GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD

7 MEI 1998. - Besluit van het Verenigd College inzake de erkenningsprocedures en -normen, de toekenning van subsidies en de overeenkomsten betreffende de diensten voor geestelijke gezondheidszorg



Het Verenigd College,
Gelet op de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
Gelet op het advies van de Afdeling instellingen en diensten voor geestelijke gezondheidszorg van de Adviesraad voor gezondheids- en welzijnszorg, gegeven op 7 mei 1997;
Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 februari 1995 en 14 maart 1997;
Gelet op het akkoord van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor de begroting;
Gelet op de beslissing van 9 oktober 1997 van het Verenigd College over het inwinnen binnen een maand van het advies van de Raad van State;
Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 18 november 1997 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
Na beraadslaging,
Besluit :

 


HOOFDSTUK I. - Algemeen


Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° ordonnantie : de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
2° dienst : de dienst voor geestelijke gezondheidszorg in artikel 2, 1°, van de ordonnantie bepaald;
3° inrichtende macht : de inrichtende macht van de dienst;
4° overeenkomst : de in artikel 3, tweede lid, van de ordonnantie bedoelde overeenkomst;
5° Leden van het Verenigd College : de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
6° administratie : de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

 


HOOFDSTUK II. - Erkenningsprocedure


Afdeling 1. - Aanvraag om erkenning
Art. 2. De aanvraag om erkenning moet bij de Leden van het Verenigd College worden ingediend met een administratief dossier, bestaand uit :
1° een document met vermelding van inlichtingen over de identificatie van de inrichtende macht, waaronder ten minste de naam van de personen die gemachtigd zijn de dienst te vertegenwoordigen; als het om een vereniging zonder winstoogmerk gaat, bovendien :
a) de geactualiseerde statuten die in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt;
b) de lijst van de leden van de algemene vergadering en de raad van bestuur;
2° een nota die verduidelijkt hoe aan de bepalingen van de artikelen 5 tot 12 van de ordonnantie wordt voldaan en die een precieze uitleg geeft over de algemene opdrachten alsmede het of de bijzondere project(en) welke de dienst op zich heeft genomen, alsmede een afschrift van de partnerschapakkoorden en van de samenwerkingsovereenkomsten;
3° een document met beschrijving van het grondgebied zoals in artikel 17 omschreven;
4° een document met vermelding van de gevraagde samenstelling van het team, de functie, de kwalificatie, de opleiding en de duur van de prestaties van de leden ervan, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk III van dit besluit;
5° een document met vermelding van de naam van diegene(n) die in het team belast is (zijn) met de medische directie en met de algemene coördinatie van de dienst;
6° per activiteitencentrum, een attest inzake brandveiligheid van de burgemeester, op basis van een verslag van de brandweer, dat niet ouder is dan één jaar en waaruit blijkt dat de regelgeving terzake wordt nageleefd;
7° een document dat verklaart dat de dienst een verzekering van burgerlijke en beroepsaansprakelijkheid heeft afgesloten en voor het lopende jaar gedekt is;
8° het plan van de verschillende lokalen die voor de activiteiten van de dienst zijn bestemd, alsmede de identificatie van de bestemming ervan;
9° per activiteitencentrum, een afschrift van het huurcontract de koopakte of een akte houdende een ander zakelijk recht met betrekking tot het goed waar de dienst zijn activiteiten zal uitoefenen;
10° de organisatie van de dienstwaarneming van het onthaal en meer bepaald de openingsuren van de dienst.
Het aldus opgemaakte dossier wordt voor echt, volledig en eensluidend verklaard. Het wordt gedateerd en ondertekend door diegene(n) die gemachtigd is (zijn) de dienst te vertegenwoordigen.


Art. 3. Wanneer de administratie over het administratief dossier beschikt, deelt zij aan de aanvrager een bericht van ontvangst mee waarin wordt verduidelijkt of het dossier volledig is of waarin de ontbrekende elementen worden gevraagd.
Wanneer het administratief dossier volledig is, onderzoekt de administratie de aanvraag.


