hun werk afhankelijk te maken van een voorschrift van een geneesheer, zonder vooruitzicht op een terugbetaling voor de patiënt)"). Het zou toch goed zijn als deze mensen eens zouden tonen waar dit staat in het wetsontwerp Aelvoet, nu wetsvoorstel Vandenberghe.

 

Op donderdag 4 mei 2006 was er in de plenaire Senaat een Mondelinge vraag van de heer Lionel Vandenberghe aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het gevolg dat wordt gegeven aan een colloquium inzake geestelijke gezondheidszorg dat de minister op 26 april heeft georganiseerd»

 

Op 23 mei 2006 was er in de Commissie Volksgezondheid van de Kamer een interpellatie van volksvertegenwoordiger Goutry.

 

In november 2006 was er ook de publicatie van het Standpunt van de Raad van Bestuur (RvB) van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie vzw (VVPT vzw) betreffende de wettelijke regeling van de titel ‘psychotherapeut’ en de uitoefening van psychotherapie.

 

Op 13 december 2006 waren er in de Commissie Volksgezondheid van de Kamer opnieuw vragen naar de stand van zaken vanwege de volksvertegenwoordigers Goutry en Vautmans. Minister Demotte verklaarde dat zijn ontwerptekst op de interkabinettenvergaderingen wordt besproken en dat hij hoopt nog voor het einde van de legislatuur een tekst op de ministerraad te kunnen voorleggen.

 

Op 21 december 2006 heeft het Nationaal Comité voor Psychologische Wetenschappen van de Koninklijke Academie van België een schrijven gericht aan Minister van Volksgezondheid Demotte betreffende zijn wetsontwerp inzake de reglementering van de geestelijke gezondheidszorgberoepen. Ze stellen dat het initiatief om een aantal nieuwe beroepen te regelen tegemoet komt aan een noodzaak, maar ze hebben kritiek op de wijze waarop hij het wil doen. Ze kanten zich tegen de afsplitsing van de geestelijke gezondheidszorg van de algemene gezondheidszorg. Ze willen dat elk beroep afzonderlijk ingeschreven wordt in KB78 en dat elk beroep een eigen Nationale Raad heeft. De autonome beroepsuitoefening dient voor de klinisch psychologen te worden gegarandeerd. Volledig in de lijn van het advies van de Hoge Gezondheidsraad wordt de psychotherapie gezien als een specialisatie van gezondheidszorgberoepen met een vooropleiding op masterniveau. Er wordt gevraagd om prioritair werk te maken van de erkenning van klinisch psychologen, orthopeda­gogen en seksuologen en de psychotherapie pas te regelen in een tweede beweging, als specialisatie van gezondheidszorgberoepen.

 

In januari 2007 was er ook een nieuwe persmededeling van de AEMTC (Association pour l'Etude, la Modification et la Thérapie du Comportement). Op hun website is ook een brief aan de minister te lezen evenals hun standpuntbepaling in verband met het wetgevend werk in verband met de psychotherapie.

 

Op 13.03.2007 vroeg volksvertegenwoordiger Goutry in de Kamercommissie volksgezondheid aan minister Demotte hoe de stand van zaken was.

 

Op 15.03.2007 schreef de Belgische Federatie van Psychologen een brief naar de top van de Belgische regering en de voorzitters van de politieke partijen om hun standpunt te vragen over het wetgevend werk inzake klinische psychologie en psychotherapie.

 

Eind april 2007 werd het Belgische Parlement ontbonden met het oog op de nieuwe federale verkiezingen van 10 juni 2007.

Het wetgevend werk in verband met de uitoefening van de psychotherapie werd daardoor zonder resultaat afgebroken.

 

 

De derde ronde

 

Op 17.07.2007 hebben senator Vienne, Mahou en Zrihen in de Senaat opnieuw een wetsvoorstel ingediend dat een kaderwet wil bieden voor de regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen. Het voorstel igt in de lijn van het voorstel van Mayeur en co van de vorige legislatuur, maar maakt dat er nog meer zaken geregeld moeten worden via afzonderlijke KB's.

Op 30.04.2008 werd hetzelfde voorstel ook ingediend in de Kamer door Mayeur, Burgeon, Lambert en Cornil.

 

Hoewel het in eerste instantie niet gaat om wetgeving die de psychotherapie wil regelen is het in deze context te vermelden dat op 10.07.2008 in de Kamer een wetsvoorstel werd ingediend door Goutry, Muylle, Van Daele, Schyns en Dallemagne en op 16.07.2008 in de Senaat door Elsen, Beke, Delvaux en Lanjri voor de regeling van de uitoefening van de klinische psychologie, klinische seksuologie en klinische orthopedagogiek. Deze voorstellen liggen in het verlengde van het wetsvoorstel Vandenberghe en co uit de vorige legislatuur, aangevuld met het amendement dat door dezelfde personen werd ingediend.

