Oriëntatie- en Behandelingseenheden.


MINISTERIE VAN JUSTITIE
BESTUUR STRAFINRICHTINGEN
Studiën en Algemene Zaken
1629/XII
12 juli 1994
BETREFT : Oriëntatie- en Behandelingseenheden.
Mevrouw, Mijnheer de Directeur,
Hierbij verwijs ik naar de circulaire 1119/I van 26 juli 1971 waarbij de oprichting van de observatie- en behandelingseenheden (OBE) werd gemeld. De toen aangekondigde, progressieve uitbreiding werd de daaropvolgende jaren niet doorgevoerd wegens budgettaire beperkingen. In het kader van de uitvoering van het contract met de burger en het meerjarenplan, door mij opgesteld, zal dit nu wel gebeuren.
Er zal een gedecentraliseerd beleid gevoerd worden. Dat heeft tot doel de gespecialiseerde psycho-sociale hulpverlening voor een zo groot mogelijk aantal inrichtingen en veroordeelden toegankelijk te maken.
I. SPREIDING, SAMENSTELLING, WERKING, LEIDING
A. Spreiding en Samenstelling
Om aan verschillen qua capaciteit, ligging van de inrichtingen en samenstelling van de populatie veroordeelden tegemoet te komen wordt een onderscheid gemaakt tussen OBE's die als een enkele of uitgebreide module zijn samengesteld. Tevens wordt in bepaalde gevallen voorzien dat eenzelfde equipe meerdere inrichtingen zal bedienen.
Een enkelvoudige module bestaat uit : een lid van de directie aangeduid door het hoofd van de inrichting, een deeltijds geneesheer-antropoloog, een voltijds psycholoog, een voltijds maatschappelijk assistent en een voltijds opsteller. In een uitgebreide module is er een bijkomende voltijdse psycholoog en voltijds maatschappelijk assistent voorzien. Een soepele bovenbouw die nationaal functioneert bestaat uit twee voltijdse psychologen, één per taalrol en een tweetalig opsteller.
B. Werking
De oprichting en verdere uitbouw worden verdergezet in 1994.
C. Leiding
De nationale leiding van de OBE's wordt waargenomen door de geneesheer-directeur van de penitentiair antropologische dienst die hierin wordt bijgestaan door twee geneesheer-antropologen hoofd van dienst, één per taalrol.
De geneesheer-directeur is bereikbaar op het Hoofdbestuur waarnaar alle correspondentie dient gericht te worden. De geneesheer-antropologen hoofd van dienst zijn bereikbaar op hun respectievelijke standplaats.
Een dagelijks bestuur bestaande uit de geneesheer-directeur en de geneesheer-antropologen hoofd van dienst, de psychologen nationaal toegevoegd, twee leden van de directie van de buitendiensten, twee maatschappelijk assistenten en twee psychologen werkzaam in OBE's wordt opgericht.
Dit dagelijks bestuur komt minstens éénmaal per maand samen en heeft als opdracht de opvolging en de werking van de OBE's te waarborgen, te waken over de keuze en de toepassing van methoden en technieken en ook vormingsprojecten voor te stellen. Tevens bepaalt het de taakverdeling en de inhoudelijke aspecten van het werk.
De vertegenwoordigers van de Dienst maatschappelijk werk en strafrechtstoepassing, één per taalrol, worden aangeduid door de directeur van deze dienst. De vertegenwoordigers van de directieleden, één per taalrol, worden aangeduid door de inspecteurs-generaal. De vertegenwoordigers van de psychologen, één per taalrol, worden aangeduid door de geneesheer-directeur. Deze aanduidingen gelden voor twee jaar.
De samenstelling van het dagelijks bestuur wordt door de geneesheer-directeur ter goedkeuring voorgelegd aan de directeur-generaal van de strafinrichtingen.
II. DOELGROEP
OBE-equipes worden belast met de sub III opgelegde taken voor opgeslotenen die veroordeeld zijn. Diegenen die onder de toepassing van de wet tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers vallen behoren tot de bevoegdheid van de commissie tot bescherming van de maatschappij en de voor deze taken aangeduide personeelsleden. De opvang van beklaagden en niet definitief veroordeelden wordt verzekerd door de hiertoe aangestelde maatschappelijk assistenten, geneesheren, psychiaters en psychologen. Uitzonderlijk en in overleg met de directeur kunnen occasioneel tussenkomsten door OBE'leden gebeuren ten behoeve van beide hogervermelde groepen.
DE OBE-equipe wordt tegens in overleg met de directeur, belast met taken ten behoeve van het personeel die kunnen bijdragen tot de optimalisering van hun professioneel functioneren. De essentiële opdrachten in dit domein worden opgesomd sub III/B/2.