Afdeling 2 Voorlopige erkenning
Art. 4. § 1. Indien het dossier volledig is in de zin van artikel 3 en indien de dienst kan werken in omstandigheden verenigbaar met de normen waaraan hij moet voldoen, kunnen de Leden van het Verenigd College een voorlopige erkenning verlenen binnen de perken van de begrotingskredieten die voor de subsidiëring van de diensten zijn bestemd.
De voorlopige erkenning vermeldt de volgende elementen :
1° de identificatie van de dienst;
2° de plaats(en) van de activiteiten en het bestreken grondgebied;
3° de opdrachten van de dienst;
4° de samenstelling van het toegestane team, de functie, de kwalificatie, de opleiding en de duur van de prestaties van de leden ervan;
5° de naam van diegene(n) die in het team belast is (zijn) met de medische directie en met de algemene coördinatie van de dienst.
§ 2. Indien het dossier onvolledig is in de zin van artikel 3 of indien de dienst niet kan werken in omstandigheden verenigbaar met de normen waaraan hij moet voldoen, wordt een voorlopige erkenning geweigerd.


Art. 5. Elke voorlopige erkenning kan eenmaal volgens dezelfde procedures worden hernieuwd.


Afdeling 3. - Erkenning
Art. 6. Gedurende de periode van de voorlopige erkenning gaat de administratie na of de dienst werkt met inachtneming van de normen waaraan hij moet voldoen.
De Leden van het Verenigd College zenden de aanvraag om erkenning, het administratief dossier en de conclusies van het in het vorige lid bedoeld onderzoek naar de Adviesraad over.
De voornoemde conclusies worden tegelijk aan de aanvrager medegedeeld. Die beschikt over een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van de conclusies, om zijn opmerkingen gelijktijdig bij het Secretariaat van de Adviesraad en bij de Leden van het Verenigd College te doen toekomen.
De Adviesraad onderzoekt de aanvraag en zendt zijn advies binnen de twee maanden nadat hij is geadieerd, gelijktijdig naar de Leden van het Verenigd College en naar de aanvrager over. Die beschikt over een termijn van vijftien dagen om zijn opmerkingen bij de Leden van het Verenigd College te doen toekomen. Wanneer die termijn van twee maanden verstreken is, wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan.


Art. 7. § 1. De Leden van het Verenigd College verlenen of weigeren de erkenning.
§ 2. In geval van weigering van de erkenning, dient de dienst binnen drie maanden na de kennisgeving van die beslissing gesloten te worden.
De inrichtende macht kan binnen vijftien dagen na de kennisgeving door middel van een bezwaarschrift beroep instellen bij de Leden van het Verenigd College. Het beroep schorst alle gevolgen van de bestreden beslissing tot de definitieve beslissing.
De Leden van het Verenigd College delen het bezwaarschrift en het dossier onverwijld aan de Adviesraad mee. De Adviesraad deelt binnen vijftien dagen na die kennisgeving aan de appelant de datum mee waarop de zaak zal worden onderzocht en nodigt hem uit voor hem te verschijnen, in voorkomend geval bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat of door een derde die houder is van een bijzondere volmacht.
De Adviesraad geeft zijn advies binnen dertig dagen na de kennisgeving van het bezwaarschrift, ongeacht het gevolg dat aan de uitnodiging tot verschijnen wordt gegeven. Binnen vijftien dagen nadat het advies gegeven is, bezorgt hij dit aan de Leden van het Verenigd College. Binnen een maand na ontvangst van het advies neemt het Verenigd College een definitieve beslissing.


Art. 8. Indien de gegevens bedoeld in artikel 2 van dit besluit in de loop van de erkenningsperiode wijzigingen ondergaan, worden die onmiddellijk aan de Leden van het Verenigd College meegedeeld.


