MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST

18 JULI 1997. Decreet betreffende de centra voor levens- en gezinsvragen (1)



De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :


HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit decreet regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128, 1, van de Grondwet.
Art. 2. De centra voor levens- en gezinsvragen, hierna centra genoemd, worden door de Regering erkend als ze voldoen aan de bij of krachtens dit decreet gestelde voorwaarden.
De centra moeten op alle akten, documenten of publikaties aangeven dat ze erkend zijn krachtens het decreet van 18 juli 1997 betreffende de centra voor levens- en gezinsvragen.
Art. 3. De centra moeten hun activiteiten op het grondgebied van het Franse taalgebied uitvoeren en georganiseerd zijn door een overheid, een instelling van openbaar nut of een vereniging zonder winstoogmerk.
Art. 4. De centra zijn buiten-ziekenhuisinstellingen die zich toeleggen op de opvang, voorlichting, vorming en begeleiding van personen, echtparen en gezinnen, alsook op groepsbenadering, met name van jongeren, i.v.m. hun affectieve, seksuele en relationele ervaringen


HOOFDSTUK II. - Opdrachten
Art. 5. Het centrum moet de volgende opdrachten vervullen :
1 advies geven op psychologisch, sociaal, medisch en juridisch vlak;
2 jongeren voorbereiden op hun affectieve en seksuele beleving;
3 personen en groepen voorlichten, meer bepaald inzake contraceptie, al dan niet gewenste zwangerschap, zwangerschapsonderbreking, seksueel overdraagbare ziekten en elk aspect van de affectieve en seksuele relaties;
4 personen begeleiden die problemen ondervinden op het gebied van onvruchtbaarheid en contraceptie en in elk ander aspect van hun affectieve en seksuele relaties;
5 vrouwen begeleiden die zich omwille van hun zwangerschap in een noodsituatie bevinden;
6 grondbegrippen van het familierecht bijbrengen;
7 volwassenen en jongeren voorbereiden en voorlichten op het gebied van de affectieve en seksuele relaties en van het verantwoordelijk ouderschap.
Het centrum kan activiteiten ontplooien op specifieke terreinen zoals zwangerschapsonderbreking, met inachtneming van artikel 350 van het Strafwetboek, of adviesverlening bij huwelijksproblemen en gezinsbemiddeling.
Het centrum organiseert groepsbenaderingen i.v.m. de bovenvermelde opdrachten.
Het centrum kan ook bijdragen tot de vorming van personen die actief zijn op het gebied van de affectieve en seksuele voorlichting.
De tussenkomsten van het centrum worden regelmatig onderworpen aan een multidisciplinair overleg. Het overleg vindt plaats onder de door de Regering bepaalde voorwaarden.
Art. 6. Het centrum vervult zijn opdrachten alleen of in samenwerking met andere openbare of privé-partners.
Art. 7. Het centrum moet rekening houden met het feit dat de hulpvragers het recht hebben om zijn diensten geheel of gedeeltelijk te weigeren.
Art. 8. Het centrum verstrekt de Regering naamloze informatie of gegevens van epidemiologische aard, waarbij het volgende kan worden vastgesteld :
- de tegengekomen problemen;
- het vereiste aantal nuttige centra om aan de behoeften van de bevolking te voldoen en hun lokalisatie;
- het soort te voeren acties.
De Regering beslist welke van de bovenvermelde naamloze informatie en gegevens ze voor analyse en onderzoek aan door haar erkende instellingen kan verstrekken.
De informatie en de gegevens worden toegestuurd op grond van een overeenkomst waarin het volgende wordt aangegeven :
- de te verstrekken gegevens;
- de nagestreefde doelen;
- de getroffen maatregelen om het anonimaat te waarborgen. Deze overeenkomst is onderworpen aan het voorafgaande advies van de Commissie voor de bescherming van het privé-leven.