 

Op 24.11.2008 dienden Avontroodt, della Faille de Leverghem en Vautmans in de Kamer een wetsvoorstel in dat ertoe strekt de titel van psychotherapeut te beschermen en de opleiding van de psychotherapie te regelen met het oog op de bescherming van de patiënt en de psychotherapeut.

 

 

menu

* Wettelijke regelingen in sector arbeids- en organisatiepsychologie

 

Nog in opbouw

 

Vereniging voor Organisatie-, Consumenten- en Arbeidspsychologen

 

Bureaus voor Private Arbeidsbemiddeling - De erkenningsregeling - gedragscodes

 

DECREET met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest (13.04.1999)

 

BESLUIT van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest (08.06.2000)

 

MINISTERIEEL BESLUIT tot uitvoering van de artikelen 7, § 5 en 13, tweede lid van het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest (29.09.2000)

 

 

 

 

 

menu

* Wettelijke regelingen in sector educatieve psychologie

 

Nog in opbouw.

 

Vlaamse Vereniging voor Schoolpsychologie

 

Regelgeving Centra voor Leerlingenbegeleiding

 

 

 

 

menu

 

 

* Tewerkstelling

 

Zie KlinPsy-dossier Tewerkstelling

 

Zie ook KlinPsy-Vacatures

 

Zie ook het KlinPsy-dossier over de BTW-plichtigheid van de psycholoog

 

 

menu

 

 

* Beroepsorganisaties

 

Bijna alle Beroepsverenigingen van Psychologen zijn aangesloten bij de Belgische Federatie van Psychologen

 

Verwijzingen kan men ook vinden in KlinPsy-Wegwijzer bij organisaties van Psychologen

 

 

 

 

menu

 

* Europa

 

De Raad van Europa

 

De Resolutie 78(61) van de Raad van Europa, goedgekeurd op 29.11.1978 door het Ministercomité, on the role of the psychologist as a member of a medical team caring for parents, children and adolescents, is van groot belang geweest voor de psychologen.

 

De Raad van Europa publiceerde in 1987 een rapport “Role of the psychologist in prevention and education for health”.

 

Op 07.03.2005 ondertekende België de Convention on the Recognition of Qualifications concerning Higher Education in the European Region.

 

 

De Europese Unie

 

Belangrijk in het kader van de Europese eenmaking zijn volgende richtlijnen:

Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten.

en

Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG

 

Richtlijnen zijn een vorm van wetgeving die de lidstaten bindt wat het resultaat betreft. De nationale instanties mogen vorm en middelen kiezen wanneer ze die richtlijnen omzetten in nationale wetgeving.

België heeft de Europese Richtlijn omgezet in het Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, teneinde uitvoering te geven aan de Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten.
Dit KB werd dan nog eens bekrachtigd in de wet van 21 januari 1999.

Men kan best de coördinatie van de Wet tot bescherming van de titel van psycholoog van 08.11.1993 lezen.

Voor psychologen met een niet-Belgisch diploma is volgende passage belangrijk: ““De duur van de leergang post-secundaire studies gevolgd door de houders van een diploma bedoeld in artikel 1, 1°, g, moet minimum vijf jaar zijn. Als dat niet het geval is, moeten ze een beroeps­ervaring bewijzen die overeenkomt met het dubbele van de ontbrekende opleidingsperiode, zonder dat de duur van de aldus vereiste beroepservaring meer dan vier jaar mag bedragen.”  Wie dus in een ander land van de Unie psycholoog wordt na vier jaar studies moet nog twee jaar beroepservaring bewijzen om in België de titel van psycholoog te mogen dragen.

Om deze regelgeving te begrijpen kan men naast de wetgeving zelf ook best eens volgende webpagina’s lezen:
- Op de site van de Europese unie kan men
algemene informatie vinden.
- Diezelfde informatie, maar dan verder toegepast op de verschillende landen kan men ook inkijken op de site Dialoog van de Europsese Unie.
- Nuttig is ook deze
Gids voor gebruikers van het algemeen stelsel van erkenning van beroepskwalificaties.

Er is een nationaal informatiepunt voor de richtlijnen 89/48 en 92/51.

 

Voor meer informatie kan men zich ook wenden tot de Nationale Informatiecentra voor de academische erkenning (NARIC : "National Academic Recognition Information Centres").

 

Wie informatie zoekt over banen en leermogelijkheden in Europa bezoekt best ook eens EURES, het Europese portaal voor beroepsmobiliteit.