Art. 9. Elke omstandigheid die tot gevolg heeft dat de gegevens bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3° en 6°, wijzigingen ondergaan, geeft aanleiding tot een aanpassing van de erkenning.
Het dossier wordt behandeld volgens de in artikel 6, lid 2 tot 4, bedoelde regels.
De Leden van het Verenigd College verlenen of weigeren de aanpassing van de erkenning. In geval van weigering van die aanpassing zijn de bepalingen van artikel 7, § 2, van toepassing.


Art. 10.
De dienst brengt op een goed zichtbare plaats een bord aan met vermelding van zijn erkenning in het Nederlands en in het Frans.


Afdeling 4. - Hernieuwing van de erkenning
Art. 11. Met het oog op de hernieuwing van de erkenning zendt de administratie uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de erkenning van de dienst een vragenlijst aan de inrichtende macht toe. Die vragenlijst, behoorlijk ingevuld en ondertekend, dient binnen de dertig dagen na ontvangst te worden teruggestuurd vergezeld van een administratief dossier waarin de documenten steken die in artikel 2 van dit besluit worden bedoeld.
De procedure tot hernieuwing van de erkenning is dezelfde als deze die voor de erkenning van de dienst is vastgelegd.
De dienst blijft erkend zolang de beslissing van de Leden van het Verenigd College niet is genomen.


Afdeling 5. - Intrekking van erkenning
Art. 12. Wanneer een inrichting niet meer aan de erkenningsnormen voldoet, brengen de Leden van het Verenigd College een voorstel tot intrekking van die erkenning ter kennis van de inrichtende macht en sturen zij een afschrift ervan naar de Adviesraad.
De inrichtende macht beschikt over vijftien dagen, te rekenen van de dag van die kennisgeving, om bij de Adviesraad een verweerschrift in te dienen. Terzelfdertijd stuurt zij een afschrift van haar verweerschrift aan de Leden van het Verenigd College.
De Adviesraad onderzoekt het voorstel tot intrekking van erkenning en deelt zijn advies aan de Leden van het Verenigd College mee binnen de zestig dagen na de mededeling van het voorstel.
De beslissing van de Leden van het Verenigd College houdende intrekking van erkenning wordt ter kennis gebracht van de inrichtende macht.


Art. 13. In geval van intrekking van de erkenning, dient de dienst binnen drie maanden na de kennisgeving van die beslissing gesloten te worden.
De inrichtende macht kan volgens de in artikel 7, § 2, vastgestelde procedure bij de Leden van het Verenigd College beroep instellen.
Een afschrift van de definitieve beslissing wordt gedurende drie maanden goed zichtbaar uitgehangen op en in de plaats van het in artikel 10 bedoeld bord met vermelding van de erkenning.


Afdeling 6. - Vrijwillige sluiting
Art. 14. Wanneer de inrichtende macht beslist de dienst vrijwillig te sluiten, deelt zij die beslissing mee aan de Leden van het Verenigd College uiterlijk drie maanden voor zij in werking treedt.


Afdeling 7. - Sluiting wegens dringende redenen
Art. 15. § 1. Wanneer dringende volksgezondheids- of veiligheidsredenen dit rechtvaardigen, bevelen de Leden van het Verenigd College onmiddellijk de voorlopige sluiting van de dienst.
De Adviesraad wordt tegelijk van de maatregel op de hoogte gesteld.
§ 2. De Adviesraad brengt onverwijld de inrichtende macht op de hoogte van de datum waarop de zaak wordt onderzocht en verzoekt haar om haar opmerkingen in te dienen. Hij geeft zijn advies binnen dertig dagen nadat zij is geadieerd, ongeacht het gevolg dat aan de uitnodiging tot verschijnen wordt gegeven. Binnen vijftien dagen nadat het advies gegeven is, bezorgt hij dit aan de Leden van het Verenigd College. Binnen een maand na ontvangst van het advies neemt het Verenigd College een definitieve beslissing.