HOOFDSTUK III. - Programmering
Art. 9. Het gebied waar het centrum werkzaam is, moet minstens vijftigduizend inwoners tellen en wordt bij de erkenning ervan door de Regering afgebakend.
De Regering kan een centrum, omwille van bijzondere plaatselijke omstandigheden en van de specifieke behoeften van de bevolking, toelaten zijn activiteiten in een dunner bevolkt gebied uit te voeren.


HOOFDSTUK IV. - Leden van de multidisciplinaire ploeg
Art. 10. Het centrum telt een multidisciplinaire ploeg die instaat voor de medische, psychologische, juridische en sociale functies. Het zorgt ook voor opvang en groepsbenadering.
De medische functie wordt vervuld door een geneesheer die houder is van een diploma in de geneeskunde of door een geneesheer die gespecialiseerd is in de gynaecologie of met deze specialisatie bezig is.
De psychologische functie wordt vervuld door een psycholoog die licentiaat in de psychologie of in de psychopedagogie is.
De juridische functie wordt vervuld door een licentiaat of een doctor in de rechten.
De sociale functie wordt vervuld door een sociale werker die houder is van een diploma van maatschappelijk assistent of van een graduaat in de sociale verpleegkunde.
Deze ploeg kan aangevuld worden met een gezinsadviseur, die houder is van een door een erkend vormingscentrum afgeleverd diploma en met een seksuoloog, die houder is van een licentie in gezins- en seksuologische wetenschappen.
De functies opvang en groepsbenadering worden door een lid van de ploeg vervuld, of onder zijn toezicht.
De Regering bepaalt de minimale duur van de verstrekkingen van de leden van de multidisciplinaire ploeg.
Art. 11. De leden van de multidisciplinaire ploeg die gewetenshalve niet willen of niet kunnen ingaan op een hulpvraag inzake vrijwillige zwangerschapsonderbreking, moeten de aanvrager onmiddellijk de persoon van het centrum, het centrum of de inrichting aanwijzen waar deze hulp verstrekt wordt.
Daartoe bezorgt het centrum de leden van de multidisciplinaire ploeg een lijst met de personen, centra of inrichtingen die bovenbedoelde hulp kunnen verlenen.
Art. 12. De inrichtende macht van het centrum neemt de personeelsleden in dienst en bepaalt de duur van de verstrekkingen van de leden van de ploeg. Ze kan ook aannemingscontracten sluiten met zelfstandige vakmensen.
Eventuele kosteloze verstrekkingen moeten :
- verleend worden door personen die voldoen aan dezelfde diplomavereisten als de leden van de multidisciplinaire ploeg;
- bij een specifieke overeenkomst bepaald zijn;
- niet tegelijkertijd verleend worden met die van de leden van de ploeg die onder bezwarende titel door de inrichtende macht in dienst genomen zijn of met haar een aannemingscontract hebben gesloten.
Art. 13. De zelfstandige vakman ontvangt honoraria die door het centrum overeenkomstig artikel 22 worden vastgesteld, voor zover onder de door de Regering gestelde voorwaarden een overeenkomst wordt gesloten i.v.m. zijn deelneming aan de vergaderingen van de ploeg, zijn medewerking aan sommige opdrachten en, desnoods, zijn financiële bijdrage in de kosten van het centrum.


