MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU 

10 AUGUSTUS 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd



ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 68;
Gelet op het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, inzonderheid op punt IIIbis van de rubriek "Bijzondere normen toepasselijk op de gespecialiseerde dienst voor behandeling en revalidatie, kenletter Sp" van de bijlage bij dat besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 november 1995 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1997;
Gelet op de vraag van de ministers van Sociale Zaken en van Volksgezondheid aan de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, van 23 augustus 1996, om een advies over een ontwerp van koninklijk besluit;
Overwegende dat de Nationale Raad op heden nog geen advies gegeven heeft over het hem voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :


Artikel 1. Punt IIIbis ("Specifieke normen per specialisme") van de rubriek "Bijzondere normen toepasselijk of de gespecialiseerde dienst voor behandeling en revalidatie kenletter Sp" van de bijlage bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 november 1995 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1997. wordt aangevuld met de onderdelen C, D, E en F, luidend als volgt :


"C. Specifieke normen voor de Sp-dienst (cardiopulmonaire aandoeningen)
1. Als Sp-dienst voor patiënten met cardiopulmonaire aandoeningen worden erkend, de diensten die patiënten opnemen die een voortgezette cardiopulmonaire behandeling, alsook een multidisciplinaire opvang behoeven om hun fysieke, psychische en sociale potentieel op een zo hoog mogelijk peil te houden of te brengen.
Het verzorgingsplan omvat een actieplan om, via gerichte informatie inzake ondermeer leef- en voedingspatronen, het recidiverisico te verkleinen.
2. Als de Sp-dienst voor patiënten met cardiopulmonaire aandoeningen niet op de campus van een algemeen ziekenhuis is gevestigd of als de dienst voor diagnose en geneeskundige behandeling van het ziekenhuis niet beschikt over een medische staf met geneesheren specialisten in de cardiologie of in de pneumologie, wordt een functionele binding opgezet met een ziekenhuis dat daar wel over beschikt. Bedoelde functionele binding is erop gericht de continuïteit van de opvang en de zorgverlening te waarborgen.
Er wordt ook een functionele binding opgezet met de extramurale voorzieningen en diensten voor huisvesting of thuisverzorging van patiënten met cardiopulmonaire aandoeningen, zoals rust- en verzorgingstehuizen en gecoördineerde diensten voor thuisverzorging.
Die functionele bindingen worden in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.
3. De functie "revalidatie" van het ziekenhuis waarin de cardiopulmonaire Sp-dienst is gevestigd, is uitgerust om in de revalidatiebehoeften van de patiënten met cardiopulmonaire aandoeningen te voorzien.
4. De architectonische en functionele organisatie van de dienst moet, gelet op het langdurige verblijf, de patiënten de onontbeerlijke levenskwaliteit bieden.
5. De dienst moet over de nodige uitrusting en zorgprocedures beschikken om patiënten met cardiopulmonaire aandoeningen constant dringende zorgverlening te kunnen bieden.
Alle bedden op de dienst zijn in de hoogte verstelbaar, geleed en mobiel.
De dienst beschikt over voldoende rolstoelen, looprekken en hulpmiddelen om de mobiliteit te vergemakkelijken.
Zorgprocedures evenals voldoende materieel om ligwonden te voorkomen moeten beschikbaar zijn.
6. De geneesheren-specialisten in de cardiologie, in de inwendige geneeskunde of in de pneumologie worden geacht de specifieke bekwaamheid bedoeld in punt III, 1, te hebben.
Naar gelang van de specifieke bekwaamheid van de arts die met de medische organisatie van de dienst is belast, moet hij, indien nodig, te allen tijde een beroep kunnen doen op artsen die de vereiste bekwaamheden hebben.
7. Per verpleegeenheid, en zeker per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 %, moet de dienst beschikken over een hoofdverpleegkundige met een bijzondere ervaring in de opvang van patiënten met cardiopulmonaire aandoeningen.
Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst, naast 1 hoofdverpleegkundige, ten minste beschikken over 8 voltijds equivalent verpleegkundigen waaronder ten minste 5 gegradueerde verpleegkundigen en 7 voltijds equivalent leden van het verzorgend personeel.
8. Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst ten minste beschikken over een voltijds equivalent ergotherapeut of logopedist of paramedicus met een bijzondere ervaring in de revalidatie.
Er moet een beroep kunnen worden gedaan op een diëtist met een bijzondere ervaring in het overbrengen van informatie inzake voedingsleer.
9. Om de kwaliteit van de zorgverlening maximaal te waarborgen, dient regelmatig teamoverleg te worden gepleegd waarbij per patiënt wordt nagegaan in hoeverre de therapeutische en relationele hulp op een geïntegreerde wijze verliep.


D. Specifieke normen voor de Sp-dienst (neurologische aandoeningen)
1. Als Sp-dienst voor patiënten met neurologische aandoeningen worden erkend, de diensten die patiënten opnemen die een voortgezette neurologische behandeling, alsook een multidisciplinaire opvang behoeven om hun fysieke, psychische en sociale potentieel op een zo hoog mogelijk peil te houden of te brengen.
2. Als de Sp-dienst voor patiënten met neurologische aandoeningen niet op de campus van een algemeen ziekenhuis is gevestigd of als de dienst voor diagnose en geneeskundige behandeling van het ziekenhuis niet beschikt over een medische staf met ten minste één geneesheer-specialist in de neurologie, wordt een functionele binding opgezet met een ziekenhuis dat daar wel over beschikt.
Bedoelde functionele binding is erop gericht de continuiteit van de opvang en de zorgverlening te waarborgen.
Er wordt ook een functionele binding opgezet met de extramurale voorzieningen en diensten voor huisvesting of thuisverzorging van patiënten met neurologische aandoeningen, zoals rust- en verzorgingstehuizen en gecoördineerde diensten voor thuisverzorging.
Die functionele bindingen worden in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.
3. De functie "revalidatie'' van het ziekenhuis waarin de neurologische Sp-dienst is gevestigd, is uitgerust is om in de revalidatiebehoeften van de patiënten met neurologische aandoeningen te voorzien.
4. De architectonische en functionele organisatie van de dienst moet, gelet op het langdurige verblijf, de patiënten de onontbeerlijke levenskwaliteit bieden.
Alle lokalen die bestemd zijn voor de patiënten, moeten zo toegankelijk mogelijk worden gemaakt, ook voor rolstoelpatiënten.
De verplaatsingen van de patiënten binnen de dienst moeten worden vergemakkelijkt door de installatie van een leuning in de gangen en in het sanitair.
5. De dienst moet over de nodige uitrusting en zorgprocedures beschikken om patiënten met neurologische aandoeningen constant dringende zorgverlening te kunnen bieden.
Alle bedden op de dienst zijn in de hoogte verstelbaar, geleed en mobiel.
De dienst beschikt over voldoende rolstoelen, looprekken en hulpmiddelen om de mobiliteit te vergemakkelijken.
Zorgprocedures evenals voldoende materieel om ligwonden te voorkomen, moeten beschikbaar zijn.
6. De geneesheren-specialisten in de neurologie, in de inwendige geneeskunde of in de neuropsychiatrie worden geacht de specifieke bekwaamheid bedoeld in punt III, 1, te hebben.
Naargelang van de bekwaming van de arts die met de medische organisatie van de dienst is belast, moet hij, indien nodig, te allen tijde een beroep kunnen doen op artsen die de vereiste bekwaamheden hebben.
Hij moet eveneens een beroep kunnen doen op een geneesheer-specialist in de urologie.
7. Per verpleegeenheid, en zeker per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 %, moet de dienst beschikken over een hoofdverpleegkundige met een bijzondere ervaring in de opvang van patiënten met neurologische aandoeningen.
Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst, naast 1 hoofdverpleegkundige, ten minste beschikken over 8 voltijds equivalent verpleegkundigen waaronder ten minste 5 gegradueerde verpleegkundigen en 6 voltijds equivalent leden van het verzorgend personeel.
8. Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst ten minste beschikken over twee voltijds equivalenten ergotherapeut, logopedist of paramedicus met een bijzondere ervaring in de revalidatie.
Er moet een beroep kunnen worden gedaan op een psycholoog.
9. Om de kwaliteit van de zorgverlening maximaal te waarborgen, dient regelmatig teamoverleg te worden gepleegd waarbij per patiënt wordt nagegaan in hoeverre de therapeutische en relationele hulp op een geïntegreerde wijze verliep.


E. Specifieke normen voor de Sp-dienst (locomotorische aandoeningen)
1. Als Sp-dienst voor patiënten met locomotorische aandoeningen worden erkend, de diensten die patiënten opnemen die een voortgezette behandeling van motorische aard, alsook een multidisciplinaire opvang behoeven om hun fysieke, psychische en sociale potentieel op een zo hoog mogelijk peil te houden of te brengen.
2. Om de continuïteit van de opvang en de zorgverlening te waarborgen, wordt een functionele binding opgezet met de extramurale voorzieningen en diensten voor huisvesting of thuisverzorging van patiënten met locomotorische aandoeningen, zoals rust- en verzorgingstehuizen en gecoördineerde diensten voor thuisverzorging.
Er moet ook een functionele binding worden opgezet met een centrum voor integratie van personen met een handicap.
Die functionele bindingen worden in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.
3. De functie "revalidatie" van het ziekenhuis waarin de locomotorische Sp-dienst is gevestigd, is uitgerust om in de revalidatiebehoeften van de patiënten met locomotorische aandoeningen te voorzien.
4. De architectonische en functionele organisatie van de dienst moet, gelet op het langdurige verblijf, de patiënten de onontbeerlijke levenskwaliteit bieden.
5. De dienst moet over de nodige uitrusting en zorgprocedures beschikken om patiënten met locomotorische aandoeningen constant dringende zorgverlening te kunnen bieden.
Alle bedden op de dienst moeten in de hoogte verstelbaar, geleed en mobiel zijn.
De dienst moet beschikken over voldoende rolstoelen, looprekken en hulpmiddelen om de mobiliteit te vergemakkelijken.
Zorgprocedures evenals voldoende materieel nodig om ligwonden te voorkomen, moeten beschikbaar zijn.
6. De geneesheren-specialisten in de neurologie, in de orthopedische heelkunde, in de fysische geneeskunde en revalidatie of in de reumatologie worden geacht de specifieke bekwaamheid bedoeld in punt III, 1, te hebben.
Naar gelang van de bekwaming van de arts die met de medische organisatie van de dienst is belast, moet hij, indien nodig, te allen tijde een beroep kunnen doen op artsen die de vereiste bekwaamheden hebben.
Hij moet ook een beroep kunnen doen op een geneesheer-specialist in de urologie.
7. Per verpleegeenheid moet de dienst beschikken over een hoofdverpleegkundige met een bijzondere ervaring in de opvang van patiënten met locomotorische aandoeningen.
Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst, naast 1 hoofdverpleegkundige, ten minste beschikken over 8 voltijds equivalent verpleegkundigen waaronder ten minste 5 gegradueerde verpleegkundigen en 6 voltijds equivalent leden van het verzorgend personeel.
8. Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst ten minste beschikken over twee voltijds equivalenten ergotherapeut, logopedist of paramedicus met een bijzondere ervaring inzake revalidatie.
Er moet een beroep kunnen worden gedaan op een psycholoog.
9. Om de kwaliteit van de zorgverlening maximaal te waarborgen, dient regelmatig teamoverleg te worden gepleegd waarbij per patiënt wordt nagegaan in hoeverre de therapeutische en relationele hulp op een geïntegreerde wijze verliep.


F. Specifieke normen voor de Sp-dienst (chronische aandoeningen)
1. Als Sp-dienst voor patiënten met chronische aandoeningen worden erkend, de diensten die patiënten opnemen die een voortgezette medische behandeling vereisen om wille van een chronische aandoening, alsook een multidisciplinaire opvang behoeven om hun fysieke, psychische en sociale potentieel op een zo hoog mogelijk peil te houden of te brengen.
2. Om de continuïteit van de opvang en de zorgverlening te waarborgen, wordt een functionele binding opgezet met de extramurale voorzieningen en diensten voor huisvesting of thuisverzorging van patiënten met chronische aandoeningen, zoals rust- en verzorgingstehuizen en gecoördineerde diensten voor thuisverzorging.
Die functionele binding wordt in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.
3. De functie "revalidatie" van het ziekenhuis waarin de chronische Sp-dienst is gevestigd, is uitgerust om in de revalidatiebehoeften van de patiënten met chronische aandoeningen te voorzien.
4. De architectonische en functionele organisatie van de dienst moet, gelet op het langdurige verblijf, de patiënten onontbeerlijke levenskwaliteit bieden.
5. De dienst moet over de nodige uitrusting en zorgprocedures beschikken om patiënten met chronische - aandoeningen constant dringende zorgverlening te kunnen bieden.
Alle bedden op de dienst moeten in de hoogte verstelbaar, geleed en mobiel zijn.
De dienst moet beschikken over voldoende rolstoelen, looprekken en hulpmiddelen om de mobiliteit te vergemakkelijken.
Zorgprocedures evenals voldoende middelen om ligwonden te voorkomen, moeten beschikbaar zijn.
6. De geneesheren-specialisten worden geacht de specifieke bekwaamheid bedoeld in punt III, 1, te hebben.
7. Per verpleegeenheid moet de dienst beschikken over een hoofdverpleegkundige met een bijzondere ervaring in de opvang van patiënten met chronische aandoeningen.
Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst, naast 1 hoofdverpleegkundige, ten minste beschikken over 8 voltijds equivalent verpleegkundigen waaronder ten minste 5 gegradueerde verpleegkundigen en 7 voltijds equivalent leden van het verzorgend personeel.
8. Per 30 bedden met een bezettingsgraad van 80 % moet de dienst ten minste beschikken over één voltijds equivalent ergotherapeut, logopedist of paramedicus met een bijzondere ervaring inzake revalidatie.
Er moet een beroep kunnen worden gedaan op een psycholoog.
9. Om de kwaliteit van de zorgverlening maximaal te waarborgen, dient regelmatig teamoverleg te worden gepleegd waarbij per patiënt wordt nagegaan in hoeverre de therapeutische en relationele hulp op een geïntegreerde wijze verliep.


Art. 2. Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 10 augustus 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA

Publicatie : 1998-10-21

 

 KlinPsy - Wetgeving