MINISTERIE VAN JUSTITIE

23 JUNI 1999. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de functiebeschrijvingen en -profielen voor het personeel van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie



De Minister van Justitie,
Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel;
Gelet op het koninklijk besluit van 13 juni 1999 tot vaststelling van sommige administratieve en geldelijke bepalingen voor de personeelsleden van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie die bekleed zijn met een bijzondere graad, inzonderheid op artikel 14;
Gelet op het advies van de directieraad;
Gelet op het protocol nr. 176bis van 22 juni 1999 van Sectorcomité III-Justitie,
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, 1, gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de justitiehuizen afdelingen zijn van een nieuwe dienst van het Ministerie van Justitie die opgericht wordt om de parajustitiële dienstverlening te verbeteren;
Overwegende dat het personeel waarmee de justitiehuizen worden opgestart grotendeels afkomstig is van verschillende structuren (probatiecommissies, parketten en strafinrichtingen); dat deze personeelsleden bovendien verschillende statuten en loopbanen hebben en nu samengebracht worden in een nieuwe structuur waarbij ze een nieuwe loopbaan krijgen;
Overwegende dat door het uitblijven van die veranderingen bij het personeel dat wordt overgeplaatst naar de justitiehuizen een gevoel van onzekerheid heeft dat zo snel mogelijk moet worden weggenomen door de basisstructuur van de nieuwe dienst, de taken van het personeel en de nieuwe administratieve en geldelijke bepalingen inzake hun loopbaan, met inbegrip van de leidinggevende en coördinerende functies, op te starten en het betrokken personeel over te plaatsen;
Overwegende dat het bijgevolg, teneinde de continuïteit van de overheidsdienst te verzekeren en de parajustitiële dienstverlening doeltreffender en efficiënter te maken, dringend noodzakelijk is de functiebeschrijvingen en -profielen voor het personeel van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie zonder uitstel vast te stellen.
Besluit :
Artikel 1. De functiebeschrijvingen- en profielen voor het personeel van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie worden vastgesteld zoals vermeld in de bijlage.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de manad volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Brussel, 23 juni 1999.
T. VAN PARYS

Bijlage
Functiebeschrijvingen en -profielen voor het personeel van de buitendiensten van de Dienst Justitiehuizen van het Ministerie van Justitie
Inhoudsopgave
Woord vooraf
FUNCTIES ZIJN ER OM DOELEN TE REALISEREN
I. Leidinggevende functies :
1. De regionale directeur en de regionale directeur-coördinator.
2. De directeur van het Justitiehuis.
3. De adjunct-adviseur :
a) bij de regionaal directeur;
b) bij de directeur van het Justitiehuis.
II. De coördinator van het Justitiehuis.
III. De justitieassistent.
IV. De bestuursassistent/bestuurschef.
V. De onhaalbeambte.
Woord vooraf
De functiebeschrijvingen en -profielen zijn opgesteld vanuit de bekommernis de organisatie van de justitiehuizen onmiddellijk op te starten en te laten functioneren. Zij zullen dan ook moeten bijgestuurd worden in functie van de evolutie van de justitiehuizen en op sommige momenten in de ontwikkeling moeten worden geherdefinieerd.
FUNCTIES ZIJN ER OM DOELEN TE REALISEREN
De basisopdrachten van het justitiehuis zijn :
- eerstelijnswerk;
- slachtofferonthaal;
- strafrechtelijke opdrachten naar aanleiding van de voorlopige en voorwaardelijke invrijheidstelling, de wet op het sociaal verweer, de probatie en dienstverlening, vrijheid onder voorwaarden in het kader van de wet op de voorlopige hechtenis, bemiddeling in strafzaken;
- burgerrechtelijke opdrachten in het kader van het gezag over en recht op persoonlijk contact met minderjarige kinderen, voornamelijk in geval van echtelijke moeilijkheden of bij echtscheidingen.
Door bijvoorbeeld opdrachten of deelopdrachten te combineren kunnen de operationele functies uit de organisatiestructuur ontworpen worden. Ze worden vervuld door uitvoering van één of meerdere taken : enquêtering, advisering, toezicht, begeleiding en bemiddeling.
Naast basisopdrachten moeten ook de algemene doelstellingen van het justitiehuis verwezenlijkt worden. Ze kunnen geconcretiseerd worden in de volgende functionele doelen : een samenwerkingsfunctie, een trefpunt- en kruispuntfunctie, een laboratoriumfunctie, een coördinatiefunctie, een informatie- en lage drempelfunctie, een kwaliteitsbevorderende functie en een responsabiliseringsfunctie.
Al die doelen en ook de beleidslijnen voor het justitiehuis zoals openheid en toegankelijkheid, samenwerking, andersgerechtelijke en buitengerechtelijke afhandeling waarmaken, is een zaak van personen en van voortdurende inzet van het personeel van de justitiehuizen.
De functies en de daarbij horende profielen moeten toelaten de doelen van het justitiehuis te realiseren : het verhogen van de efficiëntie en de effectiviteit van justitie, het ontwikkelen van de humane aanpak en het verbeteren van de toegankelijkheid. De justitiehuizen moeten een plaats zijn waar dialoog en onderhandeling mogelijk zijn en dit voor de verschillende betrokkenen (professionelen, burgers, daders, slachtoffers...).
De organisatiestructuur van het Directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie, waarin de Dienst Justitiehuizen aan het ontstaan is door samenvoeging van de Dienst Sociaal Werk met de diensten voor slachtofferonthaal en bemiddeling in strafzaken, moet daartoe bijdragen.
Binnen die organisatiestructuur moeten de verschillende functies zo uitgetekend worden dat ze ruimte laten voor initiatief. Zowel op het algemeen beleidsniveau van het ministerie (nationaal beleid), op het niveau van de regionale directeur (ressort-beleid) als op het niveau van de directeur van het justitiehuis (arrondissementeel beleid), moet de mogelijkheid bestaan om de organisatie af te stemmen op de behoeften en noden van de samenleving. Die ruimte maakt een cultuur gericht op samenwerking en openheid mogelijk en dat vormt de voorwaarde voor een grotere betrokkenheid en jobtevredenheid bij het personeel.
De justitiehuizen vormen een totaalproject waarbij elk personeelslid wordt betrokken en zich moet kunnen betrokken voelen. De justitiehuizen zijn een organisatie en daarom meer dan de optelsom van de verschillende individuele personeelsleden. Het gaat om relaties, communicaties en interacties die mogelijk moeten worden gemaakt door de organisatiestructuur. Deze laatste wordt gekenmerkt door haar geografische opdeling en het feit dat ze volledig moet worden afgestemd op de gebruiker.
Daarom moeten de functies in de nieuwe organisatiestructuur niet te zeer worden afgebakend. Van bij de start moet taakverrijking kunnen ingebouwd worden. Verantwoordelijkheid voor de organisatie betekent immers de nodige beleidsruimte hebben om optimaal de beleidsdoelen te kunnen nastreven. Het resulteert bij het personeelslid in een grotere betrokkenheid met de organisatie en het meewerken aan de ontwikkeling van zijn persoonlijke loopbaan.
Zo kan in overleg en naar gelang de omstandigheden, bijvoorbeeld nieuwe prioriteiten die zouden gesteld worden, aan een wisseling van functies worden gewerkt.
De functies moeten ook niet te zeer verankerd worden. Van meet af aan moet de mogelijkheid van taakverbreding worden voorzien. Een grotere taakvariatie zal een grotere jobtevredenheid geven.
De justitiehuizen zijn in die zin een dynamische en flexibele organisatie te noemen die de motivatie van het personeel moet kunnen waarborgen.
Vandaar dat de profielen die bij de functies van adjunct-adviseur en justitieassistent horen, benaderd worden vanuit één gemeenschappelijk basisprofiel met toegevoegde accentverschillen.
Dat er een gemeenschappelijk basisprofiel is, betekent niet dat die functies uit een allegaartje van taken bestaan en iedereen daarvoor compleet polyvalent moet zijn. Wel dat de eigenheid van de bekwaamheden voor de functies relatief is. Het omgekeerde beweren zou - zonder het belang van specialisering uit het oog te verliezen - het miskennen zijn van het menselijk potentieel en de mogelijkheden van degelijke sturing, ontwikkeling van interesses en het gepast organiseren van opleiding.
De leidinggevende en coördinerende functies staan in dienst van de verwezenlijking van de doelstellingen en basisopdrachten van het justitiehuis. Het gaat enerzijds om opdrachten inzake informering, ondersteuning, begeleiding, enquêtering, advisering, bemiddeling en toezicht ten aanzien van individuele rechtszoekenden of cliënten (burgers, slachtoffers en daders) en anderzijds om meer structurele opdrachten die moeten toelaten de efficiëntie van justitie te verhogen, de humane aanpak te ontwikkelen en de toegankelijkheid van onder meer het gerechtelijk apparaat te verbeteren.