HOOFDSTUK V. - Werking
Art. 14. Het dagelijkse beheer van het centrum wordt toevertrouwd aan een door de inrichtende macht aangewezen lid van de multidisciplinaire ploeg.
De verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer werkt in samenspraak met de leden van de multidisciplinaire ploeg en ziet met name toe op de toepassing van het arbeidsreglement, op de naleving van de verschillende vigerende reglementeringen, op de organisatie van het teamwerk, op de coördinatie met de sociale en sanitaire diensten, alsook op de betrekkingen met de subsidiërende overheden.
Art. 15. De inrichtende macht stelt het huishoudelijk reglement van het centrum op.
In het reglement wordt het volgende vastgelegd :
1 de verdeling van de taken binnen het centrum;
2 het regelmatig beleggen van overlegvergaderingen voor de personeelsleden;
3 de waarborg van het beroepsgeheim;
4 de rechten en plichten van de personeelsleden en van de bij overeenkomst gebonden personen.
Art. 16. De leden van de multidisciplinaire ploeg zijn, net zoals iedereen die de individuele dossiers mag inkijken, tot het beroepsgeheim gehouden.
Art. 17. Voor elke ten laste genomen persoon wordt, met inachtneming van de bepalingen betreffende de bescherming van het privé-leven, een genummerd individueel dossier aangelegd met alle nuttige inlichtingen die de adviseur kan gebruiken voor de opvolging ervan.
Voor medische gegevens wordt een apart dossier aangelegd.
Onverminderd andere wetsbepalingen worden de individuele dossiers, wat de medische gegevens betreft, minstens tien jaar na afsluiting ervan bewaard onder toezicht van de verantwoordelijke voor het dagelijkse beheer en van de geneesheer die aan het centrum gebonden is.
Art. 18. De multidisciplinaire ploeg houdt een activiteitenregister dat overeenstemt met het door de Regering vastgestelde model en het anonimaat waarborgt. Ze neemt er het aantal en het type consultaties in op. Dat register wordt vrijwaard voor iedere indiscretie en mag slechts ingekeken worden door de leden van de multidisciplinaire ploeg en de ambtenaren die de Regering met het toezicht op de centra belast.
Art. 19. De Regering stelt de minimale normen vast m.b.t. de openingstijden, de lokalen en de infrastructuur.
Het centrum kan lokalen gezamenlijk gebruiken met andere sanitaire of sociale diensten waarvan de activiteiten verenigbaar zijn met zijn opdrachten, voor zover de multidisciplinaire ploeg van het centrum over lokalen beschikt die een onderscheiden werking waarborgen.
Verschillende multidisciplinaire ploegen mogen zich in hetzelfde gebouw vestigen, voor zover de schikking van de lokalen zulks toelaat. Een multidisciplinaire ploeg kan ook in verschillende gebouwen gevestigd zijn.
Art. 20. De ten laste genomen persoon mag zich hoe dan ook zelf een centrum uitkiezen.
Zijn ideologische, filosofische en religieuze opvattingen worden, net zoals zijn wil, in ieder geval gerespecteerd.
Art. 21. Een centrum moet elke persoon onthalen, ongeacht zijn oorsprong, en hem eventueel een ander centrum of een andere dienst aanwijzen dat/die beter in zijn behoeften kan voorzien.
Art. 22. Het centrum vordert van de consultanten of rechtstreeks van de betrokken instellingen, de honoraria of financiële bijdragen die hen bij wet of verordening worden opgelegd.
Personen met onvoldoende financiële middelen kunnen echter aanspraak maken op kosteloze consultaties.
Voor de verstrekkingen die bedoeld worden in de wet van 9 augustus 1963, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 14 juli 1994 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt de financiële bijdrage van de verzekering gevorderd, hetzij op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging, hetzij op basis van het forfaitaire bedrag bedoeld in artikel 52 van het koninklijk besluit van 14 juli 1994 houdende coördinatie van bovenbedoelde wet. Wanneer de financiële bijdrage van de verzekering op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging wordt gevorderd, wordt geen persoonlijke bijdrage geëist van de consultant, behalve die bedoeld in de artikelen 37 en 37bis van bovenvermelde wet.
Bij gebrek aan de financiële bijdrage van de verplichte verzekering, wordt de persoonlijke bijdrage van de consultant vastgesteld op basis van de betaling per verstrekking volgens de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging.
Bovendien kan het centrum een financiële bijdrage eisen voor verstrekkingen van het niet-medische personeel, alsook voor de medische verstrekkingen die niet vermeld staan in de nomenclatuur van de geneeskundige verzorging, met inachtneming van een maximumtarief en de voorwaarden die de Regering bepaalt.
De tarieven, honoraria en financiële bijdragen worden aangeplakt in de wachtkamers van het centrum en verschijnen in de informatiebladen die het publiceert.


