La Luna v.z.w.

- Argentijnse tango

Tangovisie

 

Passie en erotiek: dat is het cliché waarmee de tango doorgaans wordt opgezadeld. En toch heeft de tango veeleer andere kenmerken: omarming, verbondenheid, intimiteit. Het is blues, maar tegelijk is er ook het plezier van de dans, het enthousiasme van twee danspartners, de energie en de kick. Tango is gedeelde vreugde. Het is samen zijn, maar ook alleen - want na de dans gaat ieder toch weer zijn eigen weg.


Tango, zo luidt het klassieke verhaal, is de dans die in de tweede helft van de 19e eeuw ontstaan is in de armenwijken van Buenos Aires, uit een smeltkroes van culturen, uit de heimwee en het verlangen van ontheemden op zoek naar een nieuwe identiteit. Eerst was de tango de dans van de marginalen, nadien die van de nachtclubs in de havenbuurt, maar toen modieus Parijs in de jaren ‘20 voor de tango viel, ontdekte ook het thuisland zijn eigen product.


Tango werd de inspiratie voor een massa componisten en dansorkesten. Het werd de nationale dans van Argentinië, totdat aan het einde van de jaren ‘50 de tango uitdoofde - samen met de generatie die hem danste. Sinds de jaren ‘80 kent de tango een tweede jeugd. Die begon langs deze kant van de oceaan. Van hieruit verovert de tango opnieuw Argentinië.


Tango is geen makkelijke dans. Het is fijn lichaamswerk, een taal met een logische en zeer sobere vorm. Je leert het niet van vandaag op morgen: het vraagt tijd en oefening. Tango is namelijk geen taal van woorden, maar van voelen en gevoeld worden. Er worden geen afspraken vooraf gemaakt, zelfs niet over welke voet zich het eerst zal verplaatsen. Gevoeligheid voor de danspartner, daar gaat het om. De tangodansers moeten leren elkaar vast te nemen, aan te raken, te omarmen - er bestaat geen geschikt woord om het uit te drukken. Dat vastnemen is zo subtiel, dat het soms jaren bijschaven vergt. De danspartners vinden het ene moment een houding waarin ze elkaar soms heel dicht benaderen - rakelings of rakend - en het volgende ogenblik creëren ze de ruimte die nodig is voor één van de partners, of voor allebei. Nu eens staan ze op eigen benen, dan weer gebruiken ze elkaars lichaamsgewicht, om samen een evenwicht te vinden. De bewegingen zijn duidelijk, maar niet dwingend, zacht, maar niet slap, met overtuiging, maar niet grotesk, en vooral zonder franjes.


De muziek speelt een cruciale rol. Tangomuziek is niet eenvoudig. Ze geeft niet alleen de cadans aan voor de stappen, ze is ook een bron van inspiratie. De dansers zullen haar interpreteren, ze zullen versnellen, vertragen, uitdeinen, stoppen en weer doorgaan op haar melodie. De figuren en passen die ze onder de knie hebben, gaan ze verknippen, plakken, aanpassen aan het ritme van de muziek die hen goed in de oren zit. Ze dansen op muziek die ze goed kennen, die hen aanspreekt.


Denk jij nu: ik ben geen danser, dit is te moeilijk voor mij? Wellicht vergis je je dan, want elke beweging, elke houding, elke pas leer je stap voor stap. Ook het leerproces op zich is boeiend, dus er is geen haast bij. Geniet van je eerste en je volgende stappen... tot de tango ook voor jou een passie wordt.