Ook de omgeving van een organisatie als de justitiehuizen is essentieel om de organisatiedoelen te bereiken. Samenwerkingverbanden met de prioritaire partners zijn daarom noodzakelijk.
Zo zijn contacten en afspraken belangrijk met de diensten van de federale administratie die een functionele bevoegdheid hebben, bijvoorbeeld voor de opleiding, de wetenschappelijke en de logistieke ondersteuning van de personeelsleden van de justitiehuizen en de regionale directeurs.
Zo zijn overleg en samenwerking tussen de verschillende actoren in en om justitie (de magistratuur, de advocatuur, lokale overheden, welzijnsorganisaties) fundamenteel. En dit zowel in het kader van een optimale afhandeling van individuele dossiers, als vanuit de meer algemene, structurele opdrachten. Het justitiehuis moet uitnodigen, moet tot dialoog aanzetten en samenwerking aanmoedigen, moet initiatieven nemen en openstaan voor nieuwe projecten en experimenten. De cultuur van openheid moet ook worden doorgetrokken naar het niveau van de individuele contacten met de burger bij het eerstelijnswerk.
Met de strafinrichtingen en inrichtingen tot bescherming van de maatschappij is samenwerking nodig in het kader van de continuïteit van de begeleiding en van een herstelgerichte strafuitvoering, met de advocatuur in het kader van eerstelijnsrechtshulp, met de magistratuur omdat ze opdrachtgever is, en bijgevolg ook met het parket- en griffie-secretariaat, en uiteraard met de dader- en slachtoffergerichte instanties van de gemeenschappen.


I. LEIDINGGEVENDE FUNCTIES


1. DE REGIONAAL DIRECTEUR EN DE REGIONAAL DIRECTEUR-COORDINATOR
1.1. ALGEMENE DOELSTELLING
Per hof van beroep is de regionale directeur verantwoordelijk voor de verschillende justitiehuizen van het rechtsgebied. Per taalrol wordt een regionaal directeur aangeduid voor de coördinatie van de werking van alle justitiehuizen van het taalgebied. De regionale directeur werkt onder het gezag van de algemene directie van het DGRO.
De regionale directeur waakt erover dat de algemene en specifieke opdrachten van de justitiehuizen die onder zijn bevoegdheid vallen gerealiseerd worden. Hij waakt er over dat de justitiehuizen voldoende kansen krijgen om in te spelen op regionale behoeften en mogelijkheden, binnen gemeenschappelijk uitgetekende beleidslijnen inzake te realiseren inhoudelijke, methodologische, deontologische aspecten van de justitiehuizen. Hij bewaakt de permanente ondersteuning en vorming.
Samenwerking en dialoog met allerlei diensten, binnen en buiten justitie, is een belangrijke voorwaarde om de opdrachten van de justitiehuizen te realiseren. Dit houdt o.a. in coördinatie van het versnipperde werkveld en van de verschillende beleidsniveaus. Het realiseren van de doelstellingen van de justitiehuizen vanuit de cultuur van een openbare dienst kan niet zonder een geest van openheid, van overleg, van toegankelijkheid en creativiteit . Het justitiehuis moet een platform zijn waar vragen, bedenkingen, voorstellen en adviezen kunnen uitgewisseld en actief een oplossing krijgen. Het vormt een kanaal waar informatie omtrent het justitieel beleid, het veiligheidsbeleid en het welzijnsbeleid kan uitgewisseld worden, lacunes kunnen worden gesignaleerd en oplossingen bedacht.
De regionale directeur waakt erover dat de algemene doelstellingen worden gerealiseerd. Hij zorgt voor de nodige ondersteuning van de directeur en het werkveld opdat de basisvoorwaarden voor de realisering van de doelstellingen aanwezig zijn. Hij signaleert lacunes waar nodig en stelt de nodige oplossingen voor.
Naast de algemene opdrachten dient de regionale directeur te waken over de specifieke opdrachten van het justitiehuis. De dader, het slachtoffer, de burger hebben recht op een correcte en gelijke behandeling. Een humane aanpak en een correcte dienstverlening veronderstellen een bewaking van de methodologische en deontologische aanpak. Een geschikte organisatiecultuur en -structuur, voldoende specifieke vorming en ondersteuning, regelmatige functioneringsgesprekken zijn elementen die een geschikte werkomgeving ondersteunen.
Samenwerkingsverbanden
Inzake het beleid van de justitiehuizen is overleg met volgende partners noodzakelijk :
- de algemene directie van het DGRO met zijn Dienst Justitiehuizen, waaronder de afdelingen voor het beleid, wetenschappelijke ondersteuning en vorming, methodologische en deontologische aspecten van het werk (gedragswetenschappelijke invalshoek), de afdeling belast met het beheer van het sociaal werk, de SAM (Steundienst Alternatieve Maatregelen) en de SSZ (Steundienst Slachtofferzorg);
- de Procureurs-generaal inzake het gevolgde justitieel beleid;
- de vergadering van directeuren van justitiehuizen, als verantwoordelijken voor de realisatie van de doelen van het lokale justitiehuis;
- de psychosociale dienst van het Directoraat-generaal strafinrichtingen, inzake samenwerking en eenheid van begeleidingen, enquêtes en dossiers;
- de magistratuur als opdrachtgever, de hoofdsecretarissen van het parket en de hoofdgriffiers;
- beleidsvertegenwoordigers inzake veiligheidsbeleid en welzijnsbeleid.
1.2. BASISOPDRACHTEN
De regionale directeur
- heeft de algemene leiding over de Dienst Justitiehuizen binnen zijn ambtsgebied, de leiding van de directeuren en van de adjunct-adviseurs en andere personeelsleden die verbonden zijn aan zijn dienst;
- is verantwoordelijk voor het overleg met de Procureur-generaal en de uitvoering van de beslissingen die voortvloeien uit het strafrechtelijk beleid binnen het rechtsgebied;
- waakt erover dat alle functies gelijkwaardig aan bod komen in het door hem gevoerde beleid;
- draagt bij tot de verwezenlijking van degelijk justitieel sociaal werk in zijn ambtsgebied en bewaakt de kwaliteit ervan;
- heeft aandacht voor organisatie- en personeelsontwikkeling;
- heeft aandacht voor kwaliteitszorg en kwaliteitscontrole;
- heeft aandacht voor introductie- en permanente opleidingsprogramma's voor alle personeelsleden binnen zijn ambtsgebied;
- heeft aandacht voor wetenschappelijke ondersteuning en onderzoek;
- heeft aandacht voor deontologische aandachtspunten en problemen;
- is belast met de evaluatie van de directeuren van de justitiehuizen binnen zijn ambtsgebied en van het personeel dat rechtsreeks onder zijn gezag werkt.
Hiervoor doet de regionale directeur onder meer het volgende : hij
- vaardigt richtlijnen uit aan de directeuren van het justitiehuis en aan de adjunct-adviseurs, teneinde de doeltreffendheid, de continuïteit en de uniformiteit van het werk te verzekeren in samenspraak met de betrokken magistraten;
- bezoekt regelmatig de justitiehuizen, beluistert de realisaties en problemen van elke arrondissement, verstrekt informatie en waakt over de uitvoering van de beleidslijnen;
- zorgt voor de samenwerking tussen de justitiehuizen en roept de vergadering van directeuren van justitiehuizen samen voor onderling overleg;
- organiseert rondetafelgesprekken met alle directeuren van justitiehuizen, arrondissements-coördinatoren, adjunct-adviseurs en beleidsverantwoordelijken met als doel een coherent beleid en methodiek uit te werken;
- verzamelt en behandelt voorstellen, suggesties en opmerkingen die toelaten de werking van de justitiehuizen en de uitvoering van de algemene opdrachten te verbeteren;
- ondersteunt vernieuwende initiatieven en zorgt ervoor dat de collega's gemotiveerd en creatief blijven;
- organiseert functionerings- en evaluatiegesprekken met de directeuren van justitiehuizen en de personeelsleden die onder zijn rechtstreeks gezag werken;
- stimuleert het personeel deel te nemen aan programma's voor permanente opleiding, in samenwerking met de opleidingsdienst;
- is luisterbereid ten aanzien van de personeelsleden die onder zijn gezag werken en streeft ernaar eventuele geschillen op te lossen;
- waakt over het efficiënt verdelen en aanwenden van middelen tussen en binnen de arrondissementen van het ambtsgebied;
- is verantwoordelijk, samen met de directeuren van de justitiehuizen en de adjunct-adviseurs, voor het opmaken van het jaarlijks evaluatieverslag, waarin realisaties en verwezenlijkingen, planning en projecten worden voorgesteld;
- verleent adviezen aan de centrale administratie omtrent materies die tot zijn bevoegdheid behoren;
- maakt alle inlichtingen omtrent relevante ontwikkelingen en problemen over aan magistraten, ambtenaren-generaal van de administratie, op eigen initiatief of op vraag.
