MINISTERIE VAN JUSTITIE

28 NOVEMBER 1997. Koninklijk besluit tot bepaling van het statuut en van het ambt van sommige ambtenaren verbonden aan een probatiecommissie en tot vaststelling van geldelijke bepalingen ten gunste van deze ambtenaren



ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, inzonderheid op de artikelen 9 en 10;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijkspersoneel;
Gelet op het koninklijk besluit van 2O juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan de ambtenaren in de Rijksbesturen kunnen titularis zijn, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1996;
Gelet op het koninklijk besluit van 9 november 1964 betreffende de werkwijze van de probatiecommissies;
Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries, inzonderheid op artikel 4, eerste lid, 2;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren in de rijksbesturen die behoren tot de niveaus 1 en 2+, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 juni 1996;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene ministeries gemene graden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1996;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 29 juli 1997;
Gelet op het advies van de Vaste Wervingssecretaris, gegeven op 18 augustus 1997;
Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 6 oktober 1997 ;
Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 6 oktober 1997 ;
Gelet op het advies van de Directieraad, gegeven op 4 november 1997;
Gelet op het protocol nr 157 van 4 november 1997 van het Sectorcomité III, Justitie;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de ambtenaar, bekleed met de graad van probatieassistent, sedert de vaststelling van het statuut en van het ambt van de probatieassistent, dezelfde loopbaan heeft als de maatschappelijk assistent;
Overwegende dat hun nieuwe loopbaan tegelijkertijd verwezenlijkt moet worden met deze van de ambtenaren bekleed met de gemene graad van maatschappelijk assistent;
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en van Onze Minister van Begroting,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Organieke bepalingen
Artikel 1. In afwijking van artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel hebben de ambtenaren die het ambt van probatieassistent uitoefenen, bedoeld in artikel 9 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, de hoedanigheid van Rijksambtenaar.
Art. 2. 1. Voor de ambtenaren die het in artikel 1 bedoeld ambt uitoefenen worden volgende graden opgericht :
in rang 26 : probatieassistent;
in rang 28 : eerstaanwezend probatieassistent.
2. Volgende graden worden geschrapt :
in rang 26 : probatieassistent;
in rang 27 : probatieassistent eerste klasse;
in rang 28 : eerstaanwezend probatieassistent;
in rang 28 : hoofdprobatieassistent.
Art. 3. De graad van probatieassistent wordt uitsluitend verleend aan de geslaagden voor een vergelijkend wervingsexamen.
Onverminderd de overige gestelde reglementaire voorwaarden, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, mogen alleen aan het in het eerste lid bedoeld vergelijkend examen deelnemen de houders van een van de hierna genoemde diploma's :
- maatschappelijk assistent;
- licentiaat in de klinische psychologie;
- licentiaat in de pedagogische wetenschappen of in de sociale en culturele agogiek of in de opvoedingswetenschappen of in de pedagogie;
- licentiaat in de criminologie of in de criminologische wetenschappen.
Art. 4. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van dit besluit kan de ambtenaar, bekleed met de graad van maatschappelijk assistent en in dienst in de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen die ten minste zes maanden graadanciënniteit heeft, benoemd worden tot de graad van probatieassistent.
Onverminderd de overige vereiste reglementaire voorwaarden wordt de in het eerste lid bedoelde benoeming toegekend bij wijze van verandering van graad.
Art. 5. Alleen de probatieassistent die ten minste achttien jaar graadanciënniteit heeft kan bevorderd worden tot de graad van eerstaanwezend probatieassistent.
Nochtans kan de ambtenaar, bekleed met de graad van eerstaanwezend maatschappelijk assistent en in dienst in de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen die ten minste zes maanden graadanciënniteit heeft, benoemd worden tot de graad van eerstaanwezend probatieassistent.
Onverminderd de overige vereiste reglementaire voorwaarden wordt de in het tweede lid bedoelde benoeming toegekend bij wijze van verandering van graad.
