Bijdragen |
|
Roeling, S. Terugblik
op een Wereldtijdperk.
|
|
Op geen enkel ander terrein van de archeologie zijn kennis en ideeën binnen zeer korte tijd zo sterk veranderd als in het Maya-onderzoek. Enkele decennia geleden geloofde men nog dat de Maya vreedzame, maïs verbouwende boeren waren, die door priesters werden gemaand de hemellichamen in de gaten te houden en de tijd te vereren. Dit geïdealiseerde beeld was volkomen uit de lucht gegrepen en ontstond uit de behoefte de Maya te stellen tegenover de ‘bloeddorstige’ Azteken. Nu is gebleken dat zij werden geregeerd door koningen en adel, die net zo machtswellustig en ijdel waren als alle potentaten elders in de wereld. Nog steeds valt in veel boeken te lezen dat zij eenvoudige brandrooilandbouw bedreven en uitsluitend maïs verbouwden, maar inmiddels is reeds 20 jaar bekend dat ze al sinds het Preklassiek vormen van intensieve landbouw hadden ontwikkeld. Sterker, de hele indeling in Preklassiek, Klassiek, Postklassiek... is eigenlijk volkomen irrelevant geworden nu het begin van hun cultuur door nieuwe archeologische ontdekkingen steeds verder naar het verleden wordt geduwd. Om
een idee te geven: jarenlang hebben wij met het Instituut voor Amerikanistiek
initiatiecursussen gegeven over de culturen van Meso-Amerika. Voor
actualisering van de syllabus, waarvan de eerste druk uit 1982 stamt, zouden
wij voor het deel over de Azteken voldoende hebben aan drie bladzijden. Het
deel over de Maya dient echter volledig herschreven. Probleem was dat tot op
heden geen enkel werk voorhanden was, waarin de resultaten van recente
archeologische opgravingen tot een (voorlopige) synthese zijn samengebracht.
De laatste uitgave van “The Mysterious
Maya” van E. en G. Stuart bij National Geographic dateerde al van 1983.
Er zijn natuurlijk de uitstekende werken van de betreurde Amerikaanse
paleografe Linda Schele en haar medewerkers (
En er is sinds kort ook het magistrale boek onder redactie van Nikolas Grube, "Maya.De goddelijke koningen van het regenwoud" (Keulen, Könemann 2001). Met zijn keur internationale experts voor de afzonderlijke onderwerpen, 480 blz. vrij kleine druk en bijna drie kg gewicht vormt het een ware schatkamer waarmee je voor zorgvuldige lectuur wel enkele maanden zoet blijft. Een ideale inleiding voor beginnelingen kun je het echter moeilijk noemen. Dure en luxueus geïllustreerde kijkboeken die elkaars inhoud eindeloos herkauwen, vind je voldoende in ons taalgebied. Wat ontbrak in het Nederlands, was een synthesewerk dat in bevattelijke taal en dito formaat zowel basisinformatie brengt voor de geïnteresseerde beginneling, als een overzicht van de vaak spectaculaire ontdekkingen uit de laatste decennia. Sebastiaan Roeling doet thans een zeer verdienstelijke poging om deze lacune op te vullen.
De cultuur raakt vergeten, tot in 1839 de Amerikaanse diplomaat en ontdekkingsreiziger John Lloyd Stephens en de tekenaar Catherwood de geruchtenmolen volgen en de steden een na een vinden, tekenen en bekend maken via een succesrijke reeks boeken. Stephens
was er als een der weinigen van overtuigd dat de voorouders van de huidige
Maya de tempelsteden hadden gebouwd en niet afstammelingen van de Egyptenaren
of de ‘Verloren stammen Israels’. Bleef er het raadselachtige hiërogliefenschrift
op de monumenten en in de codices. Mayanisten dachten een ‘steen van
Rosetta’ gevonden te hebben in het ‘alfabet’ dat Diego de Landa tekende
in zijn Relación de las cosas de Yucatán. Dat klopte niet, omdat de Landa
verkeerdelijk vertrok van de hem vertrouwde Europese schrijfstijl, waaraan het
Mayaschrift niet beantwoordt. In 1562 laat diezelfde de Landa hele
bibliotheken met Mayaboeken verbranden, een ramp zonder weerga. Slechts vier
codices overleefden de vernietiging. In de 19de eeuw werden eerst de getallen
en de astronomische berekeningen ontcijferd. Vooral Eric Thompson droeg in de
20ste eeuw bij tot de verspreiding van het stereotiepe beeld van de Maya als
vredig volk, bezeten door tijdrekening en astronomie, "een volk dat de
tijd aanbad"( Vlak
na de Tweede Wereldoorlog vindt een Russische officier, Joeri Knorosov, in de
verbrande bibliotheek van Berlijn een boek met het ‘alfabet’ van de Landa
en reproducties uit enkele Maya-codices. Hieruit leidde hij af dat de
Maya-gliefen een syllabisch schrift weergaven. De Sovjetautoriteiten
publiceerden zijn bevindingen met veel propagandistische bombarie (het was
volle Koude Oorlog), zodat vooral Thompson ze afdeed als onzin. Kort daarop
vond de jonge talentvolle Tatiana Proskouriakoff in Mexico het boekje van
Knorosov. Zij borduurde hierop voort en zorgde voor een nieuwe vooruitgang in
de decodering van de gliefen ( Een
definitieve doorbraak kwam er op de ‘Mesa Redonda’ van Palenque in 1973
waar Linda Schele en anderen de theorieën van Knorosov en Proskouriakoff
integreerden, wat voerde tot enkele van haar baanbrekende werken na 1985 ( Wij
zijn wat langer bij het schrift blijven stilstaan, omdat een behoorlijke
bespreking van alle aspecten uit dit boekje onmogelijk is. Roeling besteedt
heel wat aandacht aan de Maya-mythologie van de Popol Vuh en de kosmologie, de
tijdrekening, de samenleving en de kunstvormen ( Het
boek sluit af met een bibliografie, enkele appendices (over koolstofdatering,
Maya-getallen, correlatie van de tijdrekening) en een lijst van interessante
websites. Voegen wij eraan toe dat je meer informatie kunt halen op de website
van Sebastiaan Roeling zelf: Jos Martens |
|
![]() |
Deze pagina is een onderdeel van een site met frames. |