Bijdragen |
|
Schatten uit het oude MexicoJos Martens |
|
|
MATOS MOCTEZUMA, E., SOLIS OLGUIN, F.
e.a. Aztecs. Tentoonstellingspublicatie Londen, The Royal Academy of Arts, 2002, 520 blz. LEYENAAR, T., VAN ZANTWIJK, R.,
SOLIS, F. e.a. DEVISSCHER, H. (eindred.), Lichaam en Kosmos. Precolumbiaanse sculptuur uit Mexico, Tentoonstellingspublicatie, Gent, Snoeck, 2004, 229 blz. EICHBERGER, D. (redactie), Dames met Klasse. Margareta van York en Margareta van Oostenrijk, Tentoonstellingspublicatie, Davidsfonds, Leuven, 2005, 367 blz. |
|
Hoe verklaar je dat wij allen, die haar leren kennen, meteen gefascineerd raken door de oude Azteekse wereld van Tenochtitlan, de Mexicaanse hoofdstad, die gedoemd was in de handen van Cortés te vallen?
Exotisme? Zeer zeker. Maskers van jade, vederen hoofdtooien, vrouwen als precieuze vogels, steile piramiden en terrassen, gekroond met bloemen; het doordringende ritme van de fluiten en teponaztli: zovele toverdranken die ons in vervoering meenemen, als eertijds de heilige paddestoelen en de peyotl, in een droomuniversum, verdwenen, voorgoed. Een ietwat vertroebelde aantrekkingskracht op de geciviliseerde westerling, die zich wrokkig voelt in zijn confrontatie met een andere beschaving, met een totaal afwijkende levensvisie? Zeker. Hoe zouden wij anders kunnen dan ons vragen stellen, geplaatst voor een cultuur die tweepolig tenover elkaar stelt: de delikaatste poëzie en geraffineerde ethiek enerzijds, de duizeling van de dood anderzijds; het bloed in verkwistende overvloed vergoten op de altaren, het macabere symbolisme van de religieuze kunst? Tenochtitlan. Een wereld zo gracieus en gewelddadig. En de sleutel -of een der sleutels- tot deze wereld is de permanente spanning tussen deze twee polen, gesymboliseerd door Quetzalcoatl, de Gevederde Slang, cultuurheros, uitvinder van kunsten en wijsheid en de donkere Tezcatlipoca, astrale en oorlogzuchtige godheid. Jaques Soustelle |
|
|
Drie tentoonstellingen lichtten recent in West-Europa voor korte tijd een tipje op van de sluier die nog steeds over de pre-Columbiaanse beschavingen van Meso-Amerika
hangt. De vierde stellen we even kort
voor, omdat Mexico er slechts een zeer bescheiden plaats inneemt, maar wel een nieuw licht werpt op de belangstelling van onze eigen heersers voor de Nieuwe Wereld, bijna vijfhonderd jaar geleden. De tweede, 'Kunstschatten uit het Oude Mexico' (De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 3 maart tot 30 juni 2002) was ruimer dan de eerste (in Londen en later in Bonn); de derde, 'Lichaam en Kosmos. Pre-Columbiaanse sculptuur uit Mexico'(6 november 2004 - 23 januari 2005 ING Cultuurcentrum, Brussel) verraste door haar thematische ordening. De tweede belichtte tevens een aantal voor-Azteekse culturen als die der Totonaken, Zapoteken, Mixteken... Die kwamen in Londen slechts heel even aan bod. Welbeschouwd zijn tentoonstellingen als deze een merkwaardige
zaak. Zij vragen jaren voorbereiding en kosten stukken van mensen aan verzekeringspremies, transport, lonen van medewerkers, promotie enz. Ze zijn big business geworden, ook in ons land. Financiële experts berekenen hoeveel honderdduizenden bezoekers men moet lokken om uit de kosten te raken. De zoektocht naar auteurs, zowel voor de begeleidende essays als voor de objectenbeschrijving in de eigenlijke catalogus -allen experts op hun terrein- start eveneens lange tijd vooraf, van zodra het concept van de tentoonstelling vorm begint aan te nemen. De schrijvers dienen aangepord om de deadline voor hun bijdragen te respecteren (een haast onmogelijke opgave, waardoor elke catalogus pas op de valreep of zelfs daarna klaar ligt voor de kooplustigen); de artikels moeten op elkaar afgestemd; een eindredacteur haalt de onvermijdelijke overlappingen eruit, zendt de essays terug naar afzender voor correctie enz. enz. Dan start de publiciteitscampagne in kranten, tijdschriften, op speciaal gecreëerde websites en -niet te vergeten- televisie. De massa's komen en staan soms