Het is duidelijk dat collega’s met buitenlands diploma best contact opnemen met de psychologencommissie. Deze is bevoegd betreffende het voeren van de titel van psycholoog in België.

In 2001 verscheen richtlijn 2001/19 die enkele veranderingen aanbrengt aan richtlijn 89/48. In deze geconsolideerde tekst werd richtlijn 2001/19 geïntegreerd in de 89/48. (Deze Europese richtlijn werd pas op 21.01.2005 omgezet in interne Belgische wetgeving.)

Via de programmawet van 09.07.2004 (zie artikel 252) heeft de Belgische regering in de wet op de bescherming van de titel van psycholoog een artikel ingevoegd zodat de aanpassing van de Belgische wetgeving aan de Europese Richtlijnen voortaan via een KB zou kunnen.

Op 16.02.2005 verscheen in het staatsblad het Koninklijk besluit van 20.01.2005.  tot wijziging van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog.
(Uit de laatste zinnen van art 1 van dit KB mag men niet haastig concluderen dat de bijkomende eis van twee jaar beroepservaring afgeschaft is voor wie slechts vier jaar psychologie studies deed aan een buitenlandse universiteit. Art 2 van het KB van 24.01.1997 blijft bestaan. Dit artikel is overigens in overeenstemming met Artikel 4 van de Europese richtlijn 89/48 dat nog steeds van kracht is.)

Op 10.09.2005 heeft deze site een beslissingsboom gepubliceerd inzake de Procedure voor het verkrijgen van de titel van Psycholoog in België. Personen die in België de titel van psychologen willen voeren worden er op een gestructureerde wijze doorheen de Belgische wetgeving geleid en vernemen welke stappen ze best kunnen zetten.

Ondertussen werkt de Europese Unie aan een nieuwe Richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. U kunt de vorderingen en de ontwerpteksten nakijken via volgende link. Achtergrondinformatie kan men hier lezen.
(In deze ontwerpteksten wordt wel gedacht om de bijkomende eis van beroepservaring bij kortere studieduur te vervangen door een proeve van bekwaamheid dan wel een aanpassingsstage. Er wordt nog gediscussiëerd over wie mag kiezen. Zie o.a. de mededeling van 06.01.2005.
Belangrijk in de nieuwe ontwerptekst is evenwel dat de mogelijkheid geboden wordt voor gemeenschappelijke platformen. Zie verder hieronder bij 'De EFPA en de Europese Unie')

Op 30.09.2005 is de nieuwe Europese Richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties 2005/36/EC gepubliceerd.

 

- - -

Inzake psychotherapie is volgende studie nuttig:
Het Directoraat Interne Markt van de Europese Gemeenschap publiceerde een rapport XV/E/9926/3/95-EN (17.08.1998)over de positie van de psychologen en psychotherapeuten in Europa. De titel van het document luidt “Psychologists, Psychotherapists and Related professions – Member states replies to commission questionnaire. Duitsland, Griekenland, Spanje, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Finland, Zweden en het United Kingdom hebben de vragenlijst beantwoord. De antwoorden van de lidstaten worden weergegeven, maar er is geen bespreking, analyse of synthese toegevoegd. Er bestaat geen elektronische versie van dat rapport. Geïnteresseerden kunnen het bestellen bij de “European Commission, Directorate General XV, Regulated professions, Wetstraat, 200, 1049 Brussel.

 

De European Federation of Psychologists Associations

 

In 1981 werd de European Federation of Psychologists Associations opgericht.  De Belgische Federatie van Psychologen (opgericht op 01.12.1979) is daarbij aangesloten.

De EFPA publiceerde in 1990 de Optimal Standards for professional training in Psychology.  Er is momenteel ook een korte tekst “Standards for professional training in psychology higher than the Bologna declaration”.

De EFPA publiceerde eveneens het document: Training Standards for Psychologists specializing in Psychotherapy.

 

De EFPA en de Europese Unie

 

- Zoals in 1999 bleek uit een schriftelijke vraag aan de Europese Commissie, heeft de Commissie niet het voornemen een specifieke regeling voor het beroep van psycholoog en dat van psychotherapeut voor te stellen. Maar er zijn wel een paar initiatieven die elkaar kruisen:

 

- Sedert enkele jaren werkt de EFPA aan een Europsychologist diploma.  Dit zou moeten operationeel zijn in 2004. Zie het artikel “European Union Directive on the recognition of professional qualifications !” van voorzitter Tikkanen in het septembernummer 2002 van de EFPA Newsletter online.
De
European Framework for Psychologists' Training heeft een afzonderlijke website over die problematiek.