HOOFDSTUK VI. - Erkenningsprocedure
Art. 23. De aanvraag om erkenning wordt door de inrichtende macht van het centrum bij de Regering ingediend.
De Regering bepaalt de bestanddelen van het erkenningsdossier.
Het dossier bevat hoe dan ook :
1 de omschrijving van de taken die het centrum in het kader van zijn opdrachten vervult;
2 het aantal multidisciplinaire ploegen en de samenstelling ervan, de omvang van de verstrekkingen en de kwalificatie van de leden;
3 de statuten van de inrichtende macht;
4 het plan van de lokalen;
5 de aanduiding van de te bedienen sector;
6 inlichtingen over de betrokken bevolking;
7 overeenkomsten i.v.m. de opdrachten van het centrum.
Art. 24. De Regering verleent de erkenning voor maximum zes jaar. De erkenning is vernieuwbaar op verzoek van de inrichtende macht van het centrum.
Als de Regering beslist een centrum voor minder dan zes jaar te erkennen, moet ze haar beslissing met redenen omkleden.
De erkenning kan ingetrokken worden wegens niet-naleving van de bepalingen van dit decreet of van die welke krachtens dit decreet zijn vastgesteld.
De Regering stelt de procedures vast voor de toekenning, de vernieuwing, de schorsing en de intrekking van de erkenning alsook de wijze waarop een beroep ingesteld kan worden.


HOOFDSTUK VII. - Toelagen
Art. 25. Binnen de perken van de begrotingskredieten en onder de door haar gestelde voorwaarden verleent de Regering het erkende centrum toelagen tot dekking van :
1 de uitgaven betreffende het statutaire of bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel;
2 de uitgaven betreffende de verstrekkingen van de zelfstandige vakmensen in het kader van aannemingscontracten;
3 de werkingskosten.
Art. 26. De uitgaven van het statutaire of bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel worden in aanmerking genomen binnen de perken van de door de Regering vastgestelde salarisschalen en van het aantal bij het erkenningsbesluit vastgestelde gesubsidieerde verstrekkingsuren.
De geldelijke anciënniteit wordt berekend overeenkomstig de door de Regering vastgestelde bepalingen.
Art. 27. De uitgaven betreffende de verstrekkingen die verleend worden in het kader van de in artikel 25 bedoelde aannemingscontracten worden forfaitair in aanmerking genomen overeenkomstig de door de Regering vastgestelde regels.
Art. 28. De werkingskosten worden, binnen de perken en onder de voorwaarden die door de Regering worden bepaald, in aanmerking genomen naar gelang van de activiteiten van het centrum.
Het maximum aantal gesubsidieerde activiteiten wordt in het erkenningsbesluit vastgesteld.
Art. 29. De met de verstrekkingen van het centrum verbonden ontvangsten kunnen, binnen de perken en onder de voorwaarden die door de Regering worden bepaald, afgetrokken worden van de verschuldigde toelagen.
Art. 30. De toekenning van de toelagen is het voorwerp van vier driemaandelijkse voorschotten die gelijk zijn aan een kwart van het door de Regering vastgestelde plafond.
De driemaandelijkse voorschotten worden betaald uiterlijk 15 februari voor het eerste kwartaal van het afgelopen jaar, 15 mei voor het tweede kwartaal, 15 augustus voor het derde kwartaal, 15 november voor het vierde kwartaal.
De toelage wordt jaarlijks betaald op basis van een definitieve berekening, na aftrek van de reeds gestorte driemaandelijkse voorschotten.
Het erkende centrum dat de Regering de boekhoudkundige gegevens van het voorafgaande boekjaar niet uiterlijk 30 april heeft verstrekt, krijgt voor het lopende jaar geen voorschotten zolang de gegevens niet zijn toegestuurd.