In de huidige fase van uitbouw dienen de activiteiten zich tot de hierna omschreven opdrachten te beperken. Andere taken kunnen na evaluatie van het jaarverslag mits mijn goedkeuring aan de OBE's toevertrouwd worden.
III. BEVOEGDHEID - OPDRACHTEN
A. Bevoegdheid
Personeelsleden werkzaam in observatie- en behandelingseenheden staan administratief en voor alle aspecten die de orde, de veiligheid en de goede werking van de inrichting betreffen onder de bevoegdheid van de directeur van de inrichting.
Wat de methodologische en inhoudelijke uitoefening van de taken betreft. Maatschappelijk assistenten werkzaam in de OBE-equipes hangen hiërarchisch af van de directie van de Dienst maatschappelijk werk en strafrechtstoepassing. Psychologen en geneesheer-antropologen staan onder de bevoegdheid van de geneesheer-directeur. Voor personeelsleden die met administratieve taken zijn belast is het hoofd van de inrichting bevoegd behalve voor wat de uitoefening van hun opdracht betreft, hem of haar toevertrouwd in het kader van de OBE. De opvolging van zijn of haar administratieve taken gebeurt in overleg met de coördinator van de OBE.
B. OPDRACHTEN
De werking van observatie- en behandelingseenheden moet bijdragen tot de humane uitvoering van de straf. In die zin dienen zij alle inspanningen die in de inrichting, vroeger, nu en in de toekomst, ondernomen worden om het klimaat van psycho-sociaal welzijn te vergroten te ondersteunen.
Naast deze algemene taakomschrijving heeft de OBE twee onlosmakelijk verbonden opdrachten in de penitentiaire inrichting te vervullen :
1. De actie tegenover de gedetineerden.
2. De actie tegenover personeelsleden die tewerkgesteld zijn in de inrichting.
1. DE ACTIE TEGENOVER DE GEDETINEERDEN
a. Verzorgende opdracht
Deze omvat alle tussenkomsten van medische, psychologische, psychiatrische en sociale aard die een specifieke professionele kennis vereisen en betrekking hebben op de individuele behandeling van veroordeelden.
b. Adviserende opdracht
- Advies t.b.v. de directie : bij de uitvoering van de behandeling van betrokken gedetineerden wordt het personeel van de inrichting nauw betrokken. De directeur, of de door hem aangewezen plaatsvervanger, neemt deel aan de werkzaamheden van de OBE-equipe in het kader van zijn of haar opdracht de activiteiten in het geheel van de inrichting te oriënteren en te begeleiden.
De directeur kan om een concrete tussenkomst ten behoeve van bepaalde gedetineerden vragen wanneer hiervoor aanwijzingen bestaan. Individuele behandelingsplannen door het OBE team opgemaakt worden in overleg met de directie geëvalueerd.
Het opmaken en uitbrengen van een advies, op vraag van de directie, is dwingend wanneer het de voorbereiding van een mij te verlenen advies betreft. Deze adviesverlening moet binnen de gestelde termijn gebeuren.
- Advies t.b.v. de Minister : aan de voorbereiding van het advies dat voorzien is in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling, de voorlopige invrijheidstelling, gratieverzoek, penitentiair verlof, de toepassing van art. 21 van de wet van 1 juli 1964 en de bijzondere vormen van strafuitvoering dienen de observatie- en behandelingseenheden hun medewerking te verlenen.
c. Coördinerende opdracht
De pluriformiteit van de problemen die opgeslotenen kunnen kenmerken maakt het niet mogelijk dat de OBE-equipe in alle gevallen over de mogelijkheden beschikt om de vereiste taken met eigen middelen uit te voeren. Het is dan ook aangewezen om gespecialiseerde instituten en personen, die in de regio werkzaam zijn, bij de actie te betrekken.
In de toekomst kan ernaar gestreefd worden om OBE's te specialiseren in de aanpak van bepaalde categoriale groepen. Actueel wordt deze specialisatie niet gerealiseerd, ze kan slechts in de toekomst overwogen worden na evaluatie van de huidige werking.
2. ACTIES TBV HET PERSONEEL
De werking van een OBE kan slechts doeltreffend zijn wanneer penitentiaire beambten kennis hebben van de taken van de OBE en bereid zijn om eraan mee te werken. Daarom dient de OBE aan de permanente vorming van het personeel grote aandacht te besteden. Aanvullend aan opleidingen die residentieel gegeven worden, of extern worden georganiseerd is er een specifieke opleidingstaak op het lokale vlak.