Afdeling 8. - Gemeenschappelijke bepaling voor de weigering, de intrekking van de erkenning en de sluiting wegens dringende redenen
Art. 16. Elke beslissing tot weigering of intrekking van een erkenning vermedt de termijn waarbinnen de dienst gesloten moet worden.
Zodra een beslissing tot weigering of intrekking van een erkenning of tot sluiting van een dienst definitief is, wordt ze in Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

 


HOOFDSTUK III. - Voorwaarden tot toekenning van een erkenning


Afdeling 1. - Bepaling van het grondgebied
Art. 17. Het grondgebied bedoeld in artikel 3 van de ordonnantie beslaat ofwel een geografisch gebied dat straat per straat wordt bepaald en tot een straal van maximum 5 km rond het activiteitencentrum van de dienst is beperkt, met dien verstande dat de betrokken populatie uit minstens 25.000 en hoogstens 100.000 personen moet bestaan ofwel een gemeente.
De Leden van het Verenigd College kunnen, na advies van de Adviesraad, afwijkingen van de vorige alinea verlenen.


Afdeling 2. - Partnerschapakkoorden en samenwerkingsovereenkomsten
Art. 18. De partnerschapakkoorden en samenwerkingsovereenkomsten geven duidelijk het soort relaties aan, de betrokken partners, de frequentie van de mogelijke partnerschapsvergaderingen en de voorwaarden van vertegenwoordiging bij deze vergaderingen, alsmede de voorwaarden inzake de mededelingen van inlichtingen over patiënten.


Afdeling 3. - Teams
Art. 19. De duur van een voltijdse arbeidsprestatie wordt op 38 uur per week vastgesteld.


Art. 20. § 1. De vereiste opleidingen en bekwaamheden van het personeel van het minimumteam zijn :
1° geneesheer-specialist in psychiatrie of neuropsychiatrie voor de functie in de psychiatrie;
2° licentiaat in de psychologie voor de functie in de psychologie;
3° maatschappelijk assistent of sociale verpleger voor de sociale functie;
4° gehomologeerd getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs voor de opvang- en secretariaatsfunctie.
Bij wijze van overgangsmaatregel kan het Verenigd College, na advies van de Adviesraad, afwijkingen verlenen voor het personeel in dienst op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit.
§ 2. De vereiste opleidingen en bekwaamheden van het personeel van het team gespecialiseerd in de opvang van kinderen en adolescenten zijn :
1° geneesheer-specialist in psychiatrie of neuropsychiatrie voor de functie in de kinderpsychiatrie;
2° licentiaat in de psychologie voor de functie in de psychologie;
3° maatschappelijk werker of sociaal verpleger voor de sociale functie.
§ 3. Voor de uitoefening van de aanvullende functies zoals bedoeld in artikel 15, § 4, van de ordonnantie moeten de personen, volgens het geval, in het bezit zijn van een diploma van universitair onderwijs of van niet-universitair hoger onderwijs.
§ 4. Andere bekwaamheden kunnen worden erkend door de Leden van het Verenigd College, na advies van de Adviesraad.
§ 5. Voor elk lid van het team moet een dossier worden bijgehouden dat de volgende gegevens bevat :
1° het voor eensluidend verklaard afschrift van het diploma;
2° de functie;
3°de benoemingsakte;
4° de anciënniteit;
5° het type prestatie;
6° het dienstrooster;
7° het getuigschrift van goed zedelijk gedrag.


Afdeling 4. - Medische directie en algemene coördinatie van de dienst
Art. 21. De functies van medisch directeur en algemeen coördinator in de dienst voor geestelijke gezondheidszorg kunnen worden uitgeoefend door één en dezelfde persoon of door twee verschillende personen.


Art. 22. De inrichtende macht brengt binnen een maand na de aanwijzing van de medisch directeur en de algemene coördinator, overeenkomstig artikel 17 van de ordonnantie, die aanwijzing ter kennis van de Leden van het Verenigd College.


Art. 23. De algemeen coördinator wordt belast met de algemene coördinatie en de voorlichting van het team. Hij staat in voor de vertegenwoordiging van de dienst naar buiten toe en voor de controle op de naleving van de voorschriften inzake de dienstwaarnemingen en de dienstroosters.


Art. 24. De medisch directeur draagt de medische verantwoordelijkheid voor het werk dat door de dienst is verricht. Daartoe heeft hij toegang tot ieder document en informatie betreffende de continuïteit van de verzorging en de kwaliteit van het therapeutisch werk.
Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake het beroepsgeheim dat van toepassing is op elk lid van het team van de dienst, draagt hij een algemene verantwoordelijkheid voor het beroepsgeheim met inbegrip van de behandeling, de rangschikking en de archivering van de persoonlijke dossiers.


Afdeling 5. - Functionele normen

Art. 25. De dienst moet op de gevel van de instelling een bericht uithangen met de volgende inlichtingen : telefoonnummer met vermelding van het voorhanden zijn van een antwoordapparaat, toegangsuren en alle inlichtingen over de opvangmogelijkheden in dringende gevallen.


Art. 26. § 1 De permanente onthaaldienst bestaat uit een geïndividualiseerde opvang in de lokalen van de dienst voor geestelijke gezondheidszorg en een telefonisch onthaal.
§ 2. Het opvangpersoneel moet voor een eerste opvang kunnen zorgen en een duidelijke uitleg over de opdrachten van de dienst kunnen verschaffen.
Het moet in staat zijn om onmiddellijk een eerste analyse- en oriëntatiegesprek vast te leggen.
De dienst is minstens alle werkdagen van 10 tot 17 u. ononderbroken paraat. De dienst is bovendien toegankelijk buiten die vaste uren, ten minste 3 bijkomende uren, ofwel eenmaal per week na 17 u. of 's zaterdags. Dat dienstrooster wordt in de overeenkomst vastgelegd.
§ 3. Buiten de in § 2 vastgestelde uren geeft een antwoordapparaat aan welke diensten dag en nacht toegankelijk zijn.Het geeft met name inlichtingen over :
1° de mogelijkheid de dienst « 100 » te bellen;
2° de wachtdiensten van de huisartsen;
3° het meest nabije ziekenhuis met een psychiatrische wachtdienst.


Art. 27. De dienst houdt een register bij met vermelding van :
1° het nummer van het consult;
2° de datum van het consult;
3° het type van consult;
4° het tarief van het consult.


Art. 28. De honoraria en bijdragen in de kosten die de leden van het team ontvangen, worden entraal door de dienst geïnd. De dienst levert verantwoordingsstukken voor de geleverde prestaties.


Art. 29. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de publiciteit van de tarieven van de medische consulten, wordt er in de wachtkamer een bord uitgehangen met vermelding van de maximumtarieven van de consulten.


Art. 30. De notulen van de in de artikelen 18 en 19 van de ordonnantie vastgestelde driemaandelijkse vergaderingen worden gedurende minstens vijf jaar bewaard.


Art. 31. Van alle activiteiten die de dienst heeft uitgeoefend buiten die uitgeoefend ter uitvoering van of krachtens de ordonnantie, moet aan de Leden van het Verenigd College aangifte worden gedaan.


Afdeling 6. - Persoonlijk dossier
Art. 32. Op de buitenzijde van het persoonlijk dossier mogen alleen de naam, voornaam en desgevallend een identificatienummer van de patiënt voorkomen.


Art. 33. § 1. De administratieve gegevens vermelden inzonderheid de naam, voornaam, woon- of verblijfplaats, geboortedatum, geslacht, nationaliteit van de patiënt alsmede de inlichtingen betreffende de sociale verzekering van de patiënt en de datum waarop zijn dossier geopend en afgesloten werd.
§ 2. De sociale gegevens vermelden met name de situatie op sociaal vlak en in het beroepsleven en de scholingsgraad.
§ 3. De medische gegevens zijn de volgende : de redenen voor het eerste consult en de ondernomen stappen, de vorige psychologische stappen, de overheersende problemen, werkingsniveau of diagnose, voorstel van behandeling, huidige toestand van de opvang, evolutie van de patiënt en de geleverde prestaties.

 


HOOFDSTUK IV. - Toekenning van de subsidies


Afdeling 1. - Berekening van de previsionele enveloppe
Art. 34. Voor de berekening van de previsionele enveloppe met toepassing van artikel 27 van de ordonnantie :
1° worden de in aanmerking genomen weddeschalen vastgesteld in bijlage 1 bij dit besluit; voor de functie in de psychiatrie worden de weddeschalen echter met 0,7735 vermenigvuldigd; zij zijn aan de spilindex 1,1717 gekoppeld;
2° wordt de gemiddelde anciënniteit door de Leden van het Verenigd College vastgesteld, na advies van de Adviesraad;
3° wordt de vermenigvuldigingscoëfficiënt die de sociale lasten en andere sociale premies of voordelen dekt, door het Verenigd College vastgesteld, na advies van de Adviesraad.
Op basis van de personeelsformatie van de erkende dienst is het grensbedrag van de aanvaardbare algemene exploitatiekosten vastgesteld als volgt :
1° 600.000 F voor vier voltijds equivalenten;
2° 650.000 F voor vijf en zes voltijds equivalenten;
3° 700.000 F voor zeven en acht voltijds equivalenten;
4° 750.000 F voor negen en tien voltijds equivalenten;
5° 800.000 F voor elf voltijds equivalenten en meer.
Per bijkomend erkend centrum wordt een bijkomend bedrag van 100.000 F toegekend.


Afdeling 2. - Berekening van de subsidie
Art. 35. § 1. De eindafrekening van de verschuldigde subsidie wordt jaarlijks opgemaakt op basis van de bewijsstukken die door de Dienst zijn bezorgd.
Die bewijsstukken moeten betrekking hebben op de opdrachten die door de dienst zijn vervuld en op het personeel dat door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad wordt gesubsidieerd; zij kunnen niet worden gebruikt ter rechtvaardiging van andere subsidies. Geen enkele niet gerechtvaardigde uitgave wordt voor de berekening van de subsidie in aanmerking genomen.
De dienst dient de voormelde bewijsstukken op het einde van het afgelopen semester, uiterlijk voor 30 september van het lopend jaar en voor 31 maart van het volgend jaar bij de administratie in te dienen.
Bovendien worden een balans en een resultatenrekening die zijn opgemaakt volgens de modellen vastgesteld in bijlage 2 bij dit besluit, alsmede een activiteitenverslag uiterlijk voor 31 maart van het volgende jaar aan de administratie overgezonden.
§ 2. De eindafrekening wordt binnen de vijftien dagen na de kennisgeving ervan voor akkoord aan de dienst overgezonden. Eens die termijn verstreken is, wordt de afrekening als goedgekeurd beschouwd. In geval van betwisting nemen de Leden van het Verenigd College een beslissing op basis van elk bewijsstuk dat de dienst heeft bezorgd.
§ 3. In voorkomend geval wordt het saldo van de subsidie uiterlijk op 1 oktober van het volgende jaar gestort.
In het geval het totaalbedrag van de driemaandelijkse voorschotten dat van de subsidie overschrijdt, wordt het eerste driemaandelijkse uitgekeerde overschot na definitieve vaststelling van de subsidie met het verschuldigd bedrag verminderd; in geval van de sluiting van de dienst, wordt het genoemd bedrag door de dienst terugbetaald.


Art. 36. Elke persoon van wie de inrichtende macht heeft nagelaten geheel of gedeeltelijk aangifte te doen van de honoraria, uitkeringen en bijdragen in eender welke kosten, komt niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie van het lopende jaar.

 


HOOFDSTUK V. - Inhoud en modaliteiten van de overeenkomsten


Art. 37. § 1. Onverminderd de vermeldingen in artikel 3, 4de lid, van de ordonnantie bedoeld, moet de overeenkomst de volgende rubrieken omvatten :
1° de identificatie van de dienst met vermelding van :
a) het adres van de inrichtende macht;
b) het telefoonnummer;
c) het eventuele faxnummer;
d) het bankrekeningnummer;
e) de datum van oprichting van de dienst.
2° de hoofdzetel en de activiteitencentra van de dienst, met voor elk centrum het juiste adres, het telefoonnummer en desgevallend het faxnummer, alsmede de werkingsmodaliteiten;
3° de minimumprestaties van de leden van het team;
4° de evaluatiemodaliteiten meer bepaald met betrekking tot de uitvoering van de opdrachten, de interne werking van de dienst en op het netwerk.
§ 2. De specifieke projecten zoals in de artikelen 10 en 11 van de ordonnantie omschreven, worden afzonderlijk verduidelijkt.
§ 3. Het voorwerp van de initiatieven inzake coördinatie en samenwerking waaraan de dienst deelneemt, wordt vermeld. De lijst van personen, particuliere en openbare instellingen en verenigingen die bij die initiatieven betrokken zijn, wordt als bijlage bij de overeenkomst gevoegd.
§ 4. De erkende formatie van het team stelt voor elke functie het minimumaantal uren vast dat moet worden gepresteerd.
§ 5. De werking van de dienst omvat de organisatie van de permanente onthaaldienst zoals in artikel 27 bedoeld, alsmede de bestemming van de lokalen.
§ 6. De uitvoerige beschrijving van het bedrag van de previsionele enveloppe omvat de theoretische loonkosten van het in paragraaf 4 bedoelde team, het forfaitair bedrag dat de algemene exploitatiekosten dekt alsook de bedragen voor de personeelskosten van het veranderlijk gedeelte.


Art. 38. De overeenkomst mag niet langer geldig zijn dan de erkenning van de dienst.


Art. 39. De inrichtende macht van de erkende dienst legt de overeenkomst ter goedkeuring voor aan de Leden van het Verenigd College die binnen de twee maanden een beslissing nemen.
Eens die termijn verstreken is wordt de overeenkomst geacht te zijn goedgekeurd.

 


HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen


Art. 40. De aanvragen tot erkenning, de betekeningen alsmede de procedurehandelingen geschieden per aangetekend schrijven.
Elke termijn gaat in vanaf de ontvangst van de brief. De datumstempel heeft bewijskracht zowel voor de verzending als de ontvangst.


Art. 41. De ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg treedt op 1 juli 1998 in werking.
Bij wijze van overgangsmaatregel bedoeld in artikel 34 van de ordonnantie behouden de diensten die met toepassing van het koninklijk besluit van 20 maart 1975 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg zijn erkend, hun erkenning tot 31 december 1998.


Art. 42. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1998.


Art. 43. De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.


Brussel, 7 mei 1998.
Voor het Verenigd College :
Het Lid van het Verenigd College,
bevoegd voor het Gezondheidsbeleid,
J. CHABERT
Bijlage 1
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van het Verenigd College van 7 mei 1998.
Het Lid van het Verenigd College
bevoegd voor het Gezondheidsbeleid,
J. CHABERT

Bijlage 2
Balans Jaar 199 .
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van het Verenigd College van 7 mei 1998.
De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid,
H. HASQUIN J. CHABERT

Publicatie : 1998-07-28

 

KlinPsy - Wetgeving