MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW

3 APRIL 1997. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de werkingskosten van de Psychologencommissie, opgericht bij artikel 3, 1, van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog



ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, inzonderheid op artikel 3, 3;
Gelet op het advies van de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. De werkingskosten van de Psychologencomissie worden gedragen door de psychologen die ingeschreven zijn op de lijst bedoeld in artikel 2 van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, hierna te noemen de wet .
Art. 2. 1. Telkens binnen drie maanden die volgen op het begin van een nieuwe zittijd van de Psychologencomissie, en voor het eerst vanaf de tweede zittijd, stelt de Psychologencomissie het bedrag vast van de administratiekosten voor de inschrijving op de lijst, alsook het bedrag van de bijdrage in de kosten voor het bijhouden van de lijst.
De administratiekosten zijn verschuldigd bij de eerste inschrijving op de lijst. De bijdrage in de kosten voor het bijhouden van de lijst is voor elke nieuwe zittijd van de Psychologencomissie verschuldigd, vanaf de zitting die volgt op die waarin de betrokkene voor het eerst op de lijst is ingeschreven.
De door de Psychologencomissie vastgestelde bedragen worden goedgekeurd door de Minister bevoegd voor de Middenstand.
2. Tijdens de eerste zittijd is het bedrag dat de aanvrager bij de eerste inschrijving op de lijst, bedoeld in artikel 2 van de wet, voor administratiekosten is verschuldigd, vastgesteld op 2 000 frank.
Art. 3. 1. De aanvrager wordt slechts ingeschreven op de lijst, bedoeld in artikel 2, 1 van de wet, na betaling van het bedrag van de administratiekosten verschuldigd bij de eerste inschrijving.
2. Bij weigering van betaling van de kostenbijdrage voor het bijhouden van de lijst binnen de door de Commissie vastgestelde termijn, kan de Psychologencomissie een gerechtelijke procedure tot invordering van het verschuldigd bedrag instellen, indien de belanghebbende niet intussentijd om zijn schrapping heeft verzocht.
3. In geen enkel geval zijn de bedragen van de administratiekosten verschuldigd bij de eerste inschrijving en de bedragen van de kostenbijdrage voor het bijhouden van de lijst, terugvorderbaar.
Art. 4. De bedragen vermeld in artikel 3, 3 worden gestort op de post- of bankrekening die door de Psychologencomissie wordt geopend.
Deze rekening wordt beheerd door twee leden, die bij geheime stemming worden gekozen onder de 16 leden van de Psychologencomissie, bedoeld bij artikel 5, 1 van de wet.
Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 1996.
Art. 6. Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 3 april 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landbouw
en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN

Publicatie : 1997-06-05