HOOFDSTUK VIII. - Controle
Art. 31. De administratieve, financiële en kwalitatieve controle op het centrum wordt door de daartoe aangewezen ambtenaren uitgeoefend. Ze hebben vrije toegang tot de lokalen van het centrum en hebben het recht om ter plaatse de stukken en documenten in te kijken die ze nuttig achten om hun opdracht te vervullen.
De Regering stelt het genormaliseerde boekhoudplan van het centrum op.
Bovendien moet het centrum jaarlijks een balans en een rekening van de ontvangsten en uitgaven overleggen.
Het centrum stelt de Regering in kennis van elke wijziging in de samenstelling van de multidisciplinaire ploeg. De Regering wordt ingelicht uiterlijk in de loop van de maand waarin de wijzigingen plaatsvinden.
In geval van niet-naleving van de bepalingen van dit decreet en van de in uitvoering van dit decreet genomen bepalingen, kunnen de toelagen verminderd of opgeschort worden op de door de Regering vastgestelde wijze.
Art. 32. Het erkende centrum maakt een jaarlijks activiteitenverslag op, waarvan het model door de Regering wordt vastgesteld en waarbij kan worden nagegaan of de bepalingen van dit decreet en de in uitvoering van dit decreet genomen bepalingen in acht genomen worden. Dat verslag wordt uiterlijk 30 april van het volgende jaar aan de Regering toegestuurd.
Art. 33. Er wordt een begeleidingscomité opgericht, dat advies moet geven over de voorstellen van beslissingen i.v.m. de toekenning, schorsing, intrekking of weigering van de erkenning van de centra, en dat hun actie moet evalueren. Het begeleidingscomité maakt een jaarverslag op en stuurt het aan de Regering, die het uiterlijk 30 april van elk jaar naar de Waalse Gewestraad doorstuurt.
Het begeleidingscomité is samengesteld uit drie vertegenwoordigers van de Regering, één vertegenwoordiger per federatie van de centra die erkend is overeenkomstig de door de Regering vastgestelde regels, drie deskundigen en één personeelslid van de diensten van de Regering dat het secretariaat zal waarnemen.
De Regering stelt de werkingsregels van het begeleidingscomité vast. Ze benoemt de leden ervan voor een periode van vier jaar.
Art. 34. De organisator of directeur van een centrum dat, zonder erkend te zijn, de benaming "centrum voor levens- en gezinsvragen", "centrum voor gezinsplanning" of "centrum voor echtelijke en gezinsbegeleiding" draagt, kan veroordeeld worden tot een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en tot een boete van 1 000 tot 3 000 BEF of tot slechts één van die straffen.


HOOFDSTUK IX. - Overgangs-, opheffings- en slotbepalingen
Art. 35. In afwijking van de bepalingen van de artikelen 25 à 30 mogen de voor het jaar 1998 aan elk centrum toegekende toelagen niet lager zijn dan het gemiddelde van de voor de jaren 1994, 1995 en 1996 toegekende toelagen, voor zover de activiteit minstens gelijk is aan die van 1996.
Art. 36. Het decreet van de Franse Gemeenschap van 22 december 1983 tot regeling van de erkenning en de toekenning van subsidies aan de centra voor seksuele, huwelijks- en gezinshulpverlening en -voorlichting, wordt opgeheven.
Art. 37. De centra die krachtens bovenbedoeld decreet van 22 december 1983 erkend zijn, beschikken over zes maanden om een aanvraag om erkenning in te dienen op grond van dit decreet. Zolang geen beslissing over deze aanvraag is genomen, worden de centra voorlopig geacht erkend te zijn in de zin van dit decreet.
Art. 38. Dit decreet treedt in werking op 1 januari van het jaar na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.


Namen, 18 juli 1997.
De Minister-President van de Waalse Regering,
belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium,
R. COLLIGNON
De Minister van Ruimtelijke Ordening, Uitrusting en Vervoer,
M. LEBRUN
De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken,
B. ANSELME
De Minister van Begroting en Financiën, Tewerkstelling en Vorming,
J.-C. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Leefmilieu, Natuurlijke Hulpbronnen en Landbouw,
G. LUTGEN
De Minister van Sociale Actie, Huisvesting en Gezondheid,
W. TAMINIAUX
De Minister van Onderzoek, Technologische Ontwikkeling, Sport en Internationale Betrekkingen,
W. ANCION
Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld


Publicatie : 1997-09-23

KlinPsy - Wetgeving