Om al deze taken te vervullen, wordt de regionale directeur voor bepaalde opdrachten bijgestaan door adjunct-adviseurs.
De regionale directeur-coördinator
Per taalrol vervult een regionale directeur bovendien de rol van regionale directeur-coördinator.
De regionale directeur-coördinator pleegt daarom regelmatig overleg met de andere regionale directeuren van zijn taalgebied en met de collega regionale directeur-coördinator van het andere taalgebied.
De regionale directeur-coördinator vormt samen met de algemene directie van de Rechterlijke Organisatie de verbindingspersoon met het College van procureurs-generaal.
1.3. PROFIEL
1.3.1. Kennis
- Kennis van het algemeen justitieel werkveld;
- Grondige kennis van de verschillende gerechtelijke diensten;
- Grondige kennis van het strafrecht en van de procedures betreffende de burgerlijke opdrachten;
- Toegepaste wetenschappelijke kennis inzake criminologie, penologie en victimologie, sociologie, <psychologie> en psychiatrie;
- Grondige kennis en begrip van het sociaal-agogisch werk, van de methodologie en de deontologie;
- Zicht hebben op organismen voor hulpverlening van en behandeling door de Gemeenschappen;
- Kennis en begrip van de doelgroepen;
- Zicht op de maatschappelijke context en de permanente evolutie in de maatschappij;
- Grondige kennis van management en organisatieontwikkeling;
- Inzicht hebben in administratieve processen;
- Registratie van gegevens.
1.3.2. Vaardigheden
- Een organisatie kunnen leiden en in staat zijn de cultuur ervan te helpen ontwikkelen, samen met anderen;
- Leidinggevende vaardigheden hebben, kunnen coördineren, luisteren en beslissingen nemen;
- De organisatie kunnen vertegenwoordigen op hoog niveau;
- Communicatieve vaardigheden hebben en blijk geven van sociabiliteit;
- Creatief zijn en initiatieven kunnen nemen.
1.3.3. Attitude
- Nadenken over het eigen profiel en de opdracht, openstaan voor samenwerking en overleg;
- Bereid zijn actief deel te nemen aan verschillende vormen van het maatschappelijk debat;
- Respect voor en openheid naar anderen, actieve luisterbereidheid en empathisch vermogen hebben;
- Een dynamische, observerende en kritische geest hebben, stressbestendig en soepel zijn;
- Blijk geven van intellectuele nieuwsgierigheid en van bereidheid tot permanente vorming;
- Deontologisch handelen en beroepsmatig verantwoord omgaan met mensen en gegevens, rekening houdend met waarden en normen eigen aan de functie;
- Zin hebben voor verantwoordelijkheid, eerlijkheid, integriteit en discretie;
- Een aangepaste houding en gedrag hebben, op elk moment en tegenover elke instantie, tegenover ieder persoon.


2. DE DIRECTEUR VAN HET JUSTITIEHUIS
2.1. ALGEMENE DOELSTELLING
De directeur van het justitiehuis heeft de leiding van het justitiehuis. In zijn opdracht worden vier aspecten onderscheiden : een beleidsmatig aspect, het management van het justitiehuis, de ondersteuning en de evaluatie van het personeel. In het bijzonder dient hij te waken over het overleg met en de samenwerking tussen de verschillende justitieassistenten, hun opdrachtgevers en de externe contacten. De directeur van het justitiehuis werkt onder het gezag van de regionale directeur.
De directeur staat in voor het dagelijks beheer van het justitiehuis. De directeur moet erover waken het potentieel van het personeel optimaal te ontwikkelen en op efficiënte wijze in te zetten in functie van de algemene en specifieke doelstellingen van het justitiehuis en de dienst. Dit gebeurt met oog op het bieden van kwalitatief hoogstaand werk. Zowel de doeltreffendheid van de organisatie, als de jobtevredenheid van de werkers als lid van de organisatie dienen te worden bewaakt. Belangrijk hierbij is het bewaken van de gedragswetenschappelijke component binnen een organisatie-omgeving waar verschillende beroepsgroepen werkzaam zijn en waar verschillende beleidsniveaus spelen. Structureel en systematisch overleg is noodzakelijk met het oog op onderlinge afstemming.
Permanente aandacht moet worden besteed aan de ontwikkeling van de organisatie en de dienst in functie van de doelstellingen van het justitiehuis en de ontwikkeling van de individuele werkers. Kwaliteitsverbetering moet op alle niveaus van de organisatie worden nagestreefd. Dit houdt niet enkel proces- en productevaluatie in, maar ook het organiseren van een ondersteunend werkklimaat en het bewaken van de organisatie-ontwikkeling, het vaststellen van vormingsbehoeften, stimuleren en ondersteunen van permanente vorming, het ondersteunen of uitbouwen van beleidsondersteunende of vernieuwende initiatieven in overleg met de collega's en partners om te komen tot een optimale werking van de dienst, het bouwen aan de structuur en cultuur van een openbare dienst aangepast aan de doelstellingen van het justitiehuis en aan de lokale situatie. Een cultuur van openheid en toegankelijkheid moet ook intern worden gewaarborgd en beleefd : betrokkenheid moet gegarandeerd worden door een zinvolle en flexibele taakinvulling, door het voorzien van structurele participatiemogelijkheden van de verschillende personeelsgroepen, door voldoende informatiedoorstroming, door het voorzien van groeikansen en het daadwerkelijk kunnen opnemen van verantwoordelijkheden, door het systematisch signaleren van knelpunten aan de betrokken overheden en het formuleren van alternatieve oplossingen.
Samenwerkingsverbanden
Bij de uitwerking van het beleid van het justitiehuis is overleg met de volgende partners noodzakelijk :
- de centrale administratie DGRO;
- de regionale directeur en de collega's directeuren van justitiehuizen;
- de procureur des konings, de magistraten-opdrachtgevers, de hoofdsecretarissen van het parket en de hoofdgriffiers;
- de stafhouder van de balie;
- de justitieassistenten, verzameld in de teamvergaderingen;
- de strafinrichtingen in de regio;
- regionale welzijnsvoorzieningen.
2.2. BASISOPDRACHTEN
2.2.1. De algemene directie van het justitiehuis
De directeur van het justitiehuis moet het dagelijks beheer van het justitiehuis verzekeren en alle problemen die gepaard gaan met de uitvoering van de opdrachten ter harte nemen. Daartoe pleegt hij regelmatig overleg met de betrokken actoren
Hij moet de uitvoering van de opdrachten en de activiteiten van het justitiehuis evalueren en zal hiervoor regelmatig overleg plegen met het personeel. Hij kan in samenspraak met de bevoegde instanties overeenkomsten opstellen met externe diensten, naargelang de plaatselijke behoeften.
Hij zorgt voor een evenwichtige verdeling van de voorlichtings- en begeleidingstaken, met het oog op een evenwichtige case-load en een efficiënt werkende organisatie en neemt beslissingen, waar nodig na overleg met de betrokken magistraten en adjunct-adviseurs.
Hij helpt bij het begroten van activiteiten en middelen van het justitiehuis, waardoor het mogelijk wordt de activiteiten van het justitiehuis en van alle personeelsleden op een optimale manier te laten verlopen. Hij maakt alle inlichtingen omtrent relevante ontwikkelingen en problemen over aan magistraten, ambtenaren-generaal van de administratie en regionaal directeur, op eigen initiatief of op vraag.
2.2.2. Verantwoordelijk voor de uitvoering van de gerechtelijke beslissingen en van het strafbeleid binnen de domeinen die hem aanbelangen
Hij ziet erop toe dat het werk verricht door de justitieassistenten en de contacten met de externe diensten of plaatselijke instanties beantwoorden aan de opdrachten en aan het algemeen beleid van de justitiehuizen.
Hij vertegenwoordigt het justitiehuis in het arrondissement.
Hij draagt bij tot de verwezenlijking van een positief imago voor justitie en het justitiehuis. Hij neemt zijn beslissingen rekening houdend met het in het arrondissement beoogd strafbeleid.
Hij staat in voor het jaarverslag dat de verwezenlijkingen, de projecten en de uitgewerkte plannen omvat.
2.2.3. De leiding over het personeel
Het personeel van het justitiehuis staat onder zijn leiding.
