MINISTERIE VAN MIDDENSTAND EN LANDBOUW

 

21 MEI 1996.

Koninklijk besluit tot regeling van de erkenning van de nationale beroepsfederaties van psychologen en van de vertegenwoordiging van de erkende federaties in de Psychologen-commissie.

 

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

 

Gelet op de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, inzonderheid op de artikelen 7, 1, 5 en 2, en 8, S 3;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

 

HOODSTUK I De erkenning van de Nationale Beroepsfederaties van Psychologen

 

Artikel 1. De voorwaarden van representativiteit om erkend te worden als Nationale Beroepsfederatie van Psychologen zijn de volgende:

1 de aanvragende federatie oefent reeds ten minste sedert twee jaar een werkelijke activiteit uit; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld indien de aanvragende federatie ontstaan is uit de fusie van federaties waarvan ten minste één aan die voorwaarde voldoet;

2 zij sluit, in voorkomend geval, alleen verenigingen aan, deze voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 7, 1, 3 en 4 van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog, die een werkelijke activiteit uitoefenen en die schriftelijk instemmen met haar statuten en deze aansluiting vermelden op de documenten voor buitenstaanders of in hun eigen statuten;

3 haar leden die, hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling van een andere vereniging, zijn aangesloten betalen een individuele bijdrage van ten minste 750 F per jaar;

de bijdrage mag niet worden samengevoegd met enig ander bedrag dat het lid wegens andere prestaties verschuldigd zou zijn;

de inlichtingen over de aard van de betaling zijn voldoende als een individuele en specifieke lidmaatschapskaart werd uitgereikt met vermelding van de volledige benaming der federatie en van het bedrag der bijdrage;

4 zij heeft een deel gekregen van de bijdragen betaald door de leden van elk van haar aangesloten verenigingen;

5 zij beschikt, hetzij zelf, hetzij door bemiddeling van een andere vereniging, over een administratieve structuur, geschikt om elke opdracht conform artikel 7, 1, l, van de wet te vervullen en in het bijzonder om aan de leden informatie en diensten te verstrekken;

6 zij geeft, hetzij zelf, hetzij door een daartoe gemachtigd orgaan, sedert ten minste één jaar een periodieke uitgave met minstens drie nummers per jaar uit en stuurt die dan op aan haar leden.

 

HOOFDSTUK 11. - De erkenningsprocedure

Art. 2. De aanvraag om erkenning of hernieuwing van de erkenning wordt ingediend bij de Minister die bevoegd is voor de middenstand hierna 'de Minister' genoemd.

Zij wordt aangetekend verstuurd tussen 1 januari en 31 maart van het laatste jaar van elke zittijd van de Psychologencommissie.

Art. 3. Bij de aanvraag om erkenning worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat de federatie voldoet aan de erkenningsvoorwaarden, meer bepaald:

1 een afschrift van de statuten van de federatie en van haar eventuele aangesloten verenigingen en van hun in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte wijzigingen;

2 de ledenlijst per professionele sector van de aangeslotenen tijdens het jongste afgelopen jaar, met vermelding van naam, voornaam, adres en beroep;

3 een specimen van de lidmaatschapskaart met vermelding van het bedrag der bijdrage;

4 een werkingsverslag over de laatste twee afgelopen jaren;

5 een gedetailleerd overzicht van haar administratieve structuur;

6 exemplaren van de verschenen periodieke uitgaven van het jongste afgelopen jaar.

Art. 4. Een reeds tijdens de vorige zittijd van de Psychologen-commissie erkende federatie kan hernieuwing van haar erkenning bekomen door toezending aan de Minister van een door de voorzitter en de secretaris voor eensluidend verklaard afschrift van de notulen van de vergadering tijdens welke tot de aanvraag om hernieuwing van de erkenning werd besloten, dit overeenkomstig de statutaire bepalingen.

Art. 5. Bij de aanvraag om hernieuwing dient de ledenlijst te worden gevoegd per beroepssector van de aangeslotenen tijdens het jongste afgelopen jaar, met vermelding van naam, voornaam, adres en beroep.

Art. 6. De Minister beslist over de aanvragen.

Wanneer hij van oordeel is dat een federatie niet lijkt te voldoen aan alle erkenningsvoorwaarden of dat het aantal opgegeven leden niet overeenstemt met zijn eigen bevindingen, geeft hij kennis van zijn bezwaren bij aangetekend schrijven vóór 1 juni.

Het antwoord van de federatie wordt binnen dertig dagen aan de Minister gericht langs dezelfde weg.

Art. 7. De Minister neemt uiterlijk op 15 juli een beslissing en brengt ze ter kennis van de aanvragende federatie bij aangetekend schrijven. Wanneer de beslissing gunstig is, deelt zij het aantal vertegenwoordigers mee waarop de federatie aanspraak kan maken voor elke professionele sector.