 

- Tegelijkertijd verscheen in 2002 het voorstel voor Europese richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties. In de oorspronkelijk gepubliceerde FAQ’s was expliciet vermeld dat de richtlijn ook betrekking had op het beroep van psycholoog. Meer informatie over erkenning van beroepskwalificaties op Europees niveau is hier te vinden. Het volledige dossier kunt u opvolgen via volgende link.

 

- Deze twee initiatieven lijken elkaar gevonden te hebben. Op 1 oktober 2002 heeft EFPA-voorzitter Tikkanen dan in het Europees Parlement deze verklaring afgelegd. Op 9 maart 2003 verscheen op de website van de EFPA dan volgende verklaring van voorzitter Tikkanen.

- Ondertussen is het voorstel tot richtlijn goedgekeurd en geamendeerd in het Europees Parlement. De tekst van het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties is op 20.04.2004 door de Commissie vastgelegd.

Vervolgens kregen we de publicatie van een Gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld op 21 december 2004 met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, met bijhorende motivering.

Op 6.1.2005 verscheen het ge­meenschappelijk standpunt van de Raad inzake met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Euro­pees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties.

Op 11.05.2005 was er de Statement on Recognition of Professional Qualifications Directive.

Op 01.06.2005 bracht de Europese Commissie haar advies uit op de amendementen van het Europees Parlement in tweede lezing op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De Commissie aanvaardt alle 34 amendementen. Er kan verwacht worden dat de Richtlijn binnenkort in derde lezing door de Raad en het Parlement zal goedgekeurd worden.
De vorderingen in dit dossier kunnen hier opgevolgd worden.

 

- EFPA-voorzitter Tikkanen schrijft volgende commentaar op de goedkeuring in eerste lezing door het Europees Parlement. Hij geeft in april 2004 ook een overzicht over de stand van zaken betreffende het Europees Psychologie diploma. Het laatste overzicht van de stand van zaken werd op 17.02.2005 gepubliceerd.

- Op 30.06.2005 publiceert EFPA-voorzitter Tikkanan volgend bericht. De weg wordt geopend voor het opstellen van een Europees platform met minimum-vereisten voor de opleiding tot psycholoog zodat er een automatische erkenning mogelijk wordt zonder compenserende maatregelen. Het betreft artikel 15 van de nieuwe richtlijn. Zolang er niets gerealiseerd wordt via artikel 15 blijft het evenwel noodzaak attent te blijven voor artikel 14 dat die compenserende maatregelen regelt, om te voorkomen dat Europa weer eens nivelleert naar onder toe.

Wie geïnteresseerd is om te vernemen hoe het verlopen is met de initiatieven om de psychotherapie te regelen via de nieuwe richtlijn, kan best eens volgende pagina lezen.

 

In juli 2005 was er in Granada een congres met algemene vergadering van de EFPA. Op de website van de EFPA lezen we: "The proposal for a European Diploma in Psychology (EuroPsy) was also accepted by the General Assembly as a basis for experimenting in member countries and consultation with the European Union." Er is een volledige brochure beschikbaar over het EuroPsy-diploma. Er was ook een rapport over de psychotherapie die gezien wordt als een bijzondere beroepstitel.

 

Op 30.09.2005 is de nieuwe Europese Richtlijn betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties 2005/36/EC gepubliceerd.

 

 

Buurland Nederland

 

Informatie over de regeling van het beroep van Psycholoog en klinisch psycholoog in Nederland is te vinden op de website van het Nederlands Instituut van Psychologen. In Nederland heeft men de Wet BIG, dat is een wettelijke regeling van de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg die onder meer de beroepsuitoefening van de gezondheidszorgpsycholoog en van de psychotherapeuten regelt. Om de wetgeving na te lezen klik hier en vink links naast ‘staatsblad’ en vul rechts als vrij woord of zinsdeel ‘psychotherapeut’ in en u krijgt zowel de wetgeving over gezondheidszorgpsycholoog als over psychotherapeut. Het BIG-register kan men raadplegen op het internet. De Association des Psychologues d'Institutions hospitalières heeft de tekst over de gezondheidszorgpsycholoog vertaald en is op hun site te raadplegen onder de rubriek documents.

 

 

 

Buurland Frankrijk

 

Meer informatie over de titelbescheming in Frankrijk is op een afzonderlijke pagina te vinden.

 

 

 

menu

 

 

Dit is een niet-officiële en niet-commerciële site.

De standpunten die op deze pagina soms worden ingenomen zijn uiteraard niet bindend
voor de organisaties die naar deze of naar andere pagina’s van deze site verwijzen.

Laatst bijgewerkt: 15.02.2009