urenlang aan te schuiven voor de kassa en daarna drummend voor de toonkasten om even een glimp op te vangen van de voorwerpen. Voor de schitterende Pompeii-tentoonstelling in het Brusselse Jubelpark, hoogtepunt van Europalia Italië 2003, lukte het ons zelfs niet om binnen te geraken! En dan gaan de kastjes weer dicht, de kisten het vliegtuig op richting thuishaven. En alles is vervlogen, even efemeer als sigarenrook in de avond. Catalogi worden zelden gerecenseerd in literaire tijdschriften of op websites. Ten onrechte. Het zijn al lang niet meer 'praatjes bij plaatjes'. De laatste decennia hebben zij zich ontwikkeld tot standaardwerken waarin specialisten een meestal leesbare, want voor een ruim publiek bestemde, prachtig geïllustreerde synthese brengen van vele jaren wetenschappelijke detailstudie. Vooral de Londense catalogus is een kanjer, 520 bladzijden, 2,6 kg zwaar, groter en zwaarder dan mijn laptopcomputer! Die kanjer zal nog jaren een standaardwerk blijven, niet omdat de tentoonstelling zoveel groter was dan de grote Brusselse Aztekenexpositie uit 1987 -346 nummers tegen 359 in Londen- maar omwille van de bijdragen. Alle coryfeeën van de Mexicanistiek zijn vertegenwoordigd, tot en met Miguel León Portilla, de nestor van het gilde, met een bijdrage over Aztec codices, literature and philosophy (p. 64), zijn levenslang specialisme. (Hoewel, bij het herlezen van een aantal essays uit de Brusselse catalogus treft hoeveel uitstekende artikels daarin stonden - en hoe erbarmelijk ze vaak vertaald werden!) Opvallend is trouwens hoeveel dezelfde mensen artikels hebben geschreven voor de drie catalogi die we hier in extenso presenteren. Opvallend ook hoezeer het kosmologische wereldbeeld als referentiekader en uitgangspunt fungeert, vergeleken met vroegere studies. (Dit twintig jaar nadat we in ons tijdschrift een hele reeks artikels publiceerden over 'Urbanisatie en wereldbeeld in precolumbiaans
Meso-Amerika' |
|
|
Kunstschatten uit het Oude Mexico. Een goddelijke reis, Amsterdam, 2002.
In Wereldbeschouwing en samenleving in Meso-Amerika (p. 33 e.v.) beklemtoont de Nederlandse Nahuatl-specialist
Rudolf van Zantwijk Eén aspect van de Meso-Amerikaanse cultuur heeft de Europeanen vanaf het begin met rillende sensatiezucht dan wel afkeer vervuld: de mensenoffers (p. 222). Alle religies kennen vormen van offeren. Lees er de bijbel maar op na. Maar zelden nam het offer een zulkdanige plaats in als hier. Al sinds de Mexicaanse oudheid ontwikkelden deze culturen een traditie van offeren, in de vorm van giften aan de voorouders en godheden. Het ging daarbij voornamelijk om objecten die waren gemaakt van aardewerk, stof, hout, been, metaal of andere materialen. Doorgaans werden deze in manden of gaten in de grond of in piramiden of paleizen geplaatst en later met aarde of stenen bedekt. Eigen aan alle pre-Columbiaanse culturen is het bloed- en mensenoffer. Uit de mythologieën blijkt dat de goden zichzelf offerden ten einde het universum in stand te houden. De mensen, geschapen door de goden, hadden met hetzelfde doel de plicht om het kostbaarste te offeren dat een mens bezit: zijn eigen bloed of het leven zelf. Het offeren van bloed was bovendien nodig om de aarde op magische wijze vruchtbaar te maken. Bij zelfverwonding stroomde bloed, dat werd opgevangen en geofferd. Bij de verwonding volgde men in sommige culturen, zoals in West-Mexico, patronen. De littekens die daarbij na verloop ontstonden, veroorzaakten een versiering op het lichaam die de status van de drager verhoogde. Mensen werden geofferd nadat hun verdovende middelen waren toegebracht. Het hart werd kloppend en wel uit het nog levende lichaam gerukt en aan de goden geofferd. Volgens de mythen vloog een adelaar met het hart of de ziel van de geofferde naar het hiernamaals. (cat.nrs. 180-193) |
|
Inhoud
|
|
|
Olmeeks ca 1000 v.C. |
|
| Lichaam en kosmos