De erkenning is geldig tot de datum waarop de mandaten binnen de Psychologencommissie verstrijken

Art. 8. Elke aanvragende federatie houdt gegevens ter beschikking van de Minister of zijn afgevaardigden die het mogelijk maken om, op basis van de boekhouding, na te gaan of de opgelegde voorwaarden met betrekking tot de leden zijn vervuld en in het bijzonder of ze persoonlijk hun bijdrage voor het afgelopen jaar betaald hebben.

Art. 9 De Minister wijst de ambtenaren aan die belast zijn met de controle van het ledental dat door de federatie is opgegeven.

De controle kan slaan op alle documenten die het mogelijk maken vast te stellen dat is voldaan aan de opgelegde voorwaarden en meer bepaald op alle boekhoudkundige documenten betreffende de bijdragen.

Er zal kunnen worden overgegaan tot nazicht bij de leden.

De federaties die de controle zouden weigeren worden geacht de erkenning te verzaken.

Wanneer de uitgevoerde controle aanleiding geeft tot opmerkingen, zijn de bepalingen van artikel 6 van toepassing.

Art. 10. Elke erkende federatie stelt de Minister in kennis van de wijzigingen in de inlichtingen die ten tijde van de aanvraag om erkenning zijn verstrekt.

Art. 11. De Minister kan de erkenning van een federatie intrekken:

1 die drie maand na haar erkenning haar afgevaardigden niet heeft aangewezen of die nalaat afgevaardigden te vervangen die overleden zijn, ontslagnemend of zonder aanvaardbare reden vergaderingen van de Psychologencommissie niet zouden bijwonen.;

2 die niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden.

 

Art. 12. De federatie waarvan de erkenning ingetrokken is, verliest het recht om zich te laten vertegenwoordigen bij de Psychologen-commissie tijdens de lopende zittijd.

Er wordt dan overgegaan tot een nieuwe verdeling van de mandaten.

 

 

HOOFDSTUK III - De vertegenwoordiging van de erkende federaties in de Psychologencommissie.

 

Art. 13. Elke erkende federatie is gehouden zich bij de Psychologencommissie te laten vertegenwoordigen in elk van haar vier professionele sectoren.

Art. 14. Om het aantal rechtstreekse en onrechtstreekse leden van de federatie te bepalen, wordt enkel rekening gehouden met de leden:

1 die de titel van psycholoog mogen dragen,

2 die persoonlijk hun bijdrage voor het afgelopen jaar, hebben betaald volgens de boekhouding van de federatie.

Er wordt geen rekening gehouden met de leden van een aangesloten vereniging die niet zou voldoen aan de opgelegde verplichtingen.

Art. 15. In elke professionele sector worden de mandaten verdeeld over de erkende federaties naar rata van het aantal door de Minister weerhouden leden.

Art. 16. Een erkende federatie is met raadgevende stern vertegenwoordigd indien zij bij toepassing van artikel 15 geen enkel mandaat bekomen heet.

Art. 17. Ten laatste op 1 september deelt elke erkende federatie aan de Minister naam, voornaam, adres, beroep en taalrol mede van de personen die zij aanwijst als effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers bij de Psychologencommissie, in elk van de vier beroepssectoren.

Art. 18. De erkende federatie verklaart dat ieder van haar effectieve plaatsvervangende vertegenwoordigers:

1 gerechtigd is om de titel van psycholoog te dragen;

2 effectief lid is van de federatie of van één van haar aangesloten verenigingen;

3 gedurende ten minste drie jaar het beroep van psycholoog in één van de beroepssectoren van de psychologie heeft uitgeoefend;

4 geen lid is van de wetgevende kamers, de gemeenschapsraden of gewestraden.

 

HOOFDSTUK IV - Voorlopige bepalingen

 

Art. 19. Tijdens de eerste zitting wordt geacht aan de voorwaarden bepaald in artikel 14, lid 1, l en artikel 18, 1, te zijn voldaan, indien de in aanmerking genomen leden en de aangewezen vertegenwoordigers de voorwaarde vastgelegd in artikel 1, 1, van de wet vervullen.

Art. 20. Om de eerste zitting van de Psychologencommissie in het jaar 1996 te kunnen openen, wijzigt de Minister in voorkomend geval, de data die voor de opeenvolgende etappes van de procedure zijn vastgelegd.

Art. 21. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 22. Onze Minister die bevoegd is voor de Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Cháteauneuf-de-Grasse, 21 mei 1996.

ALBERT

Van Koningswege:

De Minister van Landbouw

en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,

K. PINXTEN

 

 

Publicatiedatum: 1996-06-06