Art. 6. De ambtenaar wiens benoeming toegekend wordt bij wijze van verandering van graad, bedoeld in artikelen 4 en 5, tweede en derde lid, van dit besluit, behoudt in zijn nieuwe graad de graadanciënniteit welke hij verkregen had in de graad waarvan hij titularis was.
Art. 7. 1. In de tabel gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling van de graden waarvan de ambtenaren in de rijksbesturen kunnen titularis zijn, worden onder het opschrift I. Alfabetische rangschikking van de Nederlandse benamingen, Afdeling A, Administratief personeel en onder het opschrift II Alfabetische rangschikking van de Franse benamingen, Afdeling A, Administratief personeel de volgende graden ingevoegd :
rang 26 : probatieassistent (Ministerie van Justitie);
rang 28 : eerstaanwezend probatieassistent (Ministerie van Justitie).
2. In dezelfde tabel en onder dezelfde opschriften worden de vermeldingen van de volgende graden ingevoegd onder de rubriek geschrapte graden :
rang 26 : probatieassistent (Ministerie van Justitie);
rang 27 : probatieassistent eerste klasse (Ministerie van Justitie);
rang 28 : eerstaanwezend probatieassistent (Ministerie van Justitie);
rang 28 : hoofdprobatieassistent (Ministerie van Justitie).
Art. 8. Het ambt van probatieassistent, ingesteld bij de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, kan eveneens worden uitgeoefend door de sociaal arbeidsinspecteur of de sociaal arbeidsinspecteur-directeur in dienst bij de Dienst Maatschappelijk Werk Strafrechtstoepassing in de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen.
Art. 9. De Minister van Justitie bepaalt voor elke probatieassistent en eerstaanwezend probatieassistent de probatiecommissie waaraan hij verbonden is. Hij wijst hen, alsook aan de sociaal arbeidsinspecteur of de sociaal arbeidsinspecteur-directeur, een standplaats en een werkgebied toe; hij omschrijft de territoriale bevoegdheid van die ambtenaren. Hij bepaalt op welke wijze ze optreden en stelt hun beroepsregelen vast.
Art. 10. De probatieassistent en de eerstaanwezend probatieassistent voeren de hen op grond van de artikelen 2 en 11 van de voornoemde wet van 29 juni 1964 toevertrouwde opdrachten uit overeenkomstig de richtlijnen die zij, naar gelang het geval, van de rechterlijke overheid of van de probatiecommissie ontvangen.
Het eerste lid is toepasselijk op de sociaal arbeidsinspecteur of de sociaal arbeidsinspecteur-directeur wanneer hij met het ambt van probatieassistent is belast.
Art. 11. Het ambt van secretaris met volledige dienstbetrekking van een probatiecommissie, bedoeld bij artikel 10 van de voornoemde wet van 29 juni 1964, wordt uitgeoefend door rijksambtenaren in dienst in de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen, bekleed met de graad van bestuurschef of van bestuursassistent.
Art. 12. De probatieassistent, de eerstaanwezend probatieassistent, de sociaal arbeidsinspecteur of de sociaal arbeidsinspecteur-directeur en de secretaris met volledige dienstbetrekking van een probatiecommissie ressorteren in administratief opzicht onder de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen.
Art. 13. De probatiecommissie heeft de probatieassistent, de eerstaanwezend probatieassistent en de secretaris onder haar gezag. Zij beoordeelt de wijze van dienen van ieder van hen en stuurt daaromtrent, door toedoen van haar voorzitter, volgens de behoeften van de dienst, alle nodige inlichtingen en dienstige rapporten aan de Minister van Justitie.
Het eerste lid is toepasselijk op de sociaal arbeidsinspecteur of de sociaal arbeidsinspecteur-directeur wanneer hij met het ambt van probatieassistent is belast.
HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen
Art. 14. De geslaagden voor een vergelijkend examen voor toelating tot de proeftijd in de graad van probatieassistent (rang 26), geschrapt bij dit besluit, dat door het Vast Wervingssecretariaat georganiseerd is vóór de datum van de bekendmaking van dit besluit, behouden tijdens de geldigheidsduur van het vergelijkend examen hun aanspraken op benoeming tot de graad van probatieassistent (rang 26) opgericht bij dit besluit.
Art. 15. 1. De ambtenaren die bekleed zijn met één van de graden die hierna in de linker kolom voorkomen worden ambtshalve benoemd tot één van de graden die in de rechter kolom vermeld zijn naast de graad die zij bekleden :
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
2. De ambtenaren die krachtens 1 benoemd zijn behouden in hun nieuwe graad de anciënniteit verkregen in de graad waarvan zij titularis waren.
3. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren benoemd tot de graad van probatieassistent worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 26,27, 23 en 22 geacht verricht te zijn in de graad van de rang 26.
4. Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren benoemd tot de graad van eerstaanwezend probatieassistent worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 28 en 24 geacht verricht te zijn in de graad van de rang 28.
5. De graadanciënniteit van de ambtenaar benoemd tot de graad van eerstaanwezend probatieassistent (rang 28), voorheen bekleed met de geschrapte graad van hoofdprobatieassistant (rang 28), wordt vastgesteld vanaf de datum van zijn bevordering tot de geschrapte graad van eerstaanwezend probatieassistent (rang 28).
6. De weddeanciënniteit verkregen door deze ambtenaren wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.
HOOFDSTUK III. - Geldelijke bepalingen
Art. 16. 1. Aan de graad van probatieassistent wordt de weddeschaal 26F verbonden.
2. De probatieassistent die negen jaar graadanciënniteit heeft bekomt de weddeschaal 26I.
Art. 17. 1. Aan de graad van eerstaanwezend probatieassistent wordt de weddeschaal 28E verbonden.
2. De eerstaanwezend probatieassistent die ten minste zes jaar graadanciënniteit heeft kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn, de weddeschaal 28F bekomen.
Art. 18. De weddeschalen verbonden aan de hiernavermelde graden worden vanaf 1 januari 1994 als volgt vastgesteld :
Probatieassistent (rang 26) :
626.780 - 920.651
31 x 12.465
122 x 21.373
(Kl. 23 j. - N2+ - Gr.A)
Probatieassistent eerste klasse (rang 27) :
713.109 - 1.006.980
31 x 12.465
122 x 21.373
(Kl. 23 j. - N2+ - Gr.A)
Eerstaanwezend probatieassistent (rang 28) :
787.251 - 1.141.684
11 x 12.465
21 x 21.373
142 x 21.373
(Kl. 23 j. - N2+ - Gr.A)
Hoofdprobatieassistent (rang 28) :
815.746 - 1.170.179
11 x 12.465
21 x 21.373
142 x 21.373
(Kl. 23 j. - N2+ - Gr.A)
Art. 19. De wedde van de ambtenaren, ambtshalve benoemd in een graad vermeld in artikel 2, 1, van dit besluit, wordt vastgesteld in de weddeschaal die volgens de tabel gevoegd bij dit besluit overeenstemt met de weddeschaal van de opgerichte graad.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
Art. 20. 1. De procedures inzake aanwerving en oppensioenstelling die aan de gang zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden verder gezet volgens de bepalingen van dit besluit.
2. De procedures inzake bevordering en verandering van graad die aan de gang zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden verder geregeld door de bepalingen zoals opgesteld vóór de wijziging ervan door dit besluit.
Indien, na de procedures bedoeld in het eerste lid, ambtenaren benoemd worden tot een door dit besluit geschrapte graad, worden ze daarna ambtshalve in de overeenstemmende graad benoemd.
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als het koninklijk besluit tot vaststelling van de personeelsformatie van de buitendiensten van het Bestuur Strafinrichtingen, met uitzondering van artikel 18 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 1994.
Art. 22. Het koninklijk besluit van 7 april 1995 tot bepaling van het statuut en van het ambt van sommige ambtenaren verbonden aan een probatiecommissie, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 februari 1996, wordt opgeheven.
Art. 23. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 november 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY
CONVERSIETABEL VAN DE GESCHRAPTE GRADEN EN DE ERAAN VERBONDEN WEDDESCHALEN
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 28 november 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Begroting,
H. VAN ROMPUY

Publicatie : 1997-12-24