Bij een tentoonstelling schrijft de recensent gemakkelijk dat er unieke stukken te zien zijn. Voor Lichaam en kosmos is dat onbetwistbaar het geval. Vele van de getoonde werken waren nog nooit eerder in Europa. Een dergelijk project zal dan ook niet snel geëvenaard worden. De tentoonstelling omvatte een tweehonderdtal items, afkomstig uit meer dan veertig musea en archeologische sites verspreid over heel Mexico. Ze zijn ontstaan tussen 1200 v. C. en de komst van de Europeanen in 1521. Door deze kunstwerken te verenigen wordt de onmiskenbare eenheid van de Meso-Amerikaanse cultuur benadrukt. Een groot aantal basiskarakteristieken van die cultuur bleven inderdaad nagenoeg ongewijzigd gedurende de hele pre-Columbiaanse periode, die niet minder dan 3000 jaar beslaat. De kenmerken kunnen worden aangetroffen bij alle volkeren - de Olmeken, de Maya's en de Mexicanen - hoe verschillend hun talen en artistieke expressies ook zijn. Lichaam en kosmos neemt de kosmologische visie van de verschillende volkeren als uitgangspunt. De geëxposeerde stukken reflecteren de symbolische betekenis van hun complexe visie op de wereld en het universum. De tentoonstelling omvat verschillende secties: de mens als centrum van het universum, vruchtbaarheidsrituelen, kosmische rituelen en begrafenisrituelen. Dit opzet maakt duidelijk dat de pre-Columbiaanse kunst uit Mexico niet alleen een eigen plastische logica bezit, maar tegelijkertijd getuigt van een eigen kosmogonie. Het opzet van de tentoonstelling oversteeg het traditioneel archeologische. Chronologische en etnografische aspecten ondersteunden een artistiek project waarin de pre-Columbiaanse kunstwerken beschouwd worden als creaties die, door tegenstellingen en gelijkenissen, refereren aan een zowel imaginair als reëel universum. Deze visie sluit geheel aan bij de gedachtewereld van die tijd die de kunst begiftigde met een tegelijkertijd angstaanjagend maar uitzonderlijk plastisch gevoel en een uitgesproken realiteitszin. Naast hun religieuze waarde en praktische functie bezitten deze werken, ontstaan in een context die vaak erg verschilt van onze cultuurwereld, uitgesproken artistieke en esthetische kwaliteiten die universeel toegankelijk zijn. |
|
Essays
|
|
| Margareta van Oostenrijk en de Nieuwe Wereld
Wist je dat Margareta van Oostenrijk in haar Mechelse paleis
een der oudste en grootste collecties pre-Columbiaanse voorwerpen uit Mexico
bezat? Margareta was landvoogdes van de Nederlanden tot bij haar dood in 1530. Zij was tevens de dochter van Maria van Bourgondië (+1482) en de tante van Karel V, die aan haar hof is opgegroeid. Op 20 augustus 1523 schenkt de jonge keizer een deel van de 'Schat van Moctezuma', die Hernan Cortés hem in 1519 had opgezonden om hem gunstig te stemmen, aan zijn 'bonne Tante et plus que mère', de allereerste verzameling exotica uit het pas veroverde Mexico… Op de tentoonstelling werden die voorwerpen, die we kunnen terugvinden in de inventaris van haar bezittingen, zo goed mogelijk opgespoord. Op p. 299 duikt de Waldseemüller-kaart op, waaraan we in dit tijdschrift vorig jaar een hele artikelreeks wijdden. Jammer dat de twee folio's uit de Codex Mendoza (p. 296 en 300), niet correct zijn afgedrukt, maar in spiegelbeeld. |
|
|
|
|
Mesoamerican Sites and World-Views. A Conference at Dumbarton Oaks. October 16th and 17th, 1976. Ed. E.P. BENSON. Washington DC, Dumbarton Oaks Research Library and Collections, 1981. 245 blz. Cosmovision - het Nederlands kent alleen het naar ons gevoel ontoereikende wereldbeeld als term - was toentertijd een nauwelijks geëxploreerde invalshoek in de amerikanistiek. In de vijfde aflevering van de reeks brachten we tevens de eerste bijdrage in het Nederlands over de toen pas beëindigde opgravingen van de Templo Mayor. |
|
VAN ZANTWIJK, R., 'Met mij is de zon opgegaan'. De levensloop van Tlacayelel (1398 - 1478), de stichter van het Azteekse rijk, Prometheus, Amsterdam, 1992, VAN ZANTWIJK, R., De zon en de arend. Duizend jaar Azteekse vertelkunst, Amsterdam, Prometheus, 1996. |
|
|
|
![]() |
Deze pagina is een onderdeel van een site met frames. |