Teneinde de administratieve en sociale taken gelijkwaardig te verdelen, om tot een evenwichtige case-load en een efficiënte organisatie te komen, neemt hij zijn beslissingen in overleg met de betrokken personen.
Hij organiseert een geschikte communicatiestructuur met de eigen personeelsleden, de magistratuur, de plaatselijke overheden, de sociaal-agogische sector en al wie betrokken is bij de werking van het justitiehuis, inbegrepen de syndicale organisaties.
Hij moedigt alle personeelsleden aan verdere opleidingen te volgen, opdat zij de hun toevertrouwde opdrachten optimaal zouden kunnen uitvoeren.
Hij geeft alle nuttige informatie door aan de justitieassistenten en aan andere diensten.
2.2.4. De werkbegeleiding
Hij verzekert informatiedoorstroming en stelt documentatie ter beschikking van het personeel.
Hij heeft aandacht voor kwaliteitszorg en -controle.
Hij heeft aandacht voor introductie- en permanente opleidingsprogramma's voor alle personeelsleden.
Hij heeft aandacht voor deontologische aandachtspunten en problemen.
Hij heeft aandacht voor het welzijn op het werk.
Hij vaardigt richtlijnen uit aan de justitieassistenten in samenspraak met andere dienstverantwoordelijken, teneinde de uitvoering, de doeltreffendheid, de continuïteit en de uniformiteit van het werk te verzekeren.
2.2.5. Evaluatie van het personeel
Hij moet het personeel evalueren conform de reglementering van het openbaar ambt.
2.2.6. Logistieke steun aan de personeelsleden, de bevoegde instanties en de overlegstructuren binnen het justitiehuis
Hij waakt over een correcte verdeling van de middelen die ter beschikking van het justitiehuis worden gesteld, en meer bepaald over een degelijk beheer van de lokalen.
Hij zal in het bijzonder waken over de huisvesting van alle justitieassistenten met inbegrip van het personeel dat elders wordt gehuisvest. Hij zal een budget opstellen waardoor het mogelijk wordt de activiteiten van het justitiehuis op een optimale manier te laten verlopen en aan te passen aan het personeelskader en hun verblijfplaats. De bedoeling hiervan is een fatsoenlijk onthaal van de rechtsonderhorige mogelijk te maken, opdat de gesprekken met rechtsonderhorigen in een vertrouwelijke sfeer en in een onthaalvriendelijke omgeving kunnen verlopen.
2.3. PROFIEL
2.3.1. Kennis
- Kennis van het justitieel werkveld en van de verschillende gerechtelijke diensten;
- Kennis van het strafrecht en van de procedures betreffende de burgerlijke opdrachten;
- Toegepaste wetenschappelijke kennis van criminologie, penologie en victimologie, sociologie, <psychologie> en psychiatrie;
- Kennis en begrip van het sociaal-agogisch werk, van de methodologie en de deontologie;
- Zicht hebben op plaatselijke organismen voor hulpverlening van en behandeling door de Gemeenschappen;
- Kennis en begrip van de doelgroepen;
- Zicht op de maatschappelijke context en de permanente evolutie in de maatschappij;
- Kennis van organisatie- en personeelsontwikkeling.
- Zicht op administratieve processen;
- Registratie van gegevens.
2.3.2. Vaardigheden
- Een organisatiedeel kunnen leiden en in staat zijn de cultuur ervan te helpen ontwikkelen, samen met anderen;
- Leidinggevende vaardigheden hebben, kunnen coördineren, luisteren en beslissingen nemen;
- Communicatieve vaardigheden hebben en blijk geven van sociabiliteit;
- Creatief zijn en initiatieven kunnen nemen;
- Zich neutraal en meerpartijdig kunnen opstellen.
2.3.3. Attitude
- Nadenken over het eigen profiel en de opdracht, openstaan voor samenwerking en overleg;
- Bereid zijn actief deel te nemen aan verschillende vormen van maatschappelijk debat;
- Respect voor en openheid naar anderen, actieve luisterbereidheid en empathisch vermogen hebben;
- Een dynamische, luisterende, observerende en kritische geest hebben, stressbestendig en soepel zijn;
- Blijk geven van intellectuele nieuwsgierigheid en van bereidheid tot permanente vorming;
- Deontologisch handelen en beroepsmatig verantwoord omgaan met mensen en gegevens, rekening houdend met waarden en normen eigen aan de functie;
- Zin hebben voor verantwoordelijkheid, eerlijkheid, integriteit en discretie;
- Een aangepaste houding en gedrag hebben, op elk moment en tegenover elke instantie, tegenover ieder persoon.


3. DE ADJUNCT-ADVISEUR
A. BIJ DE REGIONALE DIRECTEUR
3.1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN
De adjunct-adviseur werkt onder leiding van en staat de regionale directeur bij in zijn opdrachten. De adjunct-adviseur is verantwoording verschuldigd aan de regionale directeur. Hij kan betrokken worden bij al de opdrachten van de regionaal directeur en een deelgebied toegewezen krijgen. Het gaat om een beleidsgerichte opdracht, een ondersteunende opdracht, een managementopdracht of om een evaluatieve opdracht. Het gaat om de uitwerking van een inhoudelijk aspect van het werk en om een deel van het organisatorisch werk. Het kan gaan om een deeldomein zoals bijvoorbeeld bemiddeling in strafzaken, slachtofferonthaal of een bepaald overstijgend thema zoals slachtoffergerichte strafuitvoering, de organisatie van het personeelsbeleid, de organisatie van het secretariaat, de wetenschappelijke ondersteuning, de ondersteuning van justitieassistenten als groep of het organiseren van intervisie en vorming, enz.
De inhoud van het werk wordt bepaald naargelang het centrale beleid en de regionale noodwendigheden.
In functie van de deelgebieden onderhoudt hij in overleg met de regionaal directeur contacten met de Procureur-generaal en de magistratuur evenals met alle bij de Dienst Justitiehuizen betrokken partners.
3.2. BASISOPDRACHTEN
De adjunct-adviseur
- staat de regionale directeur bij voor de uitvoering van beleidsbeslissingen;
- is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken of deelgebieden die hem door de regionale directeur worden toevertrouwd;
- heeft aandacht voor de organisatiecultuur en -ontwikkeling;
- heeft aandacht voor kwaliteitszorg en -controle;
- heeft aandacht voor basis- en permanente opleidingsprogramma's;
- heeft aandacht voor en werkt mee aan wetenschappelijke ondersteuning en onderzoek;
- heeft aandacht voor deontologische aandachtspunten en problemen;
- werkt mee aan het ter beschikking stellen van documentatie en aan het doorgeven van informatie.
Hiervoor doet de adjunct-adviseur onder meer het volgende : hij
- past, bij het uitvoeren van de taken, de principes van het globaal beleid toe op het terrein, door integratie van regionale praktijken en algemeen geldende procedures;
- vertegenwoordigt de regionaal directeur op zijn vraag;
- draagt bij tot de verwezenlijking van een positief imago van justitie en van de Dienst Justitiehuizen;
- vergadert regelmatig met de regionaal directeur en met de medewerkers, met de bedoeling informatie door te geven en te ontvangen en gelijkgestemd te werken aan het gemeenschappelijk doel;
- werkt mee aan de organisatie van opleidingsprogramma's en het verzamelen van documentatie in het deeldomein dat hem is toegewezen;
- signaleert, formuleert voorstellen en adviseert de regionaal directeur, teneinde de uitvoering, de doeltreffendheid, de continuïteit en de uniformiteit van het werk te verzekeren;
- werkt mee met de regionaal directeur en de directeur van het justitiehuis aan het activiteitenverslag, waarin de verwezenlijkingen, projecten, plannen en problemen worden voorgesteld en zorgt mee voor een ruime verspreiding van dit jaarverslag bij magistratuur, plaatselijke overheden en in het sociaal-agogisch werkveld;
- maakt alle inlichtingen omtrent relevante ontwikkelingen en problemen over aan magistraten, ambtenaren-generaal van de administratie, de regionaal directeur en de directeurs van de justitiehuizen, op eigen initiatief of op vraag;
- verleent op diens verzoek medewerking aan de Procureur-generaal voor het uitwerken van het beleid voor het deelgebied waarvoor hij werd aangeduid;
- vergadert onder leiding van de regionaal directeur-coördinator om de praktijken voor het deelgebied, dat hem is toegewezen, op elkaar af te stemmen.
3.3. PROFIEL
3.3.1. Kennis
- Kennis van het justitieel werkveld en van de verschillende gerechtelijke diensten;
- Kennis van het strafrecht en van de procedures betreffende de burgerlijke opdrachten;
- Toegepaste wetenschappelijke kennis van criminologie, penologie en victimologie, sociologie, <psychologie> en psychiatrie;
- Kennis en begrip van het sociaal-agogisch werk, van de methodologie en de deontologie;
- Zicht hebben op plaatselijke organismen voor hulpverlening van en behandeling door de Gemeenschappen;
- Kennis en begrip van de doelgroepen;
- Zicht op de maatschappelijke context en de permanente evolutie in de maatschappij;
- Noties van management en organisatieontwikkeling;
- Zicht op administratieve processen;
- Registratie van gegevens.
3.3.2. Vaardigheden
- Leidinggevende vaardigheden hebben, kunnen coördineren, luisteren èn beslissingen nemen;
- Communicatieve vaardigheden hebben en blijk geven van sociabiliteit;
- Creatief zijn en initiatieven kunnen nemen;
- Zich neutraal en meerpartijdig kunnen opstellen.
3.3.3. Attitude
- Nadenken over het eigen profiel en de opdracht, openstaan voor samenwerking en overleg;
- Bereid zijn actief deel te nemen aan verschillende vormen van maatschappelijk debat;
- Respect voor en openheid naar anderen, actieve luisterbereidheid en empathisch vermogen hebben;
- Een dynamische, luisterende, observerende en kritische geest hebben, stressbestendig en soepel zijn;
- Blijk geven van intellectuele nieuwsgierigheid en van bereidheid tot permanente vorming;
- Deontologisch handelen en beroepsmatig verantwoord omgaan met mensen en gegevens, rekening houdend met waarden en normen eigen aan de functie;
- Zin hebben voor verantwoordelijkheid, eerlijkheid, integriteit en discretie;
- Een aangepaste houding en gedrag hebben, op elk moment en tegenover elke instantie, tegenover ieder persoon.
B. BIJ DE DIRECTEUR VAN HET JUSTITIEHUIS
3.1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN
De adjunct-adviseur werkt onder leiding van en staat de directeur van het justitiehuis bij in zijn opdrachten. De adjunct-adviseur is verantwoording verschuldigd aan de directeur van het justitiehuis. Hij kan worden betrokken bij alle opdrachten van de directeur van het justitiehuis en krijgt een deeldomein van het takenpakket toegewezen. Het gaat om een beleidsgerichte opdracht, een ondersteunende opdracht, een managementopdracht of om een evaluatieve opdracht. Het gaat om de uitwerking van een inhoudelijk aspect van het werk en om een deel van het organisatorisch werk.
De inhoud van het werk wordt bepaald naargelang de noodwendigheden van de dienst en het lokale beleid. Het deeldomein van het werk staat ten dienst van het project van de justitiehuizen : het is gericht op de ontwikkeling van de filosofie, de cultuur en de organisatie van de justitiehuizen als totaalproject.
In functie van de deeltaken onderhoudt hij in overleg met de directeur van het justitiehuis contacten met de procureur des konings, de magistratuur en met de betrokken interne en externe partners.
3.2. BASISOPDRACHTEN
De adjunct-adviseur
- staat de directeur van het justitiehuis bij voor de uitvoering van beleidsbeslissingen;
- is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken die hem door de directeur van het justitiehuis worden toevertrouwd;
- waakt er mee over dat het justitiehuis openstaat voor alle burgers, voor de gerechtelijke instanties en voor andere diensten en voorzieningen;
- heeft aandacht voor de organisatiecultuur en -ontwikkeling;
- staat in voor de werkbegeleiding van de hem toevertrouwde justitieassistenten en van andere personeelsleden bij de uitvoering van bepaalde taken;
- heeft aandacht voor kwaliteitszorg en -controle in zijn deelgebied;
- heeft aandacht voor basis- en permanente opleidingsprogramma's voor de personeelsleden waarmee hij samenwerkt;
- heeft aandacht voor en werkt mee aan wetenschappelijke ondersteuning en onderzoek;
- heeft aandacht voor deontologische aandachtspunten en problemen;
- werkt mee aan het ter beschikking stellen van documentatie en aan het doorgeven van informatie.
Hiervoor doet de adjunct-adviseur onder meer het volgende :
- past, bij het uitvoeren van de taken de principes van het globaal beleid toe op het terrein, door integratie van plaatselijke praktijken en algemeen geldende procedures;
- vertegenwoordigt de directeur van het justitiehuis in het arrondissement op zijn vraag;
- draagt bij tot de verwezenlijking van een positief imago van justitie en van het justitiehuis;
- werkt aan constructieve communicatie- en overlegstructuren tussen het personeel van het justitiehuis, de magistratuur, de plaatselijke overheden, de sociaal-agogische sector en al wie betrokken is bij de werking van justitiehuis en bij de opdracht waarvoor hij verantwoordelijk is;
- bewaakt mee de toegankelijkheid, het onthaal en de voorlichting van de burgers;
- leidt en begeleidt de hem toevertrouwde medewerkers in hun werksituatie, organiseert functioneringsgesprekken, steunt ze en moedigt ze aan;
- vergadert regelmatig met de medewerkers voor wie hij verantwoordelijk is, met de bedoeling informatie door te geven en te ontvangen en gelijkgestemd te werken aan het gemeenschappelijk doel;
- adviseert de directeur van het justitiehuis, teneinde de uitvoering, de doeltreffendheid, de continuïteit en de uniformiteit van het werk te verzekeren;
- zorgt mee voor een evenwichtige verdeling van de voorlichtings- en begeleidingstaken, met oog op een evenwichtige case-load en een efficiënt werkende organisatie en neemt beslissingen, waar nodig in overleg met de betrokken magistraten en de directeur van het justitiehuis;
- bevordert de kwaliteit van het werk, met aandacht voor werktevredenheid, daarbij strevend naar een gezond evenwicht tussen draaglast en draagkracht;
- werkt mee met de directeur van het justitiehuis aan het activiteitenverslag, waarin de verwezenlijkingen, projecten, plannen en problemen worden voorgesteld en zorgt mee voor een ruime verspreiding van dit jaarverslag bij magistratuur, plaatselijke overheden en in het sociaal-agogisch werkveld;
- maakt via de directeur van het justitiehuis alle inlichtingen omtrent relevante ontwikkelingen en problemen over aan magistraten, ambtenaren-generaal van de administratie, regionale directeuren en de directeur van het justitiehuis over, op eigen initiatief of op vraag.
3.3. PROFIEL
3.3.1. Kennis
- Kennis van het justitieel werkveld en van de verschillende gerechtelijke diensten;
- Kennis van het strafrecht en van de procedures betreffende de burgerlijke opdrachten;
- Toegepaste wetenschappelijke kennis van criminologie, penologie en victimologie, sociologie, <psychologie> en psychiatrie;
- Kennis en begrip van het sociaal-agogisch werk, van de methodologie en de deontologie;
- Zicht op plaatselijke organismen voor hulpverlening en behandeling door de Gemeenschappen;
- Kennis en begrip van de doelgroepen;
- Zicht op de maatschappelijke context en de permanente evolutie in de maatschappij;
- Noties van management en organisatieontwikkeling;
- Zicht op administratieve processen;
- Registratie van gegevens.
3.3.2. Vaardigheden
- Leidinggevende vaardigheden hebben, kunnen coördineren, luisteren èn beslissingen nemen;
- Communicatieve vaardigheden hebben en blijk geven van sociabiliteit;
- Creatief zijn en initiatieven kunnen nemen;
- Zich neutraal en meerpartijdig kunnen opstellen.
3.3.3. Attitude
- Nadenken over het eigen profiel en de opdracht, openstaan voor samenwerking en overleg;
- Bereid zijn actief deel te nemen aan verschillende vormen van het maatschappelijk debat;
- Respect voor en openheid naar anderen, actieve luisterbereidheid en empathisch vermogen hebben;
- Een dynamische, luisterende, observerende en kritische geest hebben, stressbestendig en soepel zijn;
- Blijk geven van intellectuele nieuwsgierigheid en van bereidheid tot permanente vorming;
- Deontologisch handelen en beroepsmatig verantwoord omgaan met mensen en gegevens, rekening houdend met waarden en normen eigen aan de functie;
- Zin hebben voor verantwoordelijkheid, eerlijkheid, integriteit en discretie;
- Een aangepaste houding en correct gedrag hebben, op elk moment en tegenover elke instantie, tegenover ieder persoon.


II. DE COÖRDINATOR VAN HET JUSTITIEHUIS
1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN
De functie van coördinator is gericht op de afstemming van de verschillende initiatieven met betrekking tot de alternatieve maatregelen op niveau van het gerechtelijk arrondissement. Het gaat om alternatieve maatregelen in de ruime zin van het woord, namelijk als alternatief voor de klassieke justitiële aanpak.
Deze functie wordt uitgeoefend op het niveau van het gerechtelijk arrondissement onder leiding van de directeur van het justitiehuis. De coördinator pleegt overleg met de Steundienst Alternatieve Maatregelen (wanneer het gaat om alternatieve projecten) en met de verschillende actoren van de regio (justitieassistenten, magistratuur, advocatuur, gevangeniswezen, politiediensten, de lokale overheden, regionale welzijns- en gezondheidszorg...) om alternatieve maatregelen beter op elkaar af te stemmen.
Hij treedt in samenwerkingsverbanden bemiddelend, ondersteunend en onderhandelend op, zowel naar de medewerkers van het justitiehuis, als naar de externe partners toe. Hij informeert over, promoot, stimuleert, coördineert en draagt actief bij tot de ontwikkeling en de toepassing van de alternatieve gerechtelijke maatregelen binnen het gerechtelijk arrondissement, rekening houdend met de behoeften van de regio en de nationale beleidslijnen.
De coördinator vervult, in overleg met de directeur, een belangrijke signalerende en stimulerende functie inzake de bewaking van de cultuur van het justitiehuis en dit met het oog op het daadwerkelijk werk te maken van alternatieve maatregelen.
Samenwerkingsverbanden
Bevoorrechte partners van de coördinator, naast de collega's van het justitiehuis, zijn :
- de Steundienst Alternatieve Maatregelen;
- de magistratuur, de hoofdsecretarissen van het parket en de hoofdgriffiers;
- de diensten die vertegenwoordigd zijn in het justitiehuis (bijvoorbeeld de advocatuur);
- de gesubsidieerde diensten voor de omkadering van alternatieve of therapeutische maatregelen.
2. BASISOPDRACHTEN
De coördinator :
- voert beleidsbeslissingen in verband met alternatieve gerechtelijke maatregelen uit en streeft ernaar deze op het terrein te doen toepassen en in een geïntegreerde aanpak op elkaar af te stemmen;
- onderhoudt en organiseert contacten met alle betrokken actoren van het gerechtelijk arrondissement teneinde de efficiëntie, de continuïteit en uniformiteit van de werking te waarborgen en een dynamische invulling van de doelstellingen van het justitiehuis mogelijk te maken en dit in samenspraak met de directeur en in voorkomend geval met de SAM;
- zorgt ervoor dat alle nodige informatie betreffende de alternatieve gerechtelijke maatregelen ter beschikking wordt gesteld van de betrokken actoren.
Hiervoor doet de coördinator onder meer het volgende :
Organiserende en administratieve opdrachten
- informatie verstrekken over, stimuleren en beter bekendmaken van de alternatieve maatregelen bij de betrokken actoren;
- organiseren van intern overleg in het kader van de alternatieve gerechtelijke maatregelen tussen de diensten die het justitiehuis permanent bemannen;
- signaleren van de nood aan en eventueel organiseren van extern overleg met betrekking tot de ontwikkeling van de gerechtelijke alternatieve maatregelen in samenspraak met de justitiële opdrachtgevers, de overlegstructuren binnen het justitiehuis, de begeleidings- en evaluatiecommissie, de justitieassistenten en de projecten en de instellingen waarbinnen deze projecten kaderen teneinde te komen tot een voldoend en gevarieerd aanbod aan werkstraffen, dienstverlenings- en vormingsmogelijkheden of andere maatregelen;
- onderhouden van het extern overleg met personen en diensten binnen het justitiële kader die geen deel uitmaken van de dagelijkse werking van het justitiehuis, met oog op het verstrekken van informatie aan zoveel mogelijk actoren, de aanpassing van de werking van het justitiehuis aan de specifieke noden en op het bereiken van een gezamenlijke besluitvorming inzake de werking met daders, slachtoffers en andere betrokken burgers;
- bevorderen van de coherentie en samenwerking tussen alle actoren teneinde de gestelde doelen zo snel mogelijk te bereiken;
- aandacht hebben voor een positieve beeldvorming in de regio met betrekking tot het justitiehuis;
- deelnemen aan de opleidingsactiviteiten die vereist zijn voor de functie;
- beheren en instaan voor de verspreiding van de folders, informatiebrochures, e.d. binnen het gerechtelijk arrondissement.
Evaluatie-opdrachten
- bewaken van de kwantiteit en de kwaliteit van de toepassing van alternatieven en van de projecten in het gerechtelijk arrondissement
- registratie van de werking van de verschillende projecten en verwerking van deze gegevens in overleg met de S.A.M.;
- opmaken van een gestructureerd jaarverslag inzake de toepassing van de alternatieven en de daarbij ondervonden knelpunten en waardevolle initiatieven en behoeften evenals beleidsintenties.
Beleidsmatige opdrachten
- beleidsondersteunende en beleidsvernieuwende voorstellen formuleren, helpen uitbouwen van initiatieven in overleg met de actoren van het gerechtelijk arrondissement en de S.A.M. wanneer het gaat om alternatieve projecten;
- samen met de directeur van het justitiehuis voorzien in (structurele) participatiemogelijkheden voor de verschillende actoren, hen kansen geven mee te denken op het vlak van de visie en oriëntatie omtrent de alternatieve gerechtelijk maatregelen en de beleidsvoering;
- signaleren aan de betrokken overheden van waargenomen problemen, behoeften en mogelijkheden;
- deelnemen aan de werkvergaderingen (bijvoorbeeld van de S.A.M.) teneinde bij te dragen tot een adequaat beleid.
3. PROFIEL
3.1. Kennis
- Kennis en inzicht m.b.t. de doelgroep van het justitiecliënteel;
- Kennis en inzicht m.b.t. de samenlevingscontext;
- Kennis en inzicht m.b.t. het welzijns- en gezondheidswerk en het welzijns- en gezondheidsbeleid;
- Kennis en inzicht m.b.t. de deontologie en methodologie van het sociaal werk;
- Kennis van administratieve en gerechtelijke procedures;
- Vaardigheden m.b.t. registratie.
3.2. Vaardigheden
- Communicatievaardigheid (luisterbereidheid, expressievermogen, vergaderingen kunnen leiden,...);
- Zin voor initiatief;
- Zin voor creativiteit;
- Organisatietalent;
- Zelfstandig kunnen werken;
- Zin voor teamwork;
- Kunnen omgaan met weerstanden, conflicthantering;
- Onderhandelingsvaardigheid.
3.3. Attitudes
- Professioneel : alertheid, dynamisme, vermogen tot vraagstelling en kritische geest, leergierig, flexibiliteit, zin voor verantwoordelijkheid;
- Deontologisch en weloverwogen handelen, rekening houdend met waarden en normen eigen aan de sector, loyauteit en integriteit, discretie;
- Open staan voor initiatieven van anderen;
- Aanmoedigen tot dialoog en samenwerking;
- Activiteiten uitvoeren in de geest van en conform aan het beleid van de justitiehuizen.


III. DE JUSTITIEASSISTENT
1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN
Algemeen kader
De justitieassistenten dragen bij tot de realisatie van de algemene doelstellingen van het justitiehuis vanuit een cultuur van openheid en samenwerking. In de contacten met burgers en cliënten oriënteren zij daar waar mogelijk naar een buitengerechtelijke of een anders-gerechtelijke aanpak van conflictoplossing, stimuleren zij de verantwoordelijkheid van de betrokkenen en streven zij herstel na. In al de contacten (burger, slachtoffer, dader) wordt schadebeperkend gewerkt en wordt polarisering (tussen dader en slachtoffer, tussen conflicterende partijen) vermeden.
Daarnaast staan de justitieassistenten in voor de uitvoering van specifieke opdrachten die hen zijn toevertrouwd.
Volgende opdrachten worden onderscheiden :
- het onthaal van de burger : ongeacht de specifieke opdracht die hij uitoefent, kan de justitieassistent worden betrokken bij het onthaal van de burger en zorgt hij voor een actieve doorverwijzing naar een geschikte persoon of instelling;
- slachtofferonthaal : de justitieassistent staat in voor de eerste opvang, de begeleiding van, verlenen van informatie aan en enquêtering bij het slachtoffer in de verschillende fasen van de strafrechtspleging;
- strafrechtelijke opdrachten :
- de bemiddeling in strafzaken;
- de vrijheid onder voorwaarden in kader van de wet op de voorlopige hechtenis, de probatie en dienstverleners, de voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling, vrijstelling op proef in het kader van een internering;
- burgerrechtelijke opdrachten : de justitieassistent staat in voor de voorlichting van de magistraat inzake het gezag over en het recht op persoonlijk contact met minderjarige kinderen bijvoorbeeld in geval van echtelijke conflicten.
Hoewel van alle justitieassistenten bij hun aanwerving eenzelfde kennis, vaardigheid en kwaliteit wordt vereist, die hen moet toelaten de algemene doelstellingen te bereiken, kunnen zij, naargelang de behoeften van de dienst en rekening houdend met hun bekwaamheden, na overleg en in de eerste plaats op basis van vrijwilligheid, worden belast met onderstaande specifieke functies. Zij krijgen daartoe een aangepaste vorming.
- de justitieassistent belast met het slachtofferonthaal staat de procureur des konings bij in de uitbouw en de coördinatie van het slachtofferonthaal op de rechtbanken en parketten.
Volgende kerntaken kunnen onderscheiden worden :
- Sensibiliseren : de justitieassistent heeft de taak zoveel mogelijk betrokkenen op de parketten en de rechtbanken gevoelig te maken voor de specifieke problematiek van de slachtoffers.
- Signaleren : de justitieassistent belast met het slachtofferonthaal kan voorstellen ter verbetering van de slachtofferbejegening en het slachtofferbeleid formuleren aan de betrokken instanties (magistratuur, arrondissementele raad voor slachtofferbeleid).
- Onthaal-, ondersteunings- en informatiefunctie : in samenwerking met het personeel van het parket en de griffie, en de magistraten organiseert de justitieassistent slachtofferonthaal de organisatie van het onthaal van slachtoffers en hun verwanten tijdens de strafrechtelijke procedure. Zo nodig zal hij zelf informatie en ondersteuning bieden.
- de justitieassistent belast met opdrachten binnen het kader van de strafwet :
- de justitieassistent belast met de bemiddeling in strafzaken staat de procureur des konings bij in het concreet uitwerken van de bemiddelingsprocedure en voert zijn taken uit onder toezicht, leiding en in samenwerking met de procureur des konings. Hij begeleidt een proces tussen dader en slachtoffer bij het uitwerken van hun geschillen en in bepaalde gevallen geeft dit aanleiding tot het organiseren van een dienstverlening, een opleiding of een aangepaste therapeutische opvolging. Vertrekkende van de opdracht die hem door de procureur des konings werd toevertrouwd, observeert, verzamelt en analyseert hij de gegevens waaraan kan worden getoetst of onder de gegeven omstandigheden bemiddeling in strafzaken wel de geschikte aanpak is en of het mogelijk is de partijen met elkaar te verzoenen, teneinde de procureur des konings toe te laten zijn beslissing te oriënteren.In de bemiddeling tussen dader en slachtoffer gebruikt de justitieassistent de bemiddelingsmethodiek als instrument voor de gerechtelijke afhandeling. Hij stelt zich onpartijdig op tussen dader en slachtoffer, bewaakt de spelregels via communicatie en tracht de partijen te bewegen tot het vinden van een herstelgerichte oplossing. Bijkomend en in de marge van de bemiddeling heeft hij aandacht voor de totaliteit van de probleemsituaties. Waar nodig verwijst hij door;
- de justitieassistent belast met : de vrijheid onder voorwaarden in het kader van de preventieve hechtenis, de probatie, de dienstverlening, de voorlopige en voorwaardelijke invrijheidstelling en de vrijheid op proef als geïnterneerde. In de voorlichtingsrapportage informeert de justitieassistent de opdrachtgever over de maatschappelijke context en het gedrag van de betrokken persoon, en brengt hij advies uit teneinde de opdrachtgever toe te laten geïndividualiseerde voorwaarden, maatregelen of straffen op te leggen. In de justitiële begeleiding en het toezicht werkt de justitieassistent schadebeperkend, recidiveverminderend en in de mate van het mogelijke herstelgericht. Hij werkt naar een (her)vinden van een sociaal aanvaardbaar evenwicht in de persoonlijke en maatschappelijke situatie van de dader, teneinde de maatschappelijke reïntegratie te bevorderen. De justitieassistent tracht de cliënt te motiveren tot actieve participatie aan de verplichte justitiële begeleiding, tot het verwerven van inzicht in en tot het werken aan de moeilijkheden en situaties die de context vormen van de feiten of tot nieuwe feiten aanleiding kunnen geven. Vanuit deze optiek is het nodig te overleggen en samen te werken met de hulpverlenende diensten van de gemeenschappen en gewesten en met andere initiatieven door de overheid genomen;
- de justitieassistent belast met burgerrechtelijke opdrachten staat in voor maatschappelijke enquêtes in het kader van het gezamenlijk ouderlijk gezag en het recht op persoonlijk contact met minderjarigen. Zijn doel bestaat er in de eerste plaats in de belangen van het kind te vrijwaren naast die van de relatie van de ouders met hun kind. Hiervoor zal hij de situatie op de meest objectieve manier analyseren. Vanuit zijn aandacht voor probleemsituaties tracht hij aanzetten te geven tot toekomstgerichte en bemiddelende interventies, gericht op gemeenschappelijke belangen van de verschillende partijen (gezagsco-ouderschap). Indien mogelijk verwijst hij daartoe door naar buitengerechtelijke instanties.
Samenwerkingsverbanden
Bevoorrechte partners, naast de directeur van het justitiehuis, de adjunct-adviseur, de coördinator en de collega's justitieassistenten, zijn :
- de magistratuur, de parketsecretariaten en griffies;
- de advocatuur;
- de psycho-sociale dienst van de strafinrichtingen;
- private en overheidsdiensten, en in het bijzonder dader- en slachtoffergerichte diensten, diensten voor echtscheidingsbemiddeling, diensten voor hulpverlening en behandeling.
2. BASISOPDRACHTEN
De justitieassistent
- draagt bij tot de verwezenlijking van de goede werking van het justitiehuis en van het sociaal werk binnen justitie, met inachtneming van de methodologie en deontologie en de rechtspositie van de gebruiker;
- is verantwoordelijk voor zijn specifieke opdrachten en de daarbij horende rapportage;
- draagt er zorg voor dat de burger wordt gehoord en geholpen, de nodige informatie krijgt of deskundig wordt verwezen;
- helpt justitie humaner te maken door middel van sensibilisering, formuleren van voorstellen en mee helpen uitwerken van nieuwe projecten;
- signaleert de noden en structurele gebreken die hij waarneemt bij de uitoefening van zijn taak en formuleert eventueel concrete voorstellen.
Hiervoor doet de justitieassistent onder meer het volgende :
- neemt alle nodige initiatieven om de opdrachten uit te voeren die hem zijn toevertrouwd door de bevoegde autoriteiten of op vraag van de burger en volgens de richtlijnen van de dienst;
- draagt actief bij tot de vorming van een team en van een constructieve teamgeest in het justitiehuis;
- werkt samen met opdrachtgevers van het DGRO en DGSI en met andere diensten en voorzieningen;
- neemt deel aan de vergaderingen en het overleg die worden georganiseerd door de directeur van het justitiehuis, de adjunct-adviseur en de coördinator;
- volgt de opleiding en de permanente vorming, de supervisie en intervisie die worden georganiseerd;
- legt van de onderzoeken en begeleidingen die hem worden opgedragen een dossier aan dat hij met zorg bijwerkt met oog op het eenheidsdossier;
- houdt zich op de hoogte van de evolutie in de samenleving, in zijn eigen werkterrein en op algemeen sociaal vlak;
- werkt mee aan registratie, evaluatie- en jaarverslagen;
- maakt alle inlichtingen omtrent relevante ontwikkelingen en problemen over aan de directeur van het justitiehuis, de adjunct-adviseur of de coördinator, op eigen initiatief of op vraag;
- is bereid in functionerings- en evaluatiegesprekken zicht te geven op de organisatie van de uitvoering van zijn takenpakket en zijn methodisch werk en deontologische houding te bespreken;
- stelt zich bereikbaar op in functie van de opdracht, de algemene toegankelijkheid van het justitiehuis en van de cliënt.
3. PROFIEL
3.1 Kennis
- Kennis van de maatschappelijke en justitiële context;
- Kennis van de methodologie en de deontologie van het sociaal werk;
- Kennis van de doelgroepen;
- Noties van criminologie, victimologie, penologie, sociologie, <psychologie> en psychiatrie;
- Kennis van de sociale kaart in het algemeen en in het bijzonder actieve kennis van diensten waarmee wordt samengewerkt;
- Grondige kennis van de wetgeving van de specifieke sector(en) waarin de justitieassistent werkt;
- Grondige kennis van de specifieke methodologie van de sector(en) waarin de justitieassistent werkt.
3.2. Vaardigheden
- Zich actief kunnen inschakelen in en meewerken aan het realiseren van de cultuur van het justitiehuis;
- In staat zijn mensen in hun eigen betekeniskader te erkennen en aan te spreken;
- Een vertrouwensrelatie kunnen opbouwen (sociabiliteit);
- Methodiek kunnen toepassen vanuit de specifieke cliëntsituatie;
- Kunnen omgaan met conflicten, agressie en weerstanden, zowel in de cliëntsituatie als binnen het team;
- Specifieke vaardigheden ontwikkelen zoals onthaal en intake, bemiddeling, crisisopvang;
- Kunnen confronteren, spiegelen, moeilijke nieuws-boodschappen melden;
- Gesprekstechnische, analyserende en rapportage-vaardigheden beheersen en verder kunnen ontwikkelen;
- Het eigen takenpakket kunnen organiseren en plannen en daarbij prioriteiten kunnen leggen;
- Stressbestendig zijn;
- Zich kunnen integreren binnen de hiërarchische justitiële structuur;
- Kunnen toepassen van informatie- en registratiesystemen;
- Zich flexibel kunnen inwerken in nieuwe werkdomeinen;
- Kunnen organiseren en initiatief nemen.
3.3. Attitude
- Verantwoordelijkheidszin hebben voor de algemene en specifieke opdrachten van het justitiehuis;
- In contacten met mensen streven naar onpartijdigheid, schadebeperkend werken, bemiddeling en herstel en uitgaan van een toekomstgerichte houding;
- Lerend ingesteld zijn;
- Respectvol zijn voor anderen en voor de deontologie van het werk;
- Soepelheid.


IV. DE BESTUURSASSISTENT / BESTUURSCHEF
1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN
De bestuursassistent verzorgt een belangrijke ondersteunende functie voor het justitiehuis. Hij verzorgt de administratieve taken van het justitiehuis in het algemeen en van de directeur in het bijzonder. Hij staat in voor de efficiënte organisatie van het secretariaatswerk in het algemeen en van de hem toegewezen deeltaken in het bijzonder. In geval van nood staat de bestuursassistent ook in voor het onthaal van bezoekers van het justitiehuis.
Gezien de cruciale rol van een goed georganiseerd secretariaat is de bestuursassistent sterk betrokken bij de cultuur en de organisatie van het justitiehuis. Ook al staat hij in voor een deelaspect van het totale takenpakket, dient hij goed op de hoogte te zijn van het totale gebeuren binnen het justitiehuis in het algemeen en van het secretariaat in het bijzonder. De bestuursassistent staat samen met zijn collega's bestuursassistenten in voor de efficiënte organisatie van het secretariaat. Daartoe pleegt hij regelmatig overleg met de directeur of zijn afgevaardigde. De bestuursassistenten schakelen zich mee in de cultuur van openheid en overleg binnen het justitiehuis.
De bestuursassistent is verantwoording verschuldigd aan de directeur van het justitiehuis of aan de regionale directeur aan wie hij werd toegewezen.
2. BASISOPDRACHTEN
De bestuursassistent staat o.a. in voor :
- de organisatie van het secretariaat in het algemeen en voor de uitvoering van het hem toegewezen takenpakket in het bijzonder;
- in voorkomend geval de organisatie en uitvoering van het secretariaat van de probatiecommissie en van de arrondissementele evaluatiecommissie;
- de organisatie en uitvoering van het secretariaat van het justitiehuis;
- de personeelsadministratie;
- het beheer van het materiaal;
- het secretariaat voor de specifieke opdrachten van de justitieassistenten;
- het onthaal.
Het takenpakket wordt bepaald in overleg met de directeur. Teneinde een efficiënte organisatie van de dienst te waarborgen legt de directeur prioriteiten vast en zet hij de bestuursassistenten in in functie van de globale organisatie van het secretariaat.
3. PROFIEL
3.1. Kennis
- Zich kunnen situeren in de context van het justitiehuis en het justitiële werkveld;
- Kennis hebben van organisatie van de verschillende aspecten van secretariaatswerk;
- Kennis hebben van archief- en documentatiesystemen;
- Kennis hebben van administratieve procedures of deze kennis kunnen ontwikkelen;
- Kennis hebben van tekstverwerking en databases;
- Vertrouwd zijn met registratie.
3.2. Vaardigheden
- Vlot zijn in mondelinge en schriftelijke communicatie, redactionele vaardigheden;
- Vlot verwerven en ontwikkelen van allerhande administratieve vaardigheden;
- Zelfstandig kunnen werken, kunnen initiatief nemen;
- Zelfstandig zijn takenpakket kunnen organiseren;
- Kunnen samenwerken met collega's;
- In overleg met de directeur prioriteiten kunnen bepalen;
- Zich vlot kunnen inschakelen in andere taken dan deze die strikt behoren tot het eigen takenpakket;
- Noden en behoeften met betrekking tot het werkterrein kunnen signaleren;
- Onder tijdsdruk kunnen werken.
3.3. Attitude
- Open staan voor de cultuur van het justitiehuis;
- Open staan voor samenwerking met de collega's bestuursassistenten en anderen;
- Zich houden aan de deontologische vereisten van het beroep inzake respecteren van de privacy en het beroepsgeheim;
- Handelen in overeenstemming met de beleidsopties van de dienst;
- Zich kunnen aanpassen aan wijzigende omstandigheden binnen de dienst;
- Gedeelde verantwoordelijkheid kunnen dragen voor totaliteit van de opdrachten;
- Een effectieve bijdrage leveren aan het team- en samenwerkingsverband.
V. DE ONTHAALBEAMBTE
1. ALGEMENE DOELSTELLINGEN
De onthaalbeambte staat in voor een correct en vriendelijk onthaal van de bezoekers (bijvoorbeeld magistraten, advocaten en hulpverleners, burgers, slachtoffers, daders) van het justitiehuis. Hij verwijst de bezoekers naar de gevraagde personen en diensten, of naar de justitieassistent die de permanentie of de eerstelijnsfunctie verzorgt. De onthaalbeambte beantwoordt tevens de telefonische oproepen, schakelt deze door naar de juiste persoon of geeft informatie omtrent de bereikbaarheid van deze persoon. Hij ziet toe op de bewegingen binnen het justitiehuis en de verzorging van de materiële voorzieningen.
De onthaalbeambte staat tevens in voor de registratie van het bezoek en de telefonische contacten. Met oog op de toegankelijkheid van het justitiehuis en een vriendelijk en correct onthaal, signaleert hij (materiële en andere) lacunes die een correct onthaal verhinderen. Op die manier schakelt de onthaalbeambte zich mee in in de cultuur van het justitiehuis. Daartoe pleegt hij regelmatig overleg met de directeur van het justitiehuis of zijn afgevaardigde en de andere personeelsgroepen binnen het justitiehuis.
De directeur van het justitiehuis kan, naargelang de behoeften en prioriteiten van de dienst, de onthaalbeambte ook inschakelen in algemene administratieve taken.
De onthaalbeambte werkt onder de leiding van en geeft verantwoording aan de directeur van het justitiehuis.
2. BASISOPDRACHTEN
De onthaalbeambte staat in voor :
- het onthaal en de correcte verwijzing van de bezoekers;
- het correct beantwoorden van telefonische oproepen;
- de registratie van de contacten;
- administratieve taken die samenhangen met de functie;
- bewaking van de (materiële) voorzieningen, nodig voor een correct onthaal;
- andere taken van administratieve aard die door de directeur worden toegewezen.
3. PROFIEL
3.1. Kennis
- Zich kunnen situeren in de context van het justitiehuis en het justitiële werkveld;
- Kennis hebben van de verschillende aspecten van onthaal;
- Vertrouwd zijn met registratie;
Elementaire kennis hebben van administratie.
3.2. Vaardigheden
- Vlot zijn in communicatie;
- Elementaire redactionele vaardigheden;
- Zelfstandig zijn takenpakket kunnen organiseren;
- Kunnen samenwerken met collega's;
- Noden en behoeften met betrekking tot het werkterrein kunnen signaleren;
Kunnen werken onder tijdsdruk.
3.3. Attitude
- Onthaalvriendelijke en correcte opstelling;
- Open staan voor de cultuur van het justitiehuis;
- Open staan voor samenwerking met de collega's;
- Zich houden aan de deontologische vereisten van het beroep inzake respecteren van de privacy en het beroepsgeheim;
- Handelen in overeenstemming met de beleidsopties genomen door de dienst;
- Zich kunnen aanpassen aan wijzigende omstandigheden binnen de dienst;
- Gedeelde verantwoordelijkheid kunnen dragen voor totaliteit van de opdrachten;
- Een effectieve bijdrage leveren aan het team- en samenwerkingsverband.


Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 23 juni 1999.
De Minister van Justitie,
Tony VAN PARYS

Publicatie : 1999-06-29