- de OBE moet toegankelijk zijn voor personeelsleden die hun optreden tegenover en omgaan met gedetineerden wensen te bespreken. Deze toegankelijkheid dient doelgericht nagestreefd en bevorderd te worden.
- bijzondere aandacht dient uit te gaan naar die personeelsleden die het slachtoffer werden van traumatische ervaringen tijdens de uitoefening van het beroep. Zij dienen, indien nodig en door hen gewenst, opgevangen, begeleid en/of geïnformeerd te worden over de gespecialiseerde externe voorzieningen, personen en/of instituten.
IV. DOSSIERVORMING - BEWARING VAN GEGEVENS - BEROEPSGEHEIM
a. Opmaken en bijhouden van het individueel antropologisch dossier
Van elke veroordeelde die door de OBE wordt onderzocht dient een antropologisch dossier opgemaakt te worden. Dit dossier moet uniform opgesteld zijn, en de neerslag bevatten van alle onderzoeken, tussenkomsten en beslissingen die door OBE leden werden gedaan gedurende de detentie. Een model zal hiervoor ontwikkeld worden, het gebruik ervan is verplicht.
Het samenstellen, bewaren, actualiseren en optimaliseren van deze antropologische dossiers is een opdracht die onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid valt van alle leden van de equipe. De aangewezen opsteller houdt administratie van deze dossiers.
b. Het bewaren van de antropologische dossiers
Het antropologisch dossier vergezelt elke veroordeelde tijdens zijn verblijf in de strafinrichting(en). Na zijn invrijheidstelling wordt het in een centraal archief ondergebracht dat door het bestuur van de strafinrichtingen wordt beheerd. Antropologische bundels blijven eigendom van het bestuur der strafinrichtingen. Bij de wijze van bewaring en mededeling zal de circulaire 721 R/VIII van 27 juli 1957 toegepast worden.
c. Beroepsgeheim
Aanvullend aan de specifieke deontologische regels waaraan professionele groepen werkzaam in een OBE-eenheid gebonden zijn, moeten de bepalingen aangaande het beroepsgeheim zoals vastgelegd in de circulaire 1346/IV.3 van 27 maart 1979 hier onverminderd toegepast worden.
V. INTERN REGLEMENT
Een intern reglement dat de organisatie van de concrete activiteiten van de OBE eenheden in de inrichtingen regelt en de taken en verantwoordelijkheden van de deelnemende professionele groepen omschrijft wordt opgemaakt. Het wordt door de geneesheer-directeur voorgelegd en is van toepassing na goedkeuring door de directeur-generaal van de strafinrichtingen.
VI. JAARLIJKS VERSLAG
De geneesheer-directeur maakt jaarlijks een omstandig verslag op over de werking van de observatie- en behandelingseenheden dat mij wordt voorgelegd. Bij het begin van elk jaar stelt elke OBE-eenheid daartoe, in een project, zijn objectieven vast betreffende zijn activiteiten ten behoeve van gedetineerden en personeel.
VII. BEHEER VAN GOEDEREN
De duurzame en niet duurzame goederen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten van de OBE zijn eigendom van en worden beheerd door de inrichting.
De rekenplichtige van de waren van de betrokken inrichting oefent er toezicht op uit en schrijft de loop van deze goederen in op fiche 222.
Van de duurzame goederen, boeken en publicaties wordt jaarlijks een inventaris opgesteld die aan de directeur van de inrichting wordt overgemaakt en door hem wordt gecontroleerd. Ingeval afwijkingen worden vastgesteld brengt hij de directeur-generaal van de strafinrichtingen hiervan op de hoogte. In elk geval zal jaarlijks een inventaris aan de Dienst Materieel worden overgemaakt.
VIII. SLOTBEPALINGEN
Aanvragen tot stage in een OBE dienen gericht te worden aan de Dienst Studiën en Algemene Zaken, voor maatschappelijk assistenten aan de Dienst Maatschappelijk werk en strafrechtstoepassing. Na gunstig advies van de geneesheer-directeur en de directeur van de inrichting kan hiervoor toelating worden verleend.
De bepalingen die de werking regelen van de penitentiair antropologische dienst zullen het voorwerp uitmaken van afzonderlijke richtlijnen.
Alle te nemen beslissingen en eventuele betwistingen betreffende het functioneren van de OBE's waarover deze omzendbrief geen uitsluitsel geeft, dienen aan de Directeur-generaal van de strafinrichtingen voorgelegd te worden.
VOOR DE MINISTER :
De Directeur-generaal,
J. DEVLIEGHERE


Noot van de dienst JUSTEL :
- datum van inwerkingtreding : 1994-07-12
- basisreglementering(en) : /
- relatie tot andere omzendbrief(/ven) : aanvulling MO 1971